Zeventig doden te veel

President Gonzalo Sánchez de Lozada sprak nog duidelijke taal, daags nadat soldaten in La Paz en de armenstad El Alto tientallen demonstranten hadden doodgeschoten: 'Ik ga niet aftreden.' Goede redenen had Sánchez de Lozada te over....

Alex Burghoorn

De president had gelijk - tenminste, waar het zijn democratische mandaat betrof. De slachtoffers in de straten lieten zich niet verloochenen: het dodental is in enkele dagen opgelopen tot in de zeventig. Met geen mogelijkheid kon de president dat bloedbad nog goedpraten. Om de beurt zegden zijn politieke bondgenoten hun steun aan hem op.

Met nog geen kwart van de stemmen behaalde neo-liberaal Gonzalo Sánchez de Lozada (73), bijgenaamd Goni, in 2002 de overwinning bij de presidentsverkiezingen. In de nipte overwinning op zijn rivaal, de linkse leider van de cocaboeren Evo Morales, ligt de kiem van het mislukken van zijn presidentschap: zijn positie is steeds wankel geweest.

Nadat Sánchez de Lozada een gelegenheidscoalitie achter zich had gekregen, koos Morales voor harde oppositie, vaker buiten dan binnen het parlementsgebouw. De steen des aanstoots was de koers van de president: privatiseren, liberaliseren, net als tijdens zijn eerste ambtstermijn, begin jaren negentig. Vooral de arme indianenbevolking had daar de buik van vol, omdat het in tien jaar tijd hun armoede niet heeft verlicht.

De woede culmineerde in het verzet tegen het presidentiële plan om een Spaanse firma Boliviaans gas te laten exporteren naar de VS. De demonstranten breidden hun Strijd om het Gas al snel uit met de leus Weg met Goni. Ze hebben hun zin gekregen.

Meer over