Reportage

Zeven jaar leven met de dieren leerde Geoffroy Delorme mens te zijn

Jarenlang woonde Geoffroy Delorme in de bossen van Normandië. Hij sloot vriendschap met een groep reeën en schreef een boek over de emotionele verbinding met het bos. ‘Doordat we geneigd zijn om mens en natuur te scheiden, denken we de natuur te kunnen beheersen. Dat keert zich uiteindelijk tegen ons.’

Geoffroy Delorme. Beeld Joris van Gennip
Geoffroy Delorme.Beeld Joris van Gennip

‘Voor Sjef, mijn beste vriend’, begint het boek van Geoffroy Delorme. ‘Je hebt me geleerd om te zien, te voelen, lief te hebben, te geloven dat alles mogelijk is en mezelf te zijn.’

Tot zover geen bijzonderheden, op het eerste oog. Behalve dat vriend Sjef een hert is. Preciezer gezegd: een ree. Delorme was erbij toen Sjef werd geboren in het bos van Louviers. Hij zag hoe zijn moeder Sterre op een avond beefde over haar hele lijf, hoe er ‘een dun sliertje vocht uit haar achterste liep’ en hoe uiteindelijk, na een onmiskenbaar immense inspanning, het kalfje uit haar buik op de grond viel. Een mannetje dat door Delorme Sjef werd gedoopt – Chévi in het Frans.

Zeven jaar lang leefde Geoffroy Delorme (37) in het bos van Louviers in Normandië. De eerste jaren reisde hij heen en weer tussen mensen­wereld en wildernis, tot hij zich uiteindelijk volledig aansloot bij zijn ‘echte familie’, de reeën. Delorme bestudeerde hun leefritme tot in detail, voegde zich naar het patroon van slapen in korte etappes en leerde zich te voeden met planten uit het bos door het voorbeeld van de herten te volgen.

Over het avontuur en zijn relatie met de dieren schreef hij het boek L’Homme-chevreuil, dat begin dit jaar in Frankrijk uitkwam. Binnen enkele maanden werden meer dan 55 duizend exemplaren verkocht. Vorige week verscheen de Nederlandse vertaling onder de titel De hertenman. Zeven jaar overleven in het wild bij Kosmos Uitgevers.

. Beeld .
.Beeld .

Meer dan een survivalgids of ecologisch pamflet is De hertenman een persoonlijk verhaal over hoe Delorme dankzij de dieren een wereld ontdekte die van vitaal belang is voor de mens, maar waarmee het slecht is gesteld.

Delorme richt zich in het boek vooral op de emotionele verbinding die hij met de reeën en het bos ervaarde, en hoopt zo de lezers de ervaring van ‘één zijn met de natuur’ over te brengen. Want juist dat ontbreekt volgens hem in onze vaak wetenschappelijke benadering van natuur en bescherming. ‘Doordat we geneigd zijn om mens en natuur te scheiden’, zegt Delorme, ‘denken we de natuur te kunnen beheersen. Dat keert zich uiteindelijk tegen ons.’

Hemd van kasjmier

Gehurkt in de berm aan de rand van Val-de-Reuil zit Delorme klaar om zijn bezoek te introduceren in ‘zijn’ wereld. Gehuld in groen-beige outdoor tenue, met onder zijn blouse (met korte mouwen) een hemd van kasjmier tegen de nachtelijke kou. Want als straks het donker invalt, komt het bos, waar hij al die jaren heeft doorgebracht, tot leven. Nog steeds komt hij er zoveel hij kan, zoals hij al sinds zijn kinderjaren doet.

Dat begon als een vlucht. Delorme, die na een incident op school thuisonderwijs kreeg, groeide op in een kleine wereld zonder vrienden, zonder schooluitjes, maar met een bibliotheek vol boeken over planten, dieren en overleven in de wildernis. Uit fascinatie voor die wereld, maar ook om te ontsnappen aan de beklemmende omgeving thuis, ging hij ’s nachts op expeditie in het bos dat aan de tuin van zijn ouders grenst.

Later veranderden die nachtelijke escapades in meerdaagse missies, onder het mom van huiswerk voor zijn cursus fotografie. Van zijn 19de tot zijn 26ste dompelde Delorme zich zoveel mogelijk onder in de wildernis, en ongeveer een jaar lang leefde hij volledig afgesloten van de mensenwereld.

Geoffroy Delorme in 'zijn' bos. Beeld Joris van Gennip
Geoffroy Delorme in 'zijn' bos.Beeld Joris van Gennip

Terwijl de zon laag achter de bomen wegzakt, leidt Delorme ons naar de open plek waaraan hij de beste herinneringen bewaart. Hier kruiste voor het eerst een ree zijn pad, het dier dat hij Daguet noemt – Spies in het Nederlands. Beschut in het hoge gras, maar uit de schaduw van de bomen, kwamen de reeën vaak om te rusten en op te warmen in de zon. Zo’n veertig herten leefden in en rond dit gebied. Nu zijn dat er nog hooguit zeven.

Delorme zigzagt over het pad dat het veld van het bos scheidt. ‘Reeën zijn echte verzamelaars. Ze scharrelen rond, eten van de blaadjes aan de doornstruik, gaan naar de overkant van het pad voor gras en bramen, tot ze een goede salade hebben.’ Hij zoekt naar een jong blad aan de struik, rolt het op en serveert. ‘Je moet goed speeksel aanmaken, dat haalt de zoete smaak naar boven.’

Nederigheid

Met een combinatie van naslagwerken en het volgen van het ritme van de reeën, leerde Delorme te leven in de wildernis. De belangrijkste les: nederig zijn. ‘Het kan soms dagen achtereen regenen. In het begin trok ik dan zoveel mogelijk kleren aan om warm te blijven. Totdat uiteindelijk alles nat was, en ik verkouden’, zegt Delorme. ‘Het leerde me dat we de natuur niet moeten willen domineren. Soms moet je op de knieën gaan. Berg je kleding ergens droog op, en laat die buien over je heen komen. Dan heb je achteraf iets om je aan op te warmen.’

Onafgebroken vertelt Delorme over de veranderingen in ‘zijn’ bos; hoe met het verdwijnen van de eiken ook het leven verdwijnt. ‘Een eik biedt ruimte aan duizenden andere wezens, van de kleine knaagdieren die zich onder de boom verschuilen tot ontelbare insecten in de schors. Zo’n stuk bos kappen is een genocide.’

Zodra het donker invalt, is hij plotseling stil. Even later, fluisterend: ‘Je ruikt de geur van het vocht dat omhoog trekt. Alles komt tot rust. De nacht voelt vrij, los van de drukte van het mensenleven. Je hoort de geluiden om je heen beter, ruikt de geuren scherper. Als het zicht wegvalt, staan al je andere zintuigen op scherp. Je hebt het gevoel te leven.’

Speurend door het bos wijst hij op de geur van reeën-urine en het geluid van een blaffende ree die zijn soortgenoten waarschuwt voor dreigend gevaar. Een enkel zwijn schiet vlakbij over het pad. Maar verder is het stil. Geen reeën te zien. Geen dassen, vossen of uilen, waarvan het hier vroeger volgens hem wemelde. ‘Ik had zo gehoopt de reeën te kunnen laten zien. Geen van de dieren die ik in het boek beschrijf is nog in leven, en ook de nieuwe generatie is grotendeels vertrokken. Het bos heeft steeds minder ziel.’

Met rust laten

Ook mensen leven van het bos, zegt Delorme, dat is logisch. ‘Maar we moeten het meer met rust laten, en het hout duurzamer en intelligenter gebruiken. Onze overconsumptie heeft desastreuze gevolgen. We moeten begrijpen dat niet alles een economische kwestie moet zijn. De dieren leerden mij veel, zonder ooit iets terug te verwachten. Soms is de opbrengst van een investering geen geld, maar leven.’ Hij citeert de Frans-Canadese sterrenkundige Hubert Reeves: ‘De mens voert oorlog tegen de natuur. Als hij wint, is hij verloren.’

Zelf vertrok Delorme zo’n tien jaar geleden ook uit het bos. Het werd steeds moeilijker voldoende eten te vinden, hij was voortdurend moe, zijn huid bijna transparant. ‘Ik had een thuis nodig. En ik had behoefte aan menselijke warmte. We zijn niet gemaakt om solitair te leven’, zegt hij. ‘Ik ging naar het bos om te stoppen met denken, verwachtingen en oordelen los te laten en met mezelf te zijn. Door ver van de bewoonde wereld te leven, leerde ik om mens te zijn. Daardoor kan ik het leven beter aan.’

Geoffroy Delorme. Beeld Joris van Gennip
Geoffroy Delorme.Beeld Joris van Gennip
Meer over