AchtergrondVrouwelijk leiderschap

Zes van de acht Noord-Europese leiders zijn vrouw: ‘Ze begrijpen daar dat het niet vanzelf gaat’

Kaja Kallas is sinds dinsdag de eerste vrouwelijke premier van Estland.  Beeld Hollandse Hoogte / Agence France Presse (AFP Photo)
Kaja Kallas is sinds dinsdag de eerste vrouwelijke premier van Estland.Beeld Hollandse Hoogte / Agence France Presse (AFP Photo)

Met de benoeming van Kaja Kallas tot premier van Estland worden sinds dinsdag zes van de acht Noord-Europese landen bestuurd door vrouwen: IJsland, Denemarken, Noorwegen, Finland, Estland en Litouwen. Allemaal hebben ze een vrouwelijke premier aan het roer. Alleen Zweden en Letland hebben nog mannelijke leiders.

Het was ook voor Kersti Kaljulaid een primeur. Sinds zij in 2016 aantrad als de eerste vrouwelijke president van Estland, had ze alleen nog maar mannen beëdigd als premier. Maar nadat twee weken geleden de regering viel vanwege een groot corruptieschandaal, stond dinsdag opeens Kaja Kallas tegenover haar; dochter van voormalig premier Siim Kallas, leider van de liberale Hervormingspartij en sinds dinsdag de eerste vrouwelijke premier van Estland.

Vooral de afgelopen jaren is het hard gegaan in Noord-Europa. Erna Solberg van Noorwegen en Katrin Jakobsdottir in IJsland zaten al een tijdje, maar halverwege 2019 nam in Denemarken de sociaal-democratische Mette Frederiksen het over van haar mannelijke voorganger. Eind 2019 werd de 34-jarige Sanna Marin de jongste premier ooit in Finland, afgelopen oktober werd de centrum-rechtse premier Ingrida Simonyte ingezworen in Litouwen en deze week was het dus de beurt aan Estland.

De Deense premier Mette Frederiksen spreekt op een persconferentie in Berlijn, 11 juli 2019.  Beeld Getty Images
De Deense premier Mette Frederiksen spreekt op een persconferentie in Berlijn, 11 juli 2019.Beeld Getty Images

‘Het is bijzonder, maar ook weer niet zo verrassend, zegt Julia Wouters, oud-adviseur van Lodewijk Asscher en auteur van het boek De zijkant van de macht (Waarom de politiek te belangrijk is om aan mannen over te laten). ‘Er zijn nu eenmaal steeds meer rolmodellen zichtbaar waar andere vrouwen zich in kunnen herkennen. Vroeger had je bijna alleen Thatcher, maar de laatste tijd zijn er veel meer vrouwen die het vooral op hun eigen manier doen. En daarmee bedoel ik niet op een specifiek aangeboren vrouwelijke manier, maar op een manier die niet per se in het mannelijke malletje past. Daardoor beginnen steeds meer jonge vrouwen te denken: misschien zou ik het ook wel kunnen.’

Traditie

Inderdaad hebben vrijwel alle landen in Noord-Europa al een langere traditie van vrouwelijk leiderschap. Finland had al in 1926 zijn eerste vrouwelijke minister. Vigdis Finnbogadottir van IJsland was tussen 1980 en 1996 de eerste vrouwelijke president ter wereld en de eerste vrouwelijke premier van Litouwen trad al in 1990 aan, namelijk direct nadat het land onafhankelijk werd van Rusland.

Het gevolg: er is in die landen een bovengemiddeld aantal vrouwen actief in de politiek en hoe meer vrouwen er rondlopen, hoe groter ook de kans dat ze tot de top doordringen. In Estland bestond dinsdag daarom de gehele eerste rij van de ministeriële bordesfoto uit vrouwen. In Litouwen worden alle drie de regeringspartijen voorgezeten door vrouwen en Finland heeft met 12 vrouwelijke ministers (tegenover 7 mannen) zelfs het vrouwelijkste kabinet ter wereld.

Naast de aanwezigheid van rolmodellen, is er overigens nog een groot verschil tussen Noord-Europese landen en bijvoorbeeld Nederland, zegt Wouters. ‘Namelijk dat die landen geen van allen geloven dat het vanzelf goed komt. Wij in Nederland denken: vrouwen hebben gelijke toegang tot onderwijs, dus het is een kwestie van tijd tot vrouwen de top bereiken. In Scandinavische landen, en waarschijnlijk ook in de Baltische staten, begrijpen ze dat het juist ontzettend hard werken is.’

Erna Solberg, premier van Noorwegen. Het land staat op de vierde plek in het Global Gender Gap Report 2020.  Beeld NurPhoto via Getty Images
Erna Solberg, premier van Noorwegen. Het land staat op de vierde plek in het Global Gender Gap Report 2020.Beeld NurPhoto via Getty Images

De premiers van de vijf Scandinavische landen (vier vrouwen en Stefan Lofven van Zweden) schreven afgelopen internationale vrouwendag in een gezamenlijk ingezonden stuk aan CNN dat de gendergelijkheid in hun regio geen kwestie van toeval is, maar het gevolg van jarenlang, bewust overheidsbeleid, bijvoorbeeld door vader- en moederschapsverlof gelijk te trekken en de kinderopvang betaalbaar te maken.

Mede daardoor doen de Noord-Europese landen het allemaal zeer goed in het Global Gender Gap Report 2020 van het World Economic Forum, terwijl Nederland juist vrij matig scoort. IJsland, Finland, Noorwegen en Zweden bezetten de eerste vier plekken. Maar ook Letland (11), Denemarken (14) Estland (26) en Litouwen (33) scoren stuk voor stuk beter dan Nederland (38).

Ego

De vraag is alleen: maakt het uit? Barack Obama zei tijdens een leiderschapsconferentie in Singapore: ‘Als elk land in de wereld zou worden gerund door vrouwen, weet ik zeker dat binnen twee jaar het leven op alle fronten beter is.’ Omdat vrouwen empathischer zijn, zouden zij als leider meer oog hebben voor sociale ongelijkheid, duurzaamheid en innovatie. Ook stellen steeds meer onderzoeken dat vrouwelijke leiders bijvoorbeeld de lange termijn beter in de gaten houden, omdat ze minder gedreven worden door ego en winstmaximalisatie.

Katrin Jakobsdottires, premier van IJsland.  Beeld Getty Images
Katrin Jakobsdottires, premier van IJsland.Beeld Getty Images

Volgens hoogleraar leiderschap Janka Stoker van de Rijksuniversiteit Groningen ligt er echter een denkfout ten grondslag aan dat soort theorieën. ‘Vrouwen zijn gemiddeld genomen inderdaad betere leiders dan mannen’, schreef ze recent in Het Parool. ‘Maar dat komt niet door hun sekse, of doordat ze van nature zo anders – want ‘typisch vrouwelijk’ – leidinggeven. De verklaring is heel simpel: vrouwen doen het beter omdat ze zich eerst als leider moeten bewijzen. Terwijl mannen, zelfs met middelmatige kwaliteiten, op basis van toegedicht leiderschapspotentieel gemakkelijk omhoog klimmen.’

Landen als Finland, Denemarken, Estland en Litouwen moeten, met andere woorden, niet blij zijn dat ze sinds kort vrouwelijke leiders hebben. Ze moeten blij zijn dat ze goede leiders hebben. Niet voor niets sprak de president van Estland, Kersti Kaljulaid, dinsdag in haar welkomstrede voor Kaja Kallas in totaal 701 woorden uit, waarin ze vrijwel alle doelen en uitdagingen van de nieuwe regering langsliep, maar een woord structureel achterwege liet: het woord ‘vrouw’.

 Ingrida Simonyte, premier van Litouwen.  Beeld Hollandse Hoogte / AFP
Ingrida Simonyte, premier van Litouwen.Beeld Hollandse Hoogte / AFP
Meer over