Zes keer te gast bij Snackbar ’t Hoekje, voor een spreuk aan de wand, een praatje én een vette bek

Snackbar ’t Hoekje zit overal en nergens. Gidi Heesakkers, Paul Onkenhout en fotograaf Otto Snoek bekeken zes Hoekjes en straathoeken van alle kanten, want op een hoek valt altijd wat te zien.

Het Hoekje in Herwen Beeld Otto Snoek
Het Hoekje in HerwenBeeld Otto Snoek

Cafetaria en lunchroom ’t Hoekje, hoek Oostzijstraat en Oostvoorstraat, Dinteloord.

Toevallig overkwam het hem gisteren weer, zegt André Kop: een mevrouw aan de telefoon die een kapsalon wilde bestellen. ‘Dus ik zeg: ‘Een kapsalon bestellen? Wij hebben geen kapsalon. Daar beginnen we niet aan.’ Jawel, antwoordt ze, je hebt wél kapsalon, dat staat op je site. Ik: ‘Dan heb je de verkeerde site.’ Zij: ‘Dit is toch ’t Hoekje in Ouddorp?’’

Nee, dit is 't Hoekje in Dinteloord, gemeente Steenbergen, Noord-Brabant. Die dus geen kapsalon verkoopt, maar wel een twijfelaar. Voor twijfelaars, met verschillende stukjes snack.

Eigenaar André kan het nog sterker vertellen. ‘We kregen een keer een fikse telefonische bestelling binnen, van 90 euro. Die werd maar niet opgehaald. Op een gegeven moment ging de telefoon: ‘Ja sorry, ik dacht dat ik bij ’t Hoekje in Utrecht had besteld.’ Die bestelling heb ik dus moeten weggooien.’

’t Hoekje in Dinteloord.  Beeld Otto Snoek
’t Hoekje in Dinteloord.Beeld Otto Snoek

Iedere uitbater van een snackbar ’t Hoekje kan erover meepraten. Toch hebben André en zijn vrouw Hannie nooit een naamsverandering overwogen. ’t Hoekje was al ’t Hoekje voordat zij de zaak overnamen, 34 jaar geleden. Zo simpel is het gewoon: ’t Hoekje op een hoekje, naast dierenspeciaalzaak Lady, om de hoek het winkelplein van Dinteloord en café De Suikerpee, voor ‘sfeervol uitgaan’, volgens het bord op de gevel. Genoeg parkeerplaatsen voor de deur, twee steigerhouten banken.

Ze hebben een verbouwing achter de rug, André en Hannie. ‘Die was klaar vlak voor de ellende begon.’ Oud bruin interieur eruit, modern-instapindustrieel erin. De ellende, corona, betekende dat ze nog maar drie klanten tegelijk mochten binnenlaten en dat de zwarte stalen deur met glas naar het zitgedeelte gesloten bleef.

Vrijdag is hier frietdag. Tot voor kort was de zondagavond het drukst; om orthodox-protestantse redenen waren in Dinteloord de supermarkten nog dicht op zondag. André: ‘Vroeger belden mensen alleen als ze een grote bestelling wilden plaatsen, nu bellen ze voor één frietje en een frikandel.’ Tegenwoordig staat Hannie in de spits alleen maar telefoontjes aan te nemen en ophaalmomenten in te plannen. Niet leuk, zegt ze. ‘Maar als ik het niet doe, dan loopt het niet.’

Overigens ontstaat er niet alleen geregeld verwarring tussen de verschillende ’t Hoekjes des lands. Honderd meter verderop zit de andere snackbar van Dinteloord, Cafetaria De Snackbar. Laatst belde de overbuurman naar De Snackbar, maar stuurde hij zijn kind naar ’t Hoekje om de bestelling op te halen.

Kan gebeuren.

’t Hoekje in Utrecht.  Beeld Otto Snoek
’t Hoekje in Utrecht.Beeld Otto Snoek

Cafetaria ’t Hoekje, hoek Voorstraat en Predikherenstraat, Utrecht.

Ultieme kijkhoek, dit hoekje. Zicht op caféplein de Neude, fietsers, hardlopers en slenteraars in de drukke Voorstraat, de kat in de erker boven de beddenspeciaalzaak aan de overkant. Naast ’t Hoekje een kroeg en de concurrent: cafetaria Ten Beste.

’t Hoekje is ’s middags al open, maar bovenal heeft deze snackbar in Utrecht de naam van roezemoezige nachtstop, zo’n plek waar je na het uitgaan het type gesprek voert waarvan je bij het katerige ontwaken, de avond reconstruerend, in de lach schiet. Een bewijsstuk springt in het oog boven de linkerpleedeur: een schilderijtje van snackbargast Age Versluis, die met plezier vertelt hoe het daar in 2019 terechtkwam.

Die avond had hij met zijn werk een Bob Ross-workshop gevolgd in het Utrechtse poppodium Ekko. Na afloop gingen ze aan de drank en zeulde hij vier schilderijen van collega’s mee in een pizzadoos. ‘Die doos mag niet mee naar binnen’, zei een medewerker van ’t Hoekje toen Versluis daar om een uur of 4 ’s nachts binnenstapte.

Versluis: ‘Ik zei iets als: ‘Er zit geen eten in hoor, maar kunst.’ Dat wilde hij weleens zien. De grap van die Bob Ross-workshop is natuurlijk dat iedereen een Bob Ross-schilderij kan maken, maar de man van ’t Hoekje was helemaal blown away. Hij vroeg of hij mijn schilderijtje mocht ophangen.’ Versluis haalde een Coca Cola-bordje weg en verving het voor zijn Bob Ross-imitatie.

Prompt werd de gewaande kunstschilder verward met een huisschilder. ‘Of ik even mee naar buiten wilde lopen. Daar kreeg ik de vraag of ik misschien de gevel blauw en geel kon maken.’

Binnen was nóg iemand zwaar onder de indruk van Versluis’ artistieke kwaliteiten, een klant met een portemonnee vol briefjes van honderd. ‘Hij hoopte dat ik een groot schilderij voor hem kon maken, vroeg mijn nummer en bood ter plekke aan een voorschot te betalen.’ Doen, zeiden de vrienden van Versluis terwijl ze het hele gebeuren filmden, maar hij besloot de volgende morgen dat hij deze nacht zonder staartje al grappig genoeg vond.

‘In ruil krijg je een half jaar gratis kaassoufflés’, zoiets schijnt de medewerker van ’t Hoekje gezegd te hebben. Die kaassoufflés, daar maakte Versluis nooit aanspraak op. ‘Het leukste is dat ik nog vaak wakker word met foto’s die bekenden midden in de nacht hebben gestuurd, waarop ze met bloeddoorlopen ogen poseren met mijn schilderij in ’t Hoekje: kijk, ik ben er weer.’

’t Hoekje in Hollandscheveld. Beeld Otto Snoek
’t Hoekje in Hollandscheveld.Beeld Otto Snoek

Cafetaria en lunchroom ’t Hoekje, hoek Het Hoekje en Riegshoogtendijk, Hollandscheveld.

Voor een kalm dorp in Drenthe waar sinds 1963 (boerenopstand onder leiding van Hendrik ‘Boer’ Koekoek) niet bijster veel is gebeurd, is de snackbardichtheid in Hollandscheveld spectaculair hoog. ’t Hoekje moet concurreren met Toppie (170 meter verderop en ook een geweldige naam) en Royal (300 meter).

Nog een verbazingwekkend en verwarrend feit: het adres van ’t Hoekje is Het Hoekje 2. De straat heet Het Hoekje, vandaar. Toppie zit op nummer 33, Royal op 47.

In Het Hoekje gebeurt het allemaal. ‘Winkels, restaurant, snackbar, groentenboer en slager bevinden zich op loopafstand, aan de achterzijde bevinden zich juist de gemakken van een woonwijk. Kortom, voor ieder wat wils!’ Aldus Hentenaar Makelaardij. In april stond Het Hoekje 34 te koop, voor 225 duizend euro, vandaar.

Achter de toonbank van ’t Hoekje (ruime zaak, het lijkt wel een restaurant) strompelt een jonge vrouw. Opgewekt, tegen een klant: ‘Daar lag ik, met een gebroken been.’

Een hete donder – een samengeperst stuk vlees dat naar frikandel smaakt, maar dan pittiger – en een patat met mayonaise en uitjes later bladeren we door een boekje dat aan de overkant van ’t Hoekje voor het grijpen ligt. In een stalletje met geruite gordijntjes worden voor 1 euro 50 per stuk tweedehands boeken te koop aangeboden, misschien omdat er in Hollandscheveld geen boekhandel is.

De man die in het stalletje meteen aandacht trekt, is Beau van Erven Dorens. Op de cover van Het boze oog, een bundel columns die hij begin deze eeuw voor Nieuwe Revu schreef, is hij gekleed in een zwart hemd. Hij grijnst gemeen en wrijft zich in de handen. In zijn mondhoek bungelt een sigaret. Verder: borsthaar.

Beau zat hier duidelijk in zijn rebelse periode. ‘Wijfachtige beroepsverlosser’ zijn woorden die je niet meteen te binnen schieten als je op bezoek bent in Hollandscheveld, maar hier zijn ze te lezen, in een column over Matthijs van Nieuwkerk.

Andere stukjes hebben titels als Beffende tijden, Kutkrant (hij heeft zijn abonnement op de Volkskrant opgezegd, ‘juichend’), De penis van Adam Curry, Dood aan het songfestival en Vibrator. Ook een hete donder, Beau.

Geen geld, 1,50. Verkocht.

Het Hoekje in Herwen. Beeld Otto Snoek
Het Hoekje in Herwen.Beeld Otto Snoek

Cafetaria en eetcafé (en biljartlokaal) Het Hoekje, Molenstraat, Herwen.

Schijn bedriegt, want bij Het Hoekje in het Gelderse Herwen is geen hoekje te bekennen. Het Hoekje ligt aan het einde van een zijtak van de Molenstraat, meer niet. Dat is een tegenvaller, maar ter compensatie staat tussen het eetcafégedeelte en de snackbar (met terras) een biljart.

Behalve een snackbar, shoarmazaak en een eetcafé is dit Hoekje ook een biljartlokaal. Een biljart zie je niet zo vaak meer. Dat is jammer. Elk biljart is een ode aan het Nederlandse verenigingsleven en de cafécultuur, de tijd van tapijtjes en metalen asbakken op de tafels en clubavonden met bier en jenever plus een schaal leverworst.

De club in Het Hoekje heet TOP en dat betekent Tot Ons Plezier – ook al zoiets wat louter warme gevoelens opwekt. De club heeft veel grote bekers gewonnen, ze staan zelfs voor het raam. ‘Supercup B KNBB Doetinchem e.o. 2015-2016’, dat werk.

Ook mooi: de wandtegels met spreuken in Het Hoekje. ‘Ieder bezoek brengt vreugde aan, is het niet bij het komen dan is het bij het gaan.’ En: ‘Bij gebrek aan personeel werken hier mensen. Behandel ze voorzichtig ze zijn zeldzaam!!!’

Herwen is een van de zes dorpen op wat ’t Gelders Eiland wordt genoemd. Het is historische grond, de Romeinen zijn hier nog geweest, met veldheer Drusus. Op de Herwensedijk staat een grafsteen die hieraan herinnert. Het is ook het punt dat een riant uitzicht biedt op de weilanden rondom de Oude Waal. De Rijn is nabij, Duitsland ook. Herwen is klein, het dorp moet het van de omgeving hebben.

Rest nog die motor. Tegenover Het Hoekje staat een motor, op een voetstuk, drie meter hoog. Het is een Yamaha. Heeft de oude eigenaar gedaan, zegt de nieuwe uitbater, kortaf maar niet onvriendelijk. Wat zijn voorganger bezielde om een motor van een Japans merk op een drie meter hoog voetstuk te plaatsen, weet hij niet, maar ongewoon is het zeker.

Eentje nog: ‘Een huis zonder lach is een huis zonder liefde.’

’t Hoekje in Almere. Beeld Otto Snoek
’t Hoekje in Almere.Beeld Otto Snoek

Snackbar ’t Hoekje, hoek Zeistpad en Leerdampad, Almere.

Niet de aardige reviews op Google Maps (‘Ga snel naar deze man z’n zaak, bestel en geef m’n love’), maar de foto van ’t Hoekje in Almere oefende onmiddellijk een grote aantrekkingskracht uit. Dat gekkige, buurthuisachtige gebouw, het rood-witte logo dat van de bakstenen gevel af knalt, een en al grijze tegels voor de deur.

Andere tegels, valt eenmaal ter plaatse op. Het Zeistpad is net opnieuw bestraat en beplant. Naast de ingang van ’t Hoekje ligt een hoop natgeregend zand waaruit onkruid groeit. Aan de overkant bevinden zich Ivo’s Kringloopwinkel en een dansschool, rechts barbershop Motion Fades, allemaal dicht op zondag.

Snackbar ’t Hoekje is open, de neonverlichting brandt. Van binnen is ’t Hoekje – dus niet ’t Hoekkie, elders in Almere – rood, strak en schoon. De snackbar is van haar zwager, vertelt de dame achter de bakwand. Zijn Surinaamse moeder bereidt de Surinaamse gerechten op de kaart, de roti, de pom. Zelf woont ze in Almere Buiten, vertelt ze. ‘Daar heb je niet dit soort oude straatjes.’

Oud is natuurlijk relatief, in Almere. De Stedenwijk is een volksbuurt met vooral sociale huurwoningen uit de jaren tachtig. Afgebladderde kozijnen, hier en daar. Veel katten voor het raam. De partypopper-resten van een Turkse bruiloft, een witte loper voor de voordeur, een ingestorte ballonnenhaag. Tegenover een kliko met stickers met ‘#freehugs’ en ‘Corona = agenda 21’ erop – die hoort bij de deur waarop een Hart voor vrijheid-poster prijkt.

Een dode hoek, voor dit moment. Waar ís iedereen, zondagavond om zes uur, etenstijd? In ieder geval niet in ’t Hoekje, dat zich trouwens een ‘familiesnackbar’ noemt. Drie jongens passeren. Eentje zegt dat hij osso gaat. Thuis, dat zal het zijn.

’t Hoekje in Zaandam. Beeld Otto Snoek
’t Hoekje in Zaandam.Beeld Otto Snoek

Snackbar ’t Hoekje, hoek Zuiddijk en Skagerrak, Zaandam.

Annika, ‘net zoals de vriendin van Pippi Langkous’, begroet iedere klant alsof ze hem of haar al járen kent, wat waarschijnlijk ook zo is. Ze werkt al zeven jaar bij ’t Hoekje. Er komt zo nu en dan wel eens een ‘toeristje’ langs, mensen die verderop verblijven in het Bastion hotel, maar de snackbar is, zoals zij het noemt, een echte buurtsnackbar.

Dat betekent in dit geval: klandizie uit de omliggende straten in de Burgemeestersbuurt, een schrootjesplafond, tegels in een onbestemde kleur op de grond, de mogelijkheid om een gezinszak patat (in Zaandam zeggen ze patat en geen friet) te kopen en de klassieke glazen vitrine waarin de kroketten, frikandellen, lihanboutjes en shoarmarollen liggen uitgestald.

Er is ook een machine voor softijs en voor wie moet wachten ligt er een krant klaar, het Noordhollands Dagblad. Annika heeft uitgerekend dat ’t Hoekje volgend jaar vijftig jaar bestaat. Samenvattend en om zich heen kijkend: ‘Hier is nooit iets veranderd.’

’t Hoekje is overgenomen door een Aziatische familie en zij is blijven hangen. Klanten beginnen nog steeds vaak over de vorige eigenaar, die is begrafenisondernemer geworden.

‘Dat weet ik allang, maar mensen vinden het leuk om te vertellen, ze raken er niet over uitgepraat.’

In 2019 werd ‘t Hoekje overvallen, ze was er gelukkig niet bij. De eigenaar zat even rustig achter de glazen vitrine, de drukte was voorbij, toen er om kwart over 8 een gewapende man met een zwarte bivakmuts binnenkwam. De overvaller nam alleen sigaretten mee.

De mensen in de buurt waren woest. Een klant begon een inzamelingsactie voor de gedupeerde eigenaar. Snackbar ’t Hoekje in Zaandam is een drukbezochte en geliefde plek onder de Zaandammers om even een ‘vette bek’ te halen, schreef hij.

In ’t Hoekje wordt tweeëneenhalf jaar later nog maar eens een keer schande gesproken over de overval, ook door een klant die op patat staat te wachten en de vraag stelt welke idioot het in zijn harses haalt om met een vuurwapen een buurtsnackbar te overvallen voor een paar pakjes sigaretten. Niemand weet het antwoord.

Meer over