ZELFS ZIJN WERKELIJKE NAAM WAS HEM TE EXOTISCH

Theaterjournalist Hans Visser en tekstschrijver André Breedland schreven een boek over André van Duin. Daarin komen allemaal mensen aan het woord met wie de cabaretier prettig heeft samengewerkt....

PATRICK VAN DEN HANENBERG

Op 8 augustus 1964 spelen The Rolling Stones in het Scheveningse Kurhaus. Om de zaal een beetje op te warmen zijn het keurige zangkwartet The Fouryo’s en de jonge komiek André van Duin gecontracteerd. The Fouryo’s komen door het helse kabaal niet aan zingen toe. Ook The Stones staan maar een paar minuten op het podium, omdat het publiek letterlijk de zaal afbreekt. Alleen André van Duin zorgt op wonderbaarlijke wijze voor rust in de heksenketel met zijn bandparodie-act, waarvoor hij 130 gulden ontvangt, inclusief reiskosten.

Dat vroege contract van Van Duin staat afgedrukt in De glans van de eenvoud, een nieuwe aflevering uit de reeks Theater- en Televisiefenomenen. De tekst is ondergeschikt aan de fraaie illustraties. Helaas ontbreekt een foto van Van Duin op het Kurhaus-podium.

Wat is zo bijzonder aan Van Duin? De titel van het boek geeft waarschijnlijk het enige goede antwoord. Van Duin is echt gewoon. Zelfs zijn werkelijke naam Adrie Kyvon was hem te exotisch. Als hij het stressige leven in Nederland wil ontsnappen, verhuist hij met zijn zieke vriend tijdelijk naar Aruba, omdat ze daar gewoon Nederlands spreken en bitterballen hebben. Hij zingt over bloemkool en een boerenzoon. En zelfs als het over iets ongebruikelijks gaat, zoals een paard in de gang, komt het bij Van Duin over als het meest normale ter wereld. Hij toont geen enkele interesse om zijn werkterrein uit te breiden naar Duitsland. Maar vooral: hij weet wat gewone mensen leuk vinden en vindt dat zelf ook leuk. Daarom kan hij het zo goed vinden met Joop van den Ende, die mogelijkheden zag voor Van Duin in grote televisieshows, films en kostbare revues.

Theaterjournalist Hans Visser is op bezoek geweest bij vrienden en collega’s van Van Duin, zoals zijn platenproducer Bert Schouten, regisseur Guus Verstraete, revue-artieste Corrie van Gorp en natuurlijk Joop van den Ende. Allemaal mensen met wie Van Duin plezierig heeft samengewerkt. De kans op vuurwerk is daarmee verkeken. Corrie van Gorp heeft helemaal niets te melden en ook de andere gesprekken zijn oppervlakkig. Van Duin zelf komt zijdelings aan het woord, maar ook uit zijn mond komen geen belangwekkende teksten. We komen vrijwel niets te weten over het amusementsklimaat in Nederland. De interessante vraag waarom Van Duin opeens omarmd werd door links, intellectueel Nederland komt nauwelijks aan de orde. Alleen het interview met Ferry de Groot, met wie Van Duin de vrolijk anarchistische Dik Voormekaar Show voor de radio heeft gemaakt, is boeiend. Maar dat is dan ook waarschijnlijk het meest sprankelende onderdeel van de loopbaan van Van Duin, waarmee hij baanbrekend amusementswerk heeft verricht in de traditie van de Marx Brothers.

De eindredacteur heeft geen enkele poging gedaan om de losse interviews op elkaar af te stemmen. Het barst van de dubbele of driedubbele informatie. Zo lezen we op drie plekken dat ouders van geestelijk gehandicapten een klacht hebben ingediend, omdat Van Duin met zijn typetje Willempie de verstandelijk beperkten zou hebben gekwetst. En we lezen drie keer dat Van Duin als verslaggever Wijdbeens bij Joop Braakhekke het eten heeft laten verbranden. Het wachten is dus op een serieus boek over het fenomeen Van Duin, en dan hoeven er geen plaatjes meer bij.

Meer over