Zelfs Willem Drees begon als stenograaf

Even was staatssecretaris Van der Ploeg de draad in zijn eigen betoog kwijt, begin deze maand in de Tweede Kamer....

Zo mogen ze het horen bij de Stenografische Dienst der Staten Generaal. Want het mag volgende week 150 jaar geleden zijn dat de eerste stenografen het Binnenhof betraden, nóg schijnt niet iedereen te beseffen dat die hele Tweede Kamer net zo goed opgedoekt zou kunnen worden als er geen stenografen waren om alles ordentelijk vast te leggen.

Hoeveel politici zouden er nog met een fatsoenlijke zin het archief halen? Berry Bonenkamp, schrijver van het jubileumboek Zwijgend medewerker en aandachtig luisteraar, 150 jaar Stenografische Dienst der Staten-Generaal (SDU, f 69,90) drukt zich voorzichtig uit: 'Hoe vaak valt een spreker zichzelf niet in de rede, maakt hij zijn zin niet af? Als je dat zonder meer zou afdrukken, wordt de duidelijkheid niet bepaald bevorderd.'

Bonenkamp wil er maar mee aangeven dat de taak van een stenograaf in Den Haag meer omvat dan alleen opschrijven wat anderen zeggen. 'Het belangrijkste is het redigeren van het gesproken woord tot een goed leesbare tekst.' Vandaar dat Bonenkamp er niet omheen draait: 'Stenografen moeten beschikken over een uitstekend taalgevoel, analytisch inzicht en een grote algemene kennis. Want een stenograaf moet direct begrijpen waarover het gaat.'

En dat valt dus niet altijd mee. We zijn geen volk van grote redenaars. Minister-president Colijn kwam nog een heel eind, maar die verstond volgens Bonenkamp dan ook de kunst te spreken 'met hoofd- en bijzinnen'. Aan de andere kant zijn er altijd Tweede-Kamerleden geweest als Johan Scheps (wie kent 'm nog?), die het in de jaren vijftig voor elkaar kreeg om soms wel driehonderd lettergrepen per minuut de zaal in te slingeren (het gemiddelde ligt op ongeveer tweehonderd). Leerling-stenografen werd een vaste aanstelling beloofd als zij Scheps konden bijhouden.

De Stenografische Dienst begon in 1849 met acht werknemers. Nu zijn het er al meer dan zestig. Die wisselen elkaar tijdens debatten om de vijf minuten af. Anderhalf uur na beëindiging van een betoog heeft de dienst het stenografisch verslag af.

De beroemdste in al die jaren is in elk geval Willem Drees, die van 1907 tot 1919 als stenograaf kennismaakte met de Tweede Kamer. En om maar even aan te geven dat het vak van stenograaf niet voor iedereen is weggelegd, citeert Bonenkamp uit het keuringsrapport dat over Drees werd gemaakt na diens sollicitatie. 'Er zijn redenen om aan te nemen, dat zijn gestel niet bestand zal zijn tegen den tegenwoordig zoo zwaren dienst.'

Drees werd later Haags wethouder, Tweede-Kamerlid, minister en tien jaar lang premier.

Meer over