Zelfs over veilige sushi is discussie

Van onze correspondentMerlijn Schoonenboom

BERLIJN -Angstgevoelens per land worden weliswaar niet gemeten, maar de feiten in Duitsland zijn op z'n minst opmerkelijk: de afgelopen dagen zijn er honderden geigertellers verkocht, hoewel daar anders nauwelijks belangstelling voor bestaat.


Op de Duitse televisie wordt ondertussen serieus over het gevaar van sushi gesproken. Op Amazon.com is het boek Die Wolke van Gudrun Pausewang opnieuw een verkoophit - het beroemde kinderboek uit 1987, waardoor een hele generatie jonge Duitsers de angst voor een tweede Tsjernobyl ingepeperd kreeg.


En bondskanselier Angela Merkel heeft dinsdag, als een zorgzame moeder des volks, zeven kerncentrales laten sluiten. Ze worden onderzocht op hun resistentie tegen natuurrampen. Niet dat die te verwachten zijn, maar: 'Als het in Japan kan', zegt Merkel, 'dan kan je in Duitsland niet overgaan tot de orde van de dag'.


Het is ook de Duitsers zelf niet ontgaan: de ramp in Japan lijkt nergens zo gepaard te gaan met zorg voor zichzelf als in Duitsland. Als reactie daar weer op leggen diverse commentatoren het eigen volk al op de divan: want hoe kunnen Japanners stoïcijns blijven, terwijl Duitsers het einde der tijden zien naderen?


De afgelopen dagen is zelfs het beruchte begrip 'German Angst' weer opgedoken. Het leek een begrip van vroeger; het stamt van Amerikaanse commentatoren uit de jaren tachtig, in eerste instantie bedoeld om de risicomijdende houding van Duitse bedrijven te bespotten.


Al snel drong het begrip ook door in het Duitse spraakgebruik. Politici, journalisten, komieken; men gebruikte het graag om de vermeende Duitse klagerigheid te bekritiseren. Dat paste vooral in die tijd goed: de jaren tachtig was de tijd van de Koude Oorlog, de werkloosheid was enorm en Tsjernobyl werd in 1986 tot een nationale ramp uitgeroepen.


Deze German Angst zou voorbij zijn, schreef Die Zeit opgelucht eind 2009. Op het hoogtepunt van de economische crisis bleek uitgerekend in Duitsland weinig sprake te zijn van paniek. Ook het flinke terreuralarm van december 2010 maakte bij het publiek slechts gelaten reacties los.


Maar nu, met een ramp op een paar duizend kilometer afstand, zijn de symptomen niet te missen. Politiek en media zetten dagelijks met volle kracht in op de angst voor dat wat de Super-GAU wordt genoemd; de 'größter anzunehmender Unfall'.


Maar klopt daarmee ook de diagnose? Heeft 'Japan' inderdaad een diepe 'nationale angst' losgewoeld?


Jazeker, vindt Sabine Bode, Keuls journaliste, die in 2006 een boek over deze 'Duitse ziekte' schreef. Volgens haar 'raakt de ramp in Japan aan iets dat al sinds decennia in de Duitse collectieve herinnering gebrand staat: de herinnering aan de oorlogsjaren en de ellende erna'.


De zorg rond kernrampen staat immers niet op zichzelf. Duitsland, zo luidt de populaire omschrijving van de German Angst, zou een land zijn waar sowieso op de gevaren van van alles wordt gewezen. Men gaat er het meest ter wereld naar de dokter, en er worden keurig ieder jaar angstonderzoeken gepubliceerd. Want Duitsers, zegt politicoloog Manfred Schmidt, die jaarlijks commentaar levert bij één daarvan, koesteren nu eenmaal een sterker 'verlangen naar veiligheid'.


Spiegel Online liet deze week dan maar een ingeburgerde Engelse redacteur over het fenomeen schrijven. Hij signaleert een diep Duits 'verlangen naar de Heile Welt, de perfecte wereld, waarin het risico van een nucleaire ramp geen plaats mag hebben'. Een verklaring kan hij echter niet vinden, en hij grijpt zelfs wat ironisch terug op Germaanse tijden: de tijd van donkere bossen, toen men niet graag het huis verliet.


Bode zoekt de verklaring in de gezinspsychologie. Volgens haar hebben de Duitsers decennialang, gekweld door schuldgevoelens, hun eigen oorlogsleed verdrongen. De naoorlogse generatie heeft een soort angstneurose opgelopen, en die op de nieuwe generaties overgedragen. En die angst, zegt ze nu, 'laat ons, kort gezegd, geigertellers kopen'.


Toch weer de oorlog dus? De medische wetenschap vindt de aanname van 'nationale angsten' onzin. Volgens Borwin Bandelow, een nationaal bekende angstonderzoeker aan de universiteit van Göttingen, bestaat er geen enkel verband tussen oorlogservaring en een sterke reactie op rampen ver weg.


Hij hecht meer aan een maatschappelijke verklaring voor de Duitse stemming rond 'Japan'. De zorgen líjken meer aanwezig, vertelt hij, omdat er simpelweg dramatischer over atoomgevaar geschreven wordt. Dat komt omdat Duitsland al decennia een sterke milieubeweging heeft, die sterk verbonden is met de vredesbeweging. Duitsland lag in de Koude Oorlog immers midden tussen de kernmachten.


In deze verklaring drukken de Duitse media en politiek dus gewoon op de knoppen die het grootste emotionele effect hebben. Er zou zich hierbij echter geen diep 'nationaal kenmerk' openbaren, maar de specifieke zorg voor een kernramp.


Met andere woorden: angst voor kernrampen verkoopt, maar in Duitsland nog een beetje meer. En dat is terecht, vindt men bij de Berliner Morgenpost. 'De ramp in Fukushima', zo luidde woensdag het commentaar, toont 'dat German Angst toch geen overdreven Duitse gevoeligheid is'. De buurlanden, schrijft de krant, hebben ons vaak genoeg uitgelachen, maar de realiteit heeft Duitsland gewoon gelijk gegeven.


Meer over