Analyse

Zelfs met Armenië bakt Erdogan nu zoete broodjes

Een man draagt bezittingen uit zijn huis in Azerbeidzjan, dat door Armeense beschietingen is beschadigd. Turkije koos de kant van Azerbeidzjan in de gevechten tussen Armenië en Azerbeidzjan over het omsterden gebied Nagorno-Karabach in 2020. Beeld AP
Een man draagt bezittingen uit zijn huis in Azerbeidzjan, dat door Armeense beschietingen is beschadigd. Turkije koos de kant van Azerbeidzjan in de gevechten tussen Armenië en Azerbeidzjan over het omsterden gebied Nagorno-Karabach in 2020.Beeld AP

Tot anderhalf jaar geleden lag Turkije in de clinch met bijna alle landen in de regio. Nu lijkt president Erdogan op een missie de conflicten een voor een te sussen. Zelfs dat met Armenië.

Rob Vreeken

De agenda’s trekken voor de volgende bijeenkomst: meer resultaat zat er niet in voor het eerste gesprek tussen officiële vertegenwoordigers van Turkije en Armenië dat vrijdag in Moskou plaatsvond. Toch was het een historische ontmoeting, na drie decennia van vijandschap. Beide landen zeggen te streven naar ‘normalisering van de betrekkingen’.

De toenadering is bovendien de zoveelste wending op rij in het buitenlands beleid van de Turkse regering. Anderhalf jaar geleden had Turkije conflicten met bijna alle landen in de regio, van Egypte tot Saoedi-Arabië en van Israël tot Irak. Met Griekenland en Cyprus dreigde een militaire botsing over gasboringen in zee. Begin vorig jaar daalde in Ankara het besef in dat het zo niet langer kon. Sindsdien is Turkije de ruzies een voor een gaan sussen.

Ook Armenië kan nu worden afgevinkt. Beide landen wezen gezanten aan om een eind te maken aan de vrieskou in de relatie. De Turkse topdiplomaat Serdar Kiliç en vicevoorzitter Ruben Rubinyan van het Armeense parlement maakten daar vrijdag een begin mee. Beide partijen lieten weten dat het gesprek in een ‘positieve en constructieve sfeer’ was verlopen.

Armeense genocide

Tussen de buurlanden bestaat al bijna dertig jaar onmin. Turkije was er snel bij om na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie de nieuwe staat Armenië te erkennen, maar van diplomatieke betrekkingen kwam het nooit. In 1993 immers brak een oorlog uit tussen Armenië en Azerbeidzjan over de regio Nagorno-Karabach, en Turkije koos daarin partij voor Azerbeidzjan. De Azerbeidzjanen behoren tot de Turkse volkeren. De grens tussen Armenië en Turkije werd gesloten, de handel viel stil.

Turkije toonde zich eens te meer een bondgenoot van Azerbeidzjan toen dat in 2020 opnieuw met Armenië in gevecht raakte over Nagorno-Karabach. Vooral dankzij de hulp van het Turkse leger, dat volop drones inzette, wonnen de Azerbeidzjanen. Zij kregen een flink deel van het omstreden gebied terug.

Hoewel Turken en Armeniërs hebben besloten die episode achter zich te laten, hangt over de relatie tussen de twee naties een veel groter trauma: dat van de Armeense genocide van 1915. Over de geschiedschrijving daarvan zullen de partijen het nooit eens worden. Zelfs de term ‘genocide’ is voor de Turken taboe.

Dat belet de twee regeringen echter niet concrete stappen te zetten. Eind vorig jaar werd aangekondigd dat in februari het luchtverkeer tussen Jerevan en Istanbul weer op gang komt, na een pauze van drie decennia. Armenië zegt te verwachten dat ook de landsgrens opengaat en dat diplomatieke banden worden aangeknoopt.

‘Dooi’ en ‘normalisering’ zijn sinds kort de sleutelwoorden in het buitenlands beleid van Ankara. De regering van president Recep Tayyip Erdogan is wat dat betreft van ver gekomen. Ooit, tot zo’n tien jaar geleden, was de officieel beleden strategie om ‘nul problemen’ met de buren te hebben, maar sindsdien pakte dat in het tegendeel uit.

Ruzie over vluchtelingen

Het dieptepunt werd bereikt in 2020. Met een reeks Arabische landen (Saoedi-Arabië, Egypte, Syrië uiteraard, de Verenigde Arabische Emiraten) lag Turkije in de clinch. In de Middellandse Zee stond de Turkse marine op scherp vanwege het conflict met Griekenland en Cyprus over de gasvondsten ter plekke. Met de EU was de relatie slechter dan ooit, nadat Erdogan had gedreigd ‘de poorten naar Europa’ open te zetten voor vier miljoen Syrische vluchtelingen. Met de VS had Turkije ruzie over de aanschaf door Ankara van een Russisch luchtafweersysteem.

Vóór het schip van de Turkse diplomatie finaal op de klippen liep, heeft Erdogan echter een flinke draai aan het stuurwiel gegeven. Met iedereen worden weer zoete broodjes gebakken. Met Egypte, Griekenland en Israël wordt constructief gepraat en met de voorheen verguisde Emiraten is het helemaal hosanna. Politicoloog Talha Köse repte vrijdag in zijn column in de regeringsgezinde krant Daily Sabah van een ‘keerpunt’ in het buitenlands beleid.

Volgende maand zet Erdogan de volgende opmerkelijke stap. Dan brengt hij een officieel bezoek aan Saoedi-Arabië, het vaderland van de journalist Jamal Khashoggi, die in oktober 2018 in het Saoedische consulaat in Istanbul – tot woede van de Turken – in stukken werd gehakt door een speciaal daarvoor ingevlogen team van de Saoedische inlichtingendienst. Spannendste vraag: gaat Erdogan in Riyad de hand schudden van de man die hoogstwaarschijnlijk opdracht gaf tot de moord, kroonprins Mohammad bin Salman?