Zelfs honden zijn aan Nederlanders gewend

Zo'n 1400 Nederlandse militairen zijn in Irak gelegerd. Een nachtelijke patrouille voert langs benzinepijpleidingen en plekken waar knutselbommen kunnen liggen....

Eerder in de nacht moeten sergeant Ralf van de Charlie-compagnie en zijn mannen twintig minuten wachten voordat de Irakezen, in slaap gesukkeld na een dag zonder eten en drinken, hun kleding en wapens bij elkaar hebben geraapt.

Toch geeft Ralf (de legerleiding in Irak wil geen achternaam in de krant) de samenwerking met Irakezen 'honderd punten'. Dat geldt voor de Nationale Garde, het Iraakse leger-in-opbouw. Bij de politie 'moet de bezem er flink doorheen', zoals een Nederlandse officier het uitdrukt.

Al Khidr is een onooglijk stadje in de provincie Al Muthanna, waar in totaal zo'n 1400 Nederlanders gelegerd zijn. 's Nachts zijn er vooral honden op straat. 'Ze blaffen niet meer, zelfs de honden zijn aan ons gewend', zegt Ralf. Op de markt van Al Khidr, waar het ruikt naar rottend voedsel en urine, reageren een paar oude mannen in plastic stoelen niet als de gemengd Iraaks-Nederlandse patrouille passeert.

Vier jongens groeten daarentegen vrolijk. Ze maken muziek met zelfgemaakte trommels en fluiten. Ralf vraagt Ayad, de fragiele Iraakse tolk achterin de Mercedes Benz-jeep, naar het waarom van het kabaal. 'Ze maken de mensen wakker omdat die straks moeten eten', verduidelijkt Ayad, en duikt weg in zijn veel te grote trui. Het is knap koud, na een dag waarop de temperatuur tot ruim boven de 40 graden gestegen is.

De eerste stop van de patrouille is bij een benzinestation. 'Hier hebben we versperringen geplaatst op verzoek van de eigenaar', vertelt Ralf. 's Nachts vormen zich al rijen auto's voor het tankstation, overdag kan het een chaos zijn. Benzine en olie vormen een begeerd goed. De oliepijplijn naar de stad Basra is in deze regio 'doelwit nummer één van criminelen'. Ralf: 'Ze schieten er een gat in, en dan maar aftappen.' Grote aanslagen op de pijplijn, zoals in Basra, zijn in de 'Nederlandse provincie' uitgebleven. De patrouille gaat op zoek naar de pijplijnpolitie, een van de vele veiligheidsdiensten in het gebied. De bewakers zijn onvindbaar.

De tocht voert langs een kruispunt waar Nederlanders en Irakezen soms samen een checkpoint bemannen. In de tijd dat Ralf naar Irak kwam, drie maanden geleden, werd de controlepost met mortiergranaten bestookt. Gewonden vielen er niet, en Ralf heeft 'niet de indruk dat de aanvallen specifiek tegen de Nederlanders gericht waren'.

Een rechtstreekse, betrekkelijk nieuwe dreiging vormt de knutselbom, officieel: een geïmproviseerd explosief voorwerp. Een collega van Ralf raakte deze maand gewond toen zo'n ding ontplofte langs de weg waarop hij met een konvooi reed.

Als de patrouille een stuk woestijn met struikgewas bereikt, denk je onwillekeurig aan de knutselbom. Op het Nederlandse kamp in Al Khidr hangt een foto van een boomstronk waarin explosieven zijn aangetroffen.

Niet voor niets zijn de patrouilles onvoorspelbaar: 'Nooit een vaste route, nooit op hetzelfde tijdstip.' Op dit moment beschikken de Nederlanders niet over geavanceerde apparatuur om de explosieven op te sporen. Minister Kamp van Defensie heeft tijdens zijn bezoek aan Irak, afgelopen week, beloofd dat de troepen rond de jaarwisseling speciale 'verklikkers' van Britse makelij krijgen. Die moeten nog gekocht worden. Wonderen mogen er volgens experts niet van verwacht worden. Het Israëlische leger, dat over de modernste spullen beschikt, heeft tijdens de bezetting van Zuid-Libanon vele militairen verloren als gevolg van roadside bombs.

De gemengde patrouille eindigt zonder incidenten waar ze begonnen is, op de kazerne van de Nationale Garde. Sergeant-majoor Latif Nadel stapt tevreden uit zijn Nissan-truck. Hij prijst de Nederlanders die zijn troepen trainen en voorzien van materieel, van schoenen tot wapens. Maar de hulp is tijdelijk, beklemtoont hij: 'Na de verkiezingen (volgens plan in januari, red.) moeten de buitenlandse troepen vertrekken. Dan is Irak onafhankelijk, en zijn we zelf verantwoordelijk.'

Nadel voegt zich bij zijn manschappen in de eetzaal. Aan Adil, een Nederlandse militair van Marokkaanse afkomst, gaat ramadan voorbij. 'Vasten is niet te combineren met mijn werk, ik moet steeds inzetbaar zijn voor patrouilles.' Nederlandse militairen in Irak voeren momenteel 25 tot 30 patrouilles per etmaal uit. Het ergert hen dat in eigen land de indruk bestaat dat ze amper van hun bases komen, sinds wachtmeester Jeroen Severs bij een hevige schietpartij op 14 augustus om het leven kwam. Defensie meldde kort daarop dat de patrouilles tot een minimum beperkt waren. 'We zijn al lang weer op het niveau van vóór 14 augustus', aldus overste Cees Matthijssen, commandant van de troepen.

Wel willen de Nederlanders 'minder zichtbaar' zijn, sinds de formele machtsoverdracht door de Amerikanen aan de Iraakse interim-regering, afgelopen zomer. Ze zijn minder aanwezig in stedelijke gebieden, en meer in de immense woestijn, waar de sterk onderbemande Iraakse grenspolitie opereert.

De Patria-pantservoertuigen, die vooral werden gebruikt in de dagen na de dood van Severs, blijven meestal achter op de bases. Patrouilles vinden bij voorkeur plaats in open voertuigen. Want ook na twee dodelijke Nederlandse slachtoffers is het devies: zoek contact met de bevolking, vergaar zo veel mogelijk informatie, kweek goodwill. Dat komt de eigen veiligheid ten goede.

Zo redeneren ook de troepen die zich toeleggen op civiel-militaire samenwerking (CIMIC, in het jargon). Talrijke hulpprojecten zijn dankzij de Nederlanders tot stand gekomen: van een internetcafé voor vrouwen tot een rondweg om As Samawah, de provinciehoofdstad. Volgende maand is de weg klaar, en hoeven Amerikaanse konvooien op weg naar Bagdad niet meer door het stadscentrum te denderen. De Amerikanen hebben daar meer dan eens slachtoffers gemaakt. Dat komt het imago van de internationale coalitie in Irak niet ten goede, stellen de Nederlanders bitter vast.

In een regio met werkloosheidscijfers ver boven de 50 procent is een baan bij het leger, de politie of een andere veiligheidsdienst zeer in trek. 'Je hoeft maar met je vingers te knippen, en je hebt duizend rekruten', zegt kolonel Cees de Jong, de hoogste Nederlandse militair in Irak.

Maar er zit veel kaf onder het koren. Vooral de loyaliteit van de politie aan de internationale troepenmacht laat te wensen over. Veel Irakezen zien landgenoten in uniform als collaborateurs. Misschien, opperen Nederlandse militairen, was angst voor represailles de reden dat de politie niet ingreep toen Jeroen Severs in augustus onder vuur kwam te liggen.

Op de brug over de Eufraat waar in mei een andere Nederlander sneuvelde, sergeant Dave Steensma, wemelt het nu van de geüniformeerde Irakezen. Een Nederlander mompelt goedkeurend: 'Ze leren het wel.' Kolonel De Jong: 'Ons doel is te vertrekken zonder dat het tot destabiliteit leidt.'

Meer over