Zelfs het licht schreeuwt

In Eraserhead, het debuut van David Lynch, speelt het geluid minstens zo'n belangrijke rol als het beeld. Alles kraakt, knarst, druipt en dreunt. En hoe aandachtiger je luistert, hoe geheimzinniger het wordt.

KEVIN TOMA

Een gruwelijk geluid om nooit te vergeten. Dat maakt de monsterlijke baby uit David Lynch' Eraserhead (1977), wanneer vader Henry even geen aandacht schenkt. Zoals het ingekapselde wezen er eerder uitziet als een afgestoten kalfsfoetus dan als een klein mens, zo kermt het even krankzinnige als deerniswekkende klanken die slechts in de verste verte aan een baby doen denken. Je hoeft er maar naar te luisteren om het afzichtelijk te vinden.

David Lynch (Blue Velvet, Wild at Heart, Mulholland Dr.) is een van de weinige regisseurs, zo niet de enige, die letterlijk een eigen geluid heeft. En dat geluid begint bij zijn debuutfilm Eraserhead, die nu opnieuw door het EYE Filminstituut wordt uitgebracht, in de door Lynch zelf opgekalefaterde versie. Alles kraakt, knarst, druipt en dreunt aan Eraserhead, zoals alleen films van Lynch dat doen. Je zou de film bijna met de ogen dicht als een echte Lynch kunnen herkennen, puur aan de krachtige soundtrack, die de fragmentarische en nachtmerrie-achtige plot tot één hechte, alternatieve werkelijkheid smeedt. 'Een droom van duistere en verontrustende dingen', zoals Lynch de film zelf noemde tijdens de première.

Maar wat het geluid van Eraserhead echt bijzonder maakt, is dat je nauwelijks onderscheid kunt maken tussen muziek en sound design. Lynch en geluidsontwerper Alan Splet schiepen een klankcollage die het ene moment helemaal los staat van de beelden en vooral een atmosferische functie heeft, en vervolgens het natuurlijke geluid van de getoonde wereld blijkt te zijn. Muziek is geluid en geluid is muziek in Eraserhead.

Daarmee krijgt het geluid ook eerder de taak voor een troebele, duistere sfeer te zorgen, dan dat het je luid en duidelijk door het verhaal voert, zoals dat bij de meeste conventionele films gebeurt. Voor zover er überhaupt van een verhaal sprake is: Eraserhead speelt zich af in een vergruisde versie van de werkelijkheid, tegen een geblakerd decor van puin, afval en industrie; de nogal schuchtere Henry Spencer, een ploeteraar met een rechtopstaand kapsel en een constant verbaasde blik, werkt er in een drukkerij, maar komt het huis niet meer uit zodra zijn vriendinnetje Mary is bevallen van hun kindje - of wat die glibberige creatuur ook mag zijn. Veel meer plot valt er van het fascinerend vreemde, maar vaak ook erg afstotelijke Eraserhead niet te maken.

De film, destijds een flop maar nu een cultklassieker, kan dan ook nog net zo'n ontluisterende ervaring zijn als 34 jaar geleden. Sterker nog, hoe aandachtiger je niet alleen naar Eraserhead kijkt, maar ook luistert, hoe geheimzinniger en onbegrijpelijker de film wordt. De geluidsband buldert en borrelt dat het een lieve lust is, en het is lang niet altijd duidelijk waar al die ongrijpbare geluiden vandaan komen, of wat ze te betekenen hebben.

Onderhuids

Wat te denken, bijvoorbeeld, van de scène waarin Henry in bed ligt en naar een streep licht op de muur kijkt: op de geluidsband klinkt vaag, vervormd geschreeuw, dat van karakter verandert wanneer die streep verschuift, en verdwijnt wanneer het weer donker is. Zo'n scène kruipt meteen onder je huid, en gaat het verstand te boven; alsof je het licht zelf hebt horen schreeuwen. Eraserhead loopt over van zulke onpeilbaar bizarre, onwerkelijke en ondraaglijke geluiden. Het blijft dan ook een film die je vooral moet ondergaan en ervaren, zonder er al te graag een zinnig geheel van te willen maken. Een houding die Lynch altijd heeft aangemoedigd door in interviews zo weinig mogelijk op de betekenis van Eraserhead in te gaan. 'Het is een zeer persoonlijke film. In al die tijd is geen enkele journalist, recensent of toeschouwer gekomen met een interpretatie die de mijne is' - dat is zo ongeveer het enige wat hij er inhoudelijk over zegt op de door hemzelf uitgebrachte dvd van Eraserhead. En zoals Lynch altijd heeft geweigerd te vertellen wat Eraserhead voor hem betekent, zo zou hij bijvoorbeeld nooit precies uitleggen hoe hij en Splet de kermende klanken van Henry's baby creëerden. De raadsels van het geluid moesten net zo intact blijven als die van de beelden.

Afval

Een tipje van de sluier wil Lynch niettemin wel oplichten. De oorsprong van alle rare klanken is opmerkelijk genoeg behoorlijk prozaïsch: als basis gebruikten Lynch en Splet louter afgedankt, kant-en-klaar geluidsmateriaal dat ze uit het afval van de Warner Studio's wisten te redden. Lynch vertelt dat op de dvd.

Na de vangst werden de geluiden door Lynch en Splet in hun kleine studio schoon gefilterd, uitgerekt en opgeschroefd, door de equalizer gegooid, van echo's of galm voorzien, de ene keer versneld en de andere keer hoger of lager gemaakt. 'We konden de geluiden precies zo laten klinken als we wilden', zegt de in 1994 overleden Splet in een interview met journalist en editor Kenneth George Godwin uit 1981. 'Daar deden we een aantal maanden over, en toen hadden we nog eens zes maanden tot een jaar nodig voor de montage.'

Fabrieksleven

Het was een uiterst intuïtief proces, en het eindresultaat klinkt misschien vooral zoals het klinkt omdat Lynch sommige geluiden nu eenmaal interessanter vindt dan andere. 'Er is niet één specifiek soort geluid waar ik van houd', zegt hij weliswaar in John Alexanders boek The Films of David Lynch (1993). 'Maar als ik moest kiezen, dan koos ik voor fabrieksgeluiden. Ik houd van het idee van fabrieken en fabrieksleven, waarschijnlijk omdat ik er zo weinig van afweet. Ik kan me er een wereld bij voorstellen, en zo kom ik in gedachten op een grotere plek waar veel vreemde en mooie dingen kunnen gebeuren.'

Dus vult de geluidsband van Eraserhead zich met gehamer en diepe industriële bastonen zodra Henry zich buiten zijn appartement waagt, een oneindig landschap van buizen en koeltorens, damp en rook. Af en toe klinkt een ijle stoomfluit, misschien van een passerende trein, of prikt het vervaagde geluid van een orgel door de donkere klanken, alsof er ergens in de verte een kermis is.

Binnenskamers boetseert Lynch de ene bedrukkende stilte na de andere, door bijvoorbeeld het geruis van luchtfilters of het gesis van de verwarming op de voorgrond te plaatsen, of met het eenzame getik van een grammofoonspeler die in de laatste groef van een plaat blijft hangen; een geluid dat in de tv-serie Twin Peaks (1990-1991) en Lynch' laatste speelfilm Inland Empire (2006) eveneens voor een doodse sfeer zorgt.

Stilte die als een verstikkende rook in kamers hangt: het is wellicht Lynch' typerendste geluid. Alle kamers waar de films van Lynch belanden, raken met zulke nerveuze, bijna elektrisch geladen stiltes gevuld. Room tone is de naam die er in het vakjargon van geluidsontwerpers voor wordt gebruikt: een van allerlei gevoelens zwanger geluid, 'dat je hoort als er een stilte valt, tussen de gesproken woorden en de zinnen', licht Lynch toe in Chris Rodleys Lynch on Lynch (1997).

Lynch maakt er altijd veel werk van om precies de juiste room tone te treffen. Zo haalde hij in Lost Highway (1997) en Mulholland Dr. (2001) de muziek van Angelo Badalamenti door de mangel om er soms een diep, bijna niet meer te identificeren gegrom van te maken dat restaurants, slaapkamers en onschuldig ogende binnen-erfjes in griezelige ruimtes verandert. En om het huis uit Lost Highway bedrukkend en dreigend te laten klinken, gebruikten hij en zijn geluidsteam de galm van kerken en het geruis van airconditioners en koelkasten, die geluiden nu weer zwaar vertragend, dan weer achterwaarts afspelend; telkens dezelfde knutsel- en kneedmethode die Lynch en Splet al bij Eraserhead hanteerden.

Het mooiste, misschien wel meest verontrustende voorbeeld van room tone uit Eraserhead rust echter op een onversneden, zo goed als onbewerkt geluid. Wanneer Henry voor het eerst een bezoek brengt aan de ouders van Mary, zitten ze een tijdlang uiterst ongemakkelijk tegenover elkaar in de woonkamer. Het gesprek hort en stoot, oogcontact is er nauwelijks. En daarbij hoor je voortdurend een naargeestig, dierlijk gepiep, dat meteen een naar smaakje aan de ontmoeting geeft, zonder dat het zich laat thuisbrengen. Pas na een minuut brengt Lynch uitsluitsel, en zie je dat het geluid bij een hond en haar pasgeboren puppies hoort.

Fantastisch hoe hij dat hondengepiep een tijd lang voor zich laat spreken, voordat het door het beeld van de teef en haar puppies concreet wordt gemaakt. In de scheef getrokken wereld van Eraserhead gaat zo'n alledaags geluid al snel gestoord en onaards klinken, en sorteert het een direct, irrationeel effect dat normaal gesproken in films aan de muziek voorbehouden blijft. 'Geluid is bijna als drugs', zei Lynch in 1990 tegen The Hollywood Reporter. 'Het is zo puur dat het iets met je doet, zodra het je oor binnengaat.'

Geen wonder dat iemand die zo precies en intuïtief aan het hallucinante geluid van zijn films knutselt, uiteindelijk de overstap naar pure, autonome muziek maakt. Lynch is altijd al componist geweest; hij schreef mee aan het talloze malen gecoverde liedje In Heaven uit Eraserhead, en met Badalamenti componeerde hij zowel het liedje Mysteries of Love uit Blue Velvet als de muziek uit Twin Peaks. Maar dat alles in nauw verband met zijn films, terwijl Lynch nu zijn werkzaamheden als regisseur in de ijskast heeft gezet, en zich volledig richt op de muziek. 'Mijn fans zullen een sterke telescoop nodig hebben om een nieuwe film te zien komen', zei hij maart dit jaar tegen The New York Times.

Lynch' website', absurda.com, heeft met film niet veel te maken en biedt, naast gesigneerde koffiemokken, muzikale experimenten en nooit eerder uitgebracht materiaal van Lynch zelf - en zijn vaste componist Badalamenti. Eind vorig jaar verschenen alvast twee electro-nummers van het op 8 november te verschijnen album Crazy Clown Time, vol onwereldse klanken, duistere ritmes en geknepen vocalen door Lynch' eigen, iele stem; alles heel herkenbaar, typisch en vertrouwd - ook zonder beelden.

Eraserhead Regie David Lynch. Met Jack Nance, Charlotte Stewart, Allen Joseph, Jeanne Bates. In 4 zalen.

---------------------------

Speelfilms van David Lynch ( 65 )

Eraserhead (1977)

The Elephant Man (1980)

Dune (1984)

Blue Velvet (1986)

Wild at Heart (1990)

Twin Peaks: Fire Walk With Me (1992)

Lost Highway (1997)

The Straight Story (1999)

Mulholland Dr. (2001)

Inland Empire (2006)

undefined

Meer over