Zelfs drie bakken bier brengen geen rust in Frans rugbyteam

Een dik jaar na het WK voetbal dreigt opnieuw een Franse ploeg aan bonje ten onder te gaan. Nu zijn de rugbyers onderwerp van spot en afschuw.

PARIJS - Een onmachtige coach plus een spelersgroep die zijn verantwoordelijkheden ontloopt plus tegenvallende resultaten. Dan is in Frankrijk de optelsom snel gemaakt. Knysna deux - dat was de conclusie, meteen na de nederlaag (19 - 14) van het Franse rugbyteam tegen de amateurs van Tonga, een archipel in de Stille Zuidzee met goed honderdduizend inwoners.

Vijftien maanden geleden - het was tijdens de wereldkampioenschappen voetbal in Zuid-Afrika - weigerden de Franse spelers in Knysna (een dorp in de West-Kaap) hun bus uit te komen om de training te hervatten: staking na een aanvaring tussen een speler en de coach in de kleedkamer. Knysna is sindsdien een begrip in Frankrijk. Het staat voor alles wat er mis kan gaan bij een teamsport.

Zo op het eerste gezicht zijn er nogal wat overeenkomsten. Rugby is een grote sport in Frankrijk, van Les Bleus worden prestaties verwacht. Wedstrijden in de Top 14, zoals de profcompetitie heet, trekken even veel toeschouwers als voetbal. De topspelers zijn nationale bekendheden met reclamecontracten, die zorgvuldig hun imago koesteren.

De aanloop naar het wereldkampioenschap in Nieuw-Zeeland beloofde al niet veel goeds. Tijdens de kwalificatiewedstrijden wisten de Fransen niet te overtuigen. Ze leken niet met hart en ziel te spelen, en vooral: er ontstond geen herkenbare speelstijl, er waren geen spelers die boven de anderen uittorenden.

En de spelers die dat, in elk geval door hun uitstraling, wel deden, werden niet geselecteerd. Sebastien Chabal, als de Conan de Barbaar van het rugby eindeloos veel in tv-commercials te zien, mocht bijvoorbeeld niet naar Nieuw-Zeeland. Met als gevolg dat coach en spelers met een zware last op de schouders afreisden.

Die wankelmoedigheid werd tot dusver in het toernooi zonder mankeren voortgezet: halfslachtige overwinningen op Japan en Canada, waar rugby geen sport van betekenis is. Dan een kansloze nederlaag tegen Nieuw-Zeeland.

Tenslotte die beschamende nederlaag tegen Tonga, waarvan sommige spelers in de Franse derde klasse uitkomen. Hadden de Fransen niet in de laatste seconden nog weten te scoren, dan zouden ze de kwartfinale niet gehaald hebben. Nu mogen ze zaterdag aantreden tegen Engeland, de erfvijand die hen vier jaar geleden uitschakelde, toen het WK in Frankrijk was.

Bondscoach Marc Lièvremont, een zuiderling met het hart op de tong, was na de wedstrijd de wanhoop nabij over de futloosheid van zijn spelers. Van hem komt de vergelijking met Knysna. 'Het Franse rugby dreef de spot met de voetballers, vorig jaar', zei hij. 'Maar op een bepaalde manier zijn de rugbyspelers nu ook niet uit de bus gekomen.'

Drie bakken bier liet hij aanrukken om met zijn spelers het falen na te bespreken. Daar kwam weinig van terecht; de spelers knepen er liever tussenuit, om bij hun vrouw of spelersmakelaar uit te huilen. Lièvremont begreep er niets van: 'Ik heb tegen m'n vrouw gezegd: samen slapen kunnen we nog een leven lang, maar dit WK komt nooit meer terug.'

Het mocht niet baten: de coach bleef zitten met z'n bier. En de Franse pers strooide bakken vitriool over de ploeg uit. 'Ik zie geen karakters', concludeerde oud-speler Christophe 'Titou' Lamaison. 'De spelers zijn niet werkelijk betrokken', vond clubtrainer Laurent Travers. 'Een ouder wordende spelersgroep met nogal wat fabricagefouten', analyseerde sportkrant L'Equipe.

Toch, wat de bondscoach ook mag beweren, en hoe hij ook zijn respect voor voetbaltrainer Raymond Domenech mag beleiden, Knysna is voor de rugbyers nog ver weg. Van een breuk tussen spelers en trainer lijkt geen sprake, over scheldpartijen in de kleedkamer of werkweigeringen is niets bekend. En vooral: Frankrijk staat gewoon in de kwartfinale.

Het imago van rugby staat haaks op dat van voetbal. Rugbyspelers zijn mannen uit één stuk die voor elkaar door het vuur gaan, strijden tot de laatste snik en geen kik geven als een tegenstander met zijn volle gewicht op hun handen gaat staan.

Dat beeld is wellicht aan bijstelling toe. Ook rugbyspelers zijn bv-tjes geworden. Zij en hun clubs verdienen goed geld met de verkoop van tv-rechten, het salaris van een speler uit de Top 14 is gemiddeld 13.500 euro netto per maand.

Daar komt bij dat de Franse competitie de rijkste ter wereld is en sterk leunt op spelers uit de rugbylanden van het zuidelijk halfrond: Australië, Zuid-Afrika en Argentinië. Met als gevolg dat Franse spelers ook bij hun club niet altijd op cruciale posten staan.

Voeg daarbij een bondscoach die hen geen zekerheid van spelen geeft, en een bond die nog bestuurd wordt alsof het een amateursport is, dan kan een omgeving ontstaan die niet bevorderlijk is voor gemeenschappelijke ambities. Bondscoach Lièvremont rest niets dan een wanhoopskreet: 'Kom in opstand. Neem het heft in handen. Desnoods zonder mij.'

undefined

Meer over