Zelfs de Hamas-icoon klaagt over onveiligheid

In de Gazastrook is de wanorde groot. Een kleine autobotsing kan uitlopen op een familieruzie met acht doden. De veiligheidsdienst doet niets....

Van 16 tot 86 zijn ze bijeen, wel honderd mannen van de familie Al-Kafarna. Bij de poort van hun diwan, familiehuis, staan jongemannen met de mitrailleurs op de uitkijk. Binnen hebben allen zich rond de mukhtar geschaard, de familieoudste. De opluchting is groot, maandag, want zojuist is ‘voor 90 procent zeker’ de vrede getekend met de familie Al-Masri. ‘Morgen hebben we een gezamenlijke lunch, nodigen we wat afgevaardigden van de Palestijnse Autoriteit uit en dan maken we ons akkoord bekend’, zegt Majid al-Kafarna, de zoon van de neef van de mukhtar.

De ruzie tussen de twee Palestijnse families in Beit Hanoun, in het noorden van de Gazastrook, was de laatste weken nogal uit de hand gelopen. Met pistolen, geweren, mitrailleurs en raketwerpers gingen ze elkaar te lijf. Acht doden zijn er te betreuren - vier van de Al-Masri’s, twee van de Al-Kafarna’s en twee voorbijgangers.

‘Het begon allemaal’, zegt Majid al-Kafarna, ‘met een autobotsing van twee tieners van de twee families. Die jongen van ons had deuken in zijn mooie nieuwe auto en hij reageerde wat nerveus. Ze gingen met elkaar op de vuist en zo kwam van het een het ander. Uiteindelijk heeft hij die jongen van de Al-Masri’s doodgeschoten.’ In de jacht op wraak hebben de families om de beurt controleposten in de stad opgezet om te voorkomen dat rivalen zouden vluchten.

De straatgevechten markeren de wetteloosheid die in de Gazastrook de kop heeft opgestoken sinds de Israëlische nederzettingen zijn ontruimd. Overal zijn wapens en er zijn geen Israëlische soldaten of kolonisten meer om op te schieten. De Palestijnse Autoriteit doet weinig – de macht van de clans in Gazastrook neemt toe. Geen wonder dat onveiligheid, samen met corruptie, het thema is voor de parlementsverkiezingen van woensdag.

‘Vroeger waren er ook familieruzies’, zegt Majid al-Kafarna, ‘maar dat werd meestal met woorden of in het ergste geval de vuisten opgelost. Tegenwoordig heeft iedereen een wapen en doet niemand meer moeite om nog te praten. Maar goed, de Palestijnse Autoriteit is niet in staat de bevolking te beschermen, dus is iedereen op zichzelf aangewezen.’

Het is een ietwat merkwaardige redenering uit de mond van Majid al-Kafarna. Want behalve woordvoerder van de familie is de vijftiger ook generaal-majoor van de Palestijnse veiligheidsdienst – hij heeft de politie in Beit Hanoun onder zich. ‘Inderdaad moet ik de wet handhaven, maar ik ben ook een lid van de familie.’

De wapens in de familie zijn afkomstig van de milities - van Hamas, van de Islamitische Jihad, en van Fatah. De tweede intifada heeft in de Gazastrook in ieder huis een vuurwapen gebracht. Met veel omhaal bezweert Al-Kafarna dat bij de familievete geen wapens van zijn politiekorps zijn gebruikt. ‘Niemand mag zijn mitrailleur meenemen als hij naar huis gaat. Alleen ik heb natuurlijk een pistool bij me.’ En even toont hij het wapen in de broekband.

Het zijn zonder twijfel commandanten als Majid al-Kafarna die Hamas-parlementskandidate Umm Nidal (59) ‘s avonds op het oog heeft als ze, na afloop van een slotmanifestatie van de Hamas-campagne in Gaza-Stad, zegt: ‘Na de Israëlische terugtrekking hebben we de bevrijding nauwelijks kunnen vieren wegens het ontbreken van veiligheid. Geen enkele autoriteit, niemand beschermt de bevolking.’ Umm Nidal, ook wel de moeder van de martelaren genoemd, heeft haar man en twee zonen verloren tijdens de intifada en staat als legende van Hamas op plaats drie van de islamistenlijst.

Het gebrek aan centraal gezag heeft de 25-jarige Suhaib Ashkar gedwongen met de Islamitische Jihad te onderhandelen over compensatie voor de dood van zijn vader Adnan en jongste broertje Yasser. Vlak voor de Israëlische terugtrekking sloeg een zelfgemaakte Qassam-raket in op de eerste verdieping van hun huis in Beit Hanoun. De afzwaaier, eigenlijk bedoeld voor de nabijgelegen Israëlische stad Sderot, kostte zijn familieleden het leven.

‘Het is normaal, volgens de regels van de islam, dat 35 tot 40 duizend dollar wordt betaald ter compensatie van de dood van één individu’, zegt Ashkar. Maar de Islamitische Jihad wilde niet verder gaan dan 11 duizend dollar, en daar zat dan ook geld voor een gewonde broer bij. Heen en weer gepraat, op bezoek bij de Jihad-leiders en Gaza-Stad, leidde slechts tot een kleine verhoging. ‘Ik heb ze uitgescholden. Ik heb tegen ze gezegd dat die baarden van ze niets met de islam te maken hebben.’

De inslag van de afgezwaaide raket in Beit Hanoun is geen uitzondering – alleen vallen er zelden doden bij. Vanuit het raam waar de raket bij de familie Ashkar insloeg is het heuveltje te zien waarvandaan de Islamitische Jihad ze afschiet. ‘Ze rijden hier open en bloot rond’, zegt buurman Mohammed Talalka. ‘Soms hebben ze een bivakmuts op, maar meestal niet.’

Zeker, de strijders hebben beloofd voortaan hun raketten elders te lanceren. ‘Maar laatst’, zegt Suhaib Ashkar, ‘zagen we hier weer een voorbijvliegen.’ Op de vraag of de politie de raketbrigaden ook opspoort, klinkt alleen hoongelach.

Meer over