Zelfreiniging IOC begint met voorjaarsschoonmaak

De bezem ging, zoals afgesproken, tijdens de voorjaarsschoonmaak door het eigen huis. Eind vorig jaar telde het Internationaal Olympisch Comité nog 114 leden....

'We staan aan het eind van een nieuw begin', parafraseerde IOC-lid Dick Pound, de voorzitter van de commissie die het IOC-schandaal onderzocht, Winston Churchill. Het ontslag van de tien is nog maar een begin van de 'zelfzuiverende maatregelen'. Er komen nieuwe regels bij het kiezen van olympische steden en een speciale werkgroep, IOC 2000, gaat het IOC de komende maanden doorlichten en vervolgens veranderingen aanbevelen.

Negentig mannen en vrouwen zaten er gisteren in de vergaderzaal van het Palais de Beaulieu. Enkele IOC-leden hadden afgezegd, het negental dat tijdens de Winterspelen van Nagano tot de olympische familie was geroepen - onder wie Willem-Alexander - was niet stemgerechtigd. Zij worden pas in juni beëdigd.

Het werd een sombere sessie, vertelde Pound over de besloten bijeenkomst. 'Het is nooit leuk om over je collega's te moeten oordelen.' Het onderzoek van Pounds commissie bracht aan het licht dat vierentwintig van zijn collega's zich zouden hebben misdragen tijdens bezoekjes aan de olympische kandidaatstad Salt Lake City.

Vier stapten al eerder uit eigen beweging op, zes anderen werd gisteren de deur gewezen. Eén verdachte, Rene Essomba uit Kameroen, was overleden toen de onthullingen geopenbaard werden. Drie leden werden door Pound cum suis geheel van de verdenkingen vrijgesproken, tien kwamen er weg met ernstige, strenge of lichte waarschuwingen. Tegen een van de verdachten, de machtige Koreaan Kim Un-Yong, loopt het onderzoek nog.

Anton Geesink behoorde tot de categorie die een lichte waarschuwing kreeg. De voormalige judoreus werd in januari al berispt. Voor hem, maar ook voor de andere IOC-leden die door het dagelijks bestuur op deze manier op hun vingers werden getikt, was daarmee de kous af. Er werd gisteren dus ook niet meer over de vijfduizend dollar, die Geesink voor zijn mobiele academie kreeg van de stad in Utah, gesproken. Toch, zei hij, was het 'een zware en voor sommige leden een heel emotionele dag.'

De olympische kampioen van 1964 doelde op Augustin Arroyo, Zein El Abdin Ahmed Abdel Gadir, Jean-Claude Canga, Lamine Keita, Sergio Santander Fantini en Seiuli Paul Wallwork, die tijdens de 108ste IOC-sessie hun biezen konden pakken. Het Belgisch IOC-lid Jacques Rogge legde, toen hij de straffen verklaarde, een parallel met het leger. 'Je kent binnen de krijgsmacht een aantal straffen, van huisarrest tot aan de kogel. Deze zes krijgen de kogel. Uitsluiting is, kortom, een heel zware straf voor een IOC-lid.'

Nooit eerder in de 105-jarige IOC-historie werden leden gedwongen te vertrekken. De zes verdachten mochten hun zegje doen, ze kregen twintig minuten spreektijd om hun zaak te verdedigen. IOC-lid Hein Verbruggen vertelde achteraf dat ze het 'waardig' deden. 'Maar ze waren kansloos, de bewijzen tegen hen waren nu eenmaal overweldigend.'

Het Congolese lid Jean-Paul Ganga hield het vurigste pleidooi. Van de zes gestraften komen er drie uit Afrika, twee uit Zuid-Amerika en een uit Oceanië. Had Ganga op voorhand nog gedreigd het woord 'discriminatie' in de mond te nemen, de man die verantwoordelijk was voor de Afrikaanse olympische boycot van 1976, hield zich in.

Hij ontkende ooit baar geld voor zichzelf te hebben aangenomen van het biedingscomité van Salt Lake City (hij had als bewijs een stapel credit card-nota's mee naar Lausanne genomen), wel gaf hij toe gratis medische hulp te hebben geaccepteerd. Het geld dat hij had ontvangen, was voor de Afrikaanse sport geweest. Hij had het contant aangepakt, omdat 'de banken in mijn land niet goed werken'. Ganga veroordeelde Pound wegens 'te haastig werken. Hij is voor zijn onderzoek maar twee dagen in Salt Lake City geweest'.

Natuurlijk, zei Ganga, had hijzelf enkele misstappen begaan, maar dat was 'nu eenmaal menselijk'. 'De Olympische Spelen worden door mensen georganiseerd, niet door engelen en heiligen. Als men engelen en heiligen wil, dan moet men de Spelen in de hemel organiseren, en niet op aarde.'

Het mocht niet baten. Van de negentig stemgerechtigden kozen er achtentachtig voor het vertrek van de Congolees. Tweederde van de stemmen was nodig voor uitsluiting.

Paul Wallwork, wiens vrouw een lening van 30 duizend dollar aanvroeg bij de directeur van het biedingscomité van Salt Lake City, kreeg nog de meeste stemmers - negentien - op zijn hand. Maar ook dat waren er te weinig voor de voormalige gewichtheffer van Samoa.

Meer over