Zelfingenomen onnozelheid en iets geniepigs in haar loense blik

Een dame die zich op een zaterdagochtend in alle vroegte over mijn krantenfoto had gebogen, kwam tot een snelle conclusie die ze graag aan mijn moeder mededeelde: 'Wat een lelijke bril heeft uw dochter op.'..

Marjolijn Februari

Ze had natuurlijk gelijk. Maar ik kon het niet helpen een bril kopen is zonder bril nu eenmaal lastig. Pas als de juiste glazen erin zitten, zie je dat je iets hebt aangeschaft waarmee je de komende tijd volledig voor gek zult lopen. En dat zou nog niet eens zo erg zijn, als je niet iedere week pontificaal met die lelijke bril op in de krant moest. Mijn dure, nieuwe bril zal ik dan ook met alle macht uit de publiciteit zien te houden: ik kan me niet te vaak zulke kritiek veroorloven.

Onze staatssecretaris van Cultuur, Medy van der Laan, keek al even onwelwillend naar een schilderij van Jan Steen dat zojuist door het Rijksmuseum is aangeschaft. Het schilderij uit 1655 toont een rijke man die zich op de stoep voor zijn huis met een bedelaar onderhoudt, terwijl zijn dochter van hem weg loopt, de treden af en de gracht op. Van der Laan had zo haar bedenkingen. Ze werd, citeerde de Volkskrant, 'ongemakkelijk van de nederigheid van de bedelaar, in combinatie met de arrogantie van het rijke meisje.'

Deze uitspraak van de staatssecretaris bleef dagenlang in me nazoemen. Ik had de foto van het schilderij uitgeknipt en bekeek hem steeds opnieuw, maar ik kon geen arrogantie aflezen aan het gezicht van het rijke meisje. Haar typisch zeventiende eeuwse bleke en blonde gezichtje zou je net zo goed verdrietig kunnen noemen. Of dromerig. Of zelfs schaamtevol. Al is dat laatste natuurlijk onzin en een 21ste eeuwse projectie.

De staatssecretaris plaatste zich niettemin in een lange traditie door zo hardvochtig te spreken over het kleine, rijke meisje. Sinds het einde van de negentiende eeuw heeft men er moeite mee gehad gunstige eigenschappen te ontdekken in zeventiende eeuwse burgers, schreven E. de Jongh en P.J. Vinken in 1963 in een prachtig artikel over de personages van Frans Hals. Aan het begin van de twintigste eeuw barstte 'de kritiek op de karakters van de voorgestelde personages in alle hevigheid los.'

Het artikel van Vinken en De Jongh biedt vervolgens een hilarisch overzicht van de snelle psychologische oordelen die in de loop der jaren zijn geveld bij het bekijken van zeventiende eeuwse regentenportretten. Als de staatssecretaris zich wat beter in die kunsthistorische traditie had verdiept, had ze vast royaler uitgepakt met haar belediging van het rijke meisje. 'Arrogantie' is als verwijt toch een tikkeltje fantasieloos en saai.

De kunsthistoricus Schmidt-Degener ging bijvoorbeeld heel wat fantasievoller te werk toen hij in 1908 een beschrijving gaf van de regentessen van het Oudemannenhuis die door Frans Hals waren geportretteerd: 'In de grove persoon komt de zich zelf verteerende azijnigheid onverholen aan den dag, die gebalde vuist, de gekrampte hand op het tafelkleed: welk een schraapzuchtige, gevaarlijke megeere. Dan de iets jongere, links gezeten regente: zelfingenomen onnoozelheid en iets geniepigs in haar loenschen blik. Toch lijkt ze nog onschuldig tegenover het bijna satanische schepsel dat rechts voor de tafel gezeten is: de hatelijkste van allen: een hard en heerschzuchtig karakter vol stroeve berekening en welk een koude, bijna wreede blik!'

Vinken en De Jongh waarschuwden in hun artikel ernstig tegen zulke snelle veroordelingen. Het was toch inmiddels wel bewezen, zeiden ze, dat de statische gelaatsuitdrukking op een schilderij of foto ons niets vertelt over iemands innerlijk. Niets over zijn karakter of gevoelens, en over 'de manier waarop hij deze ondergaat'. Als getuige haalden ze de psycholoog Nico Frijda aan, die in zijn proefschrift sprak over een serie foto's waaraan beschouwers de 'vreselijkste torturen en agonie hadden afgelezen. Het bleek te gaan om mensen die wachtten voor een stoplicht.

Dat onze staatsecretaris niettemin zo stellig oordeelde over de arrogantie van het rijke meisje, past helemaal in de moderne kunstinterpretatie volgens sociaal-maatschappelijke lijnen. In de zeventiende eeuw werden regentenportretten nog met bewondering bekeken, maar in de moderne tijd werden ze ikonen van ondeugd en onverschilligheid. De rijke regenten konden vanwege hun overvloed geen goed meer doen. Zodat, lees ik in de Volkskrant, de historicus Simon Schama in 1987 zelfs verzon dat de vader op het portret van Jan Steen 'aarzelt om de bedelaar een aalmoes te geven.'

Toen rond 1900 de kritiek op de karakters van de geportretteerden in alle hevigheid losbarstte, gold dat alleen voor de hogere standen, schrijven Vinken en De Jongh. Ze wijzen erop dat de eveneens afgebeelde vader en moeder van het Oudemannenhuis, behorend tot een lagere stand, van zulke kritiek werden uitgezonderd. Die kregen soms zelfs sympathiebetuigingen van de historici. Maar portretten van regenten en regentessen werden na 1900 onveranderlijk beoordeeld op de 'kille reserve' van de geportretteerden, hun 'macabere apengezichten', hun 'ziel in ontbinding' en hun uitstraling van 'kribbige, bedilzuchtige, bazige matronen en zure oude tantes.'

Na meer dan een halve eeuw is deze obligate kritiek op bestuurders volkomen getitutionaliseerd geraakt en eigenlijk nogal verouderd, schrijven Vinken en De Jongh in 1963. En nu, nog eens veertig jaar later, kan ik moeilijk zeggen dat die veroudering minder is geworden. Ik stel de staatssecretaris van Cultuur daarom graag voor eens na te denken over een andere visie op het regentenportret van Jan Steen dan de laat-marxistische interpretatie waarin je een rijk meisje plompverloren arrogant noemt zonder haar te kennen.

Tot slot nog een mededeling aan de overige lezers. Ik mag de kritiek op mijn nieuwe bril dan voor zijn geweest, u kunt natuurlijk altijd nog kritiek leveren op mijn arrogante oogopslag of mijn heerszuchtige neus. Voordat u nu probeert mij tot een neuscorrectie te bewegen, wil ik Sophia Loren citeren. Toen haar ooit een neuscorrectie werd voorgesteld, dacht ze een tijdje na en zei: 'I think I'll stick to my nose.' Dat lijkt me een verstandig idee. Ook ik houd dus maar vast aan mijn neus hoeveel kwaadaardigheid, kribbigheid, bedilzucht, hoon en kille reserve u er ook in denkt te ontdekken.

Meer over