Cijfers bij het nieuws

Zeldzame doorstartkabinetten krijgen het verlies vaak later geserveerd

Als de onderhandelingen tussen VVD, D66, CDA en ChristenUnie leiden tot een hernieuwde samenwerking, betekent dat de zesde doorstart van een zittend Nederlands kabinet sinds 1900. Zo’n vervolg is vrij zeldzaam, omdat kabinetten vaker worden afgestraft door de kiezer.

Paars II op de trappen van het paleis, na de beëdiging door koningin Beatrix in augustus 1998. De coalitieregering bestond uit Pvd, VVD en D66 en stond onder leiding van Wim Kok. Beeld ANP
Paars II op de trappen van het paleis, na de beëdiging door koningin Beatrix in augustus 1998. De coalitieregering bestond uit Pvd, VVD en D66 en stond onder leiding van Wim Kok.Beeld ANP

In de afgelopen 121 jaar telde Nederland 28 meerderheidskabinetten, nood- en overgangskabinetten niet meegerekend. Hiervan wisten maar zes regeringen verlies te vermijden bij nieuwe verkiezingen. Rutte III is er daar een van. Bij de verkiezingen in maart liep het gezamenlijke zetelaantal van VVD, D66, CDA en ChristenUnie op van 76 naar 78. Door het vertrek van Pieter Omtzigt bij het CDA leunen de vier beoogde coalitiepartijen nu op 77 zetels.

Van de overige vijf winnende kabinetten maakten drie kabinetten een doorstart. Zo ontstonden de regeringen Drees IV, Lubbers II en Kok II, beter bekend als Paars II. De partijen in Drees II en Den Uyl gingen ondanks winst niet opnieuw met elkaar in zee.

Twee vervolgregeringen kwamen op een andere manier tot stand. Het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck II werd in 1922 gevormd na een verkiezingswinst van het voorafgaande minderheidskabinet. De regering-Marijnen is het enige vervolgkabinet dat ontstond na een verlies.

De vijf doorstartregeringen waren geen onverdeeld succes. Waar bijna alle kabinetten begonnen met meer vertrouwen van de kiezer, volgde daarna alsnog hun portie verlies. Vaak groter dan normaal: gemiddeld verliest een kabinet 5,6 procent van alle zetels in de kamer (tot 1952 waren dit er 100), de vervolgkabinetten gemiddeld 9,2. Kok II boekte zelfs het grootste verlies sinds 1900. Het paarse kabinet verloor, na de opkomst van de LPF, 29 procentpunt aan zetels.

Meer over