Zelden machtig, wel kleurrijk geestig en bovenal onafhankelijk

Hij was in het parlement en bij de partijtop zelden populair, maar wel bij kiezers. Die kozen de VVD'er Theo Joekes met bijna 285 duizend voorkeur-stemmen in de Tweede Kamer toen hij op een overkiesbare plaats stond....

HIJ was 26 jaar VVD-Kamerlid, scherp, origineel, erudiet onafhankelijk, populair en vaak een tikje lui. Althans in de Kamer, want hij schreef en publiceerde ook heel wat detectives, verhalenbundels en gedichten. Theodoor Hendrik Joekes (75) overleed dinsdag in Den Haag.

Hij werd laat in zijn carrière vooral gevierd als vice-voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie naar de (te) zwaar gesubsidieerde scheepsbouw. Hij raakte met zijn partij en fractieleiding in conflict en werd op de veertigste plaats gezet bij de verkiezingen van 1986. De kiezers straften deze benepen partijpolitiek af door Theo Joekes het enorme aantal van bijna 285 duizend voorkeurstemmen te geven.

Hij begon als journalist in Londen en studeerde tegen zijn veertigste rechten. Joekes kwam in 1963 in de Kamer op aanbeveling van VVD-leider Oud, die vond dat de kandidaat 'uit een goed nest kwam'. Dat was toen een afdoende aanbeveling.

De liberaal was een slagvaardig debater, die vooral iedereen die zich aan een Shakespeare-citaat waagde meteen kon aftroeven. Rond 1970 leverde hij kortelings kritiek op een tegenbegroting van de PvdA. 'Als dat alles is, dan is die tegenbegroting nog zo gek niet', antwoordde Den Uyl. Joekes: 'Ik kan een klein muisje maar kleine pootjes uitrukken.'

Hij begon als progressief liberaal en riep in 1968 om het aftreden van de rechtse bestuurder en senaatsfractieleider Harm van Riel. Later raakte Joekes steeds meer op de rechtervleugel van de VVD .

Feministen in de Kamer vonden hem een seksist in woord en houding. Hij was altijd hoffelijk tegen en vaak verliefd op vrouwen. Mannen vreesden zijn scherpe tong. Joekes was in het parlement en bij de partijtop zelden populair, maar wel bij kiezers/tv-kijkers. .

Ambitieus was Joekes al gauw niet meer en evenmin een nijver dossierspeurder. Het eerste woordvoerderschap van financiën liet hij graag over aan Van Aardenne en later aan De Korte of De Grave. In 1980 verscheen zijn eerste detective .

In 1982 leek hij zijn laatste periode als Kamerlid in te gaan. Hij kreeg nog wel een plaats in de top van de RSV-enquêtecommissie, vooral omdat hij weinig anders te doen had. Hij beulde zich twintig maanden af in nauwe samenwerking met voorzitter Cees van Dijk (CDA) en Marcel van Dam (PvdA). De scherpe tv-verhoren van de eerste enquête sinds lang waren een nationaal succes. Voor het eerst beleefde Joekes echte roem en hij genoot er zichtbaar van.

Fractieleider Nijpels en zijn adjunct Evenhuis legden de hand op geheime conclusies van de RSV-commissie en probeerden Joekes ertoe te dwingen om partijgenoot-minister Gijs van Aardenne in bescherming te nemen. Joekes weigerde zijn onafhankelijkheid in te leveren en veegde openlijk de vloer aan met de methoden van het leidend duo.

Toen Joekes later naar een onverkiesbare plaats werd gebonjourd, werd er veel gemompeld over oud en lui. Maar na zijn zwaarbevochten RSV-succes klonk zulks niet sterk en bijna iedereen legde het verband met het conflict in de VVD-fractie. Van Aardenne was 'aangeschoten wild' buiten de VVD en Joekes daarbinnen.

De verkiezingen van 1986 werden een triomf voor Joekes en voor de parlementaire onafhankelijkheid. Hij had een voorkeursactie gevoerd met steun van Wiegel, diens schoonmoeder en Vonhoff en kreeg vijfmaal de kiesdeler, eenvijfde van de VVD-stemmen.

In 1989 koketteerde Joekes even met een nieuwe voorkeursactie, vooral om te plagen. Hij zag toch maar af van een volgende termijn, hoewel bejaarden en (vooral ook linkse) fans hem aanmoedigden. Wel schreef hij krantencolumns, meer detectives en dichtbundels en in 1996 zijn memoires. Hij liet zich vaak breedvoerig interviewen.

Joekes was manisch depressief. Door daar als bekende Nederlander openlijk over te praten, doorbrak hij het taboe daarop.

Theo Joekes was zelden echt invloedrijk en niet zeer ambitieus. Maar hij was een hooggekwalificeerd, geestig en kleurrijk parlementariër en werd een treffend symbool van de fiere onafhankelijkheid van zijn métier.

Meer over