Nieuws

Zeker 130 festivalbezoekers Verknipt waren vooraf al besmet, ontdekt GGD Utrecht

Zeker honderddertig bezoekers, en waarschijnlijk veel meer, waren ondanks de verplichte toegangstesten al besmet toen ze in het eerste weekend van juli het festivalterrein van het festival Verknipt op kwamen. Dit concludeert de GGD regio Utrecht uit haar bron- en contactonderzoek onder de besmette festivalgangers.

Bezoekers drommen begin juli in Utrecht samen rond het grote podium op het technofestival Verknipt. Van de ruim 20 duizend bezoekers van het tweedaagse festival testten er naderhand 1.100 positief op het coronavirus.  Beeld Foto Ruud Voest
Bezoekers drommen begin juli in Utrecht samen rond het grote podium op het technofestival Verknipt. Van de ruim 20 duizend bezoekers van het tweedaagse festival testten er naderhand 1.100 positief op het coronavirus.Beeld Foto Ruud Voest

Van de ruim 20 duizend bezoekers van dit tweedaagse technofestival in Utrecht testten er naderhand 1.100 positief. Aan de hand van de Utrechtse data concludeert arts infectieziektebestrijding Putri Hintaran van de GGD regio Utrecht dat deze uitzonderlijk grote virusuitbraak niet is veroorzaakt door een enkele ‘superspreader’. Zo’n 34 procent, oftewel eenderde van de door de Utrechtse GGD onderzochte besmette bezoekers, was volgens haar hoogstwaarschijnlijk al besmet bij aankomst op het festivalterrein.

De casus toont hoe kwetsbaar het werken met toegangstesten is, zelfs met strikt toezicht. Voor grootschalige fraude met testtoegangsbewijzen vond de GGD geen aanwijzingen. Waarschijnlijker is, dat door de lange geldigheid van een negatieve sneltest, destijds 40 uur, veel festivalgangers niet wisten dat ze het virus met zich meedroegen.

De GGD regio Utrecht is deze maand de gangen nagegaan van de kleine vierhonderd besmette Verknipt-bezoekers uit de provincie Utrecht. De overige besmette festivalgangers wonen in andere GGD-regio’s, en zijn niet bevraagd. ‘Ons onderzoek is dus helaas niet volledig’, zegt Hintaran.

Te lang geldig

Veel besmette festivalgangers hadden eerder die week meerdere andere sociale festiviteiten bezocht en zijn daar mogelijk besmet geraakt. Een aantal van die bezochte horecagelegenheden en evenementen was al in beeld bij de GGD, vanwege andere besmette personen die ze eveneens hadden bezocht.

Veel besmette festivalgangers waren ‘losgegaan’ toen 26 juni de coronamaatregelen voor het uitgaansleven grotendeels werden ingetrokken, blijkt uit de data. Uit deze casus wordt duidelijk hoe snel het virus zich kan verspreiden als veel jongeren in korte tijd meerdere feesten bezoeken. Van de onderzochte besmette festivalgangers had zo’n 90 procent in de dagen voorafgaand aan Verknipt ook andere festiviteiten bezocht.

Dat het verplichte toegangstestbewijs 40 uur geldig was, was veel te lang, volgens deskundigen. Toen de besmettingscijfers snel opliepen, zijn de versoepelingen grotendeels teruggedraaid. Deze week werd bekend dat tot september meerdaagse festivals niet mogelijk zijn.

‘Dat 34 procent van de door ons onderzochte besmette festivalgangers waarschijnlijk al besmet was, is opvallend’, zegt de woordvoerder van de GGD regio Utrecht. Je kunt de jongeren niets kwalijk nemen, vindt ze. ‘Van de overheid hadden ze gehoord dat ze mochten feesten.’

Dansen met Janssen

Uit de analyse blijkt ook dat de helft van de besmette festivalgangers uit regio Utrecht minimaal één vaccinatieprik had ondergaan. Hoeveel ervan waren gaan ‘dansen met Janssen’, dus meteen na hun prik met dat vaccin het festival hadden bezocht, is niet bekend. Toen hoefden ze geen negatieve test te overleggen in de eerste twee weken na hun vaccinatieprik.

De GGD regio Utrecht kon dit onderzoek uitvoeren dankzij de gegevens van uitgebreid bron- en contactonderzoek (BCO). Hintaran: ‘Zo hadden we de besmette personen en hun contacten in beeld en konden we de uitbraak observeren en indammen. Voor infectieziektebestrijding is het BCO essentieel.’

Toch is Utrecht de enige regio waar nog volledig bron- en contactonderzoek wordt uitgevoerd, zo is te zien op het coronadashboard van de overheid. Met de snel opgelopen besmettingscijfers zijn veel GGD’s noodgedwongen overgegaan op een ‘uitgekleed’ BCO. De bron- en contactonderzoekers bellen dan alleen nog de personen die positief zijn getest en hebben nauwelijks tijd voor nader onderzoek. Dan kunnen besmettingsclusters niet in kaart worden gebracht.

De GGD regio Utrecht gebruikt sinds januari een zelf ontwikkelde digitale vragenlijst, CoronaCare, om het bron- en contactonderzoek efficiënter uit te voeren. Belt een Utrechtse bron- en contactonderzoeker (BCO’er) een positief getest persoon om deze van de besmetting op de hoogte te stellen, dan krijgt de besmette persoon het verzoek om online binnen drie uur die vragenlijst in te vullen: waar ben je geweest, met wie heb je contact gehad? Daarna belt de BCO’er opnieuw. Alle nauwe contacten krijgen dan bericht dat ze in contact zijn geweest met een besmette persoon. Vervolgens kunnen de BCO’ers patronen in kaart brengen, bijvoorbeeld als meerdere besmette personen op hetzelfde feest zijn geweest.

Digitale vragenlijst

GGD-arts Daan Vermeulen, in een vorig leven consultant in de zorg-ict, heeft de digitale vragenlijst ontwikkeld, samen met een een zorgsoftwarespecialist. Hij vond dat het bron- en contactonderzoek omslachtig werd uitgevoerd, en bovendien met een systeem, HP Zone, dat niet is toegerust op een pandemie. Met de ingevulde vragenlijst heeft een BCO’er al vóór het gesprek veel informatie. Vermeulen: ‘Studenten hebben soms wel zestig contacten gehad in de dagen rond de besmetting.’

De GGD regio Utrecht legt inmiddels 70 procent van de besmette personen de digitale vragenlijst voor, met name die van 16 tot 30 jaar. Met ‘ouderen’ en digitaal niet vaardige personen die positief zijn getest, voeren de BCO’ers het reguliere gesprek. Zo ook als een BCO’er bij het eerste gesprek het gevoel krijgt dat iemand niet gemotiveerd is om de vragenlijst volledig in te vullen. ‘Dat komt bijvoorbeeld soms voor onder bewoners van grote studentenhuizen.’

‘Deed een BCO’er voorheen een à twee gevallen per dag, met deze methode zijn dat er gemiddeld vier en bij volledig digitaal wel tien of twintig’, vertelt directeur Judith Ludding van de GGD regio Utrecht. ‘En belangrijker nog: zo kunnen we aan de hand van contacten beter verbanden leggen en houden we beter zicht op het virus.’

Meer over