Zegt de ene aap tegen de andere...

Blaffen, brullen, piepen: dat dieren elkaar soms iets te melden hebben, lijkt wel zeker, maar hebben hun geluiden ook iets te betekenen? Wat bedoelen ze met 'kwaf-kwaf'?

RONALD VELDHUIZEN

Elk jaar weer halen er een paar het wereldnieuws: dieren die wat taalvermogen betreft een beetje menselijk lijken. Neem de dierentuinolifant Koshik. Die heeft vijf Koreaanse woorden opgepikt van zijn verzorgers. Hij zegt vooral veel 'Goed zo!'. En deze maand stonden kletsende penseelaapjes in de schijnwerpers. Uit een studie gepubliceerd in het tijdschrift Current Biology bleek dat de diertjes elkaar tijdens hun gepiep laten 'uitspreken', zoals de onderzoekers onder leiding van neurobioloog Asif Ghazanfar van de universiteit van Princeton het formuleerden. Ze stellen dat dit misschien de manier is waarop taal bij oermensen is begonnen.

Maar hebben penseelaapjes elkaar iets te vertellen en begrijpt Koshik wat hij zegt? Doen dieren, kortom, aan taal? De eerste stap, zegt hoogleraar gedragsbiologie aan de universiteit van Leiden Carel ten Cate, is aantonen dat een dier verschillende geluiden of gebaren maakt, die elk duidelijk ergens naar verwijzen.

Zo'n betekenis-bingo is voor een handvol diersoorten in het wild inderdaad aangetoond. Een glashelder voorbeeld is dat van vervetaapjes. Die zijn in heel Oost-Afrika te vinden, samenlevend in groepen van tien tot dertig stuks. Wanneer een roofdier in de buurt komt, slaan de vervets alarm.

Om te achterhalen of vervets voor verschillende roofdieren aparte alarmkreten gebruiken, voerden de gedragsbiologen Dorothy Cheney en Robert Seyfarth in de jaren zeventig een slim experiment uit. Bij het verschijnen van drie vijanden - een arend, slang en luipaard - legden de biologen de alarmkreten op geluidsband vast. Daarna speelden ze die roep in de afwezigheid van de roofdieren opnieuw af. De luisterende groep vervets blijkt heel passend te reageren op de verschillende alarmkreten: bij de 'arend'-kreet kijken ze naar de lucht en schuilen ze onder stenen en takken, bij de 'luipaard'- kreet klimmen ze in de dichtstbijzijnde boom en bij de 'slangen'-kreet geven de vervets de grond rondom hun voeten een uitgebreide inspectie.

Hoewel vervetaapjes via alarmkreten dus boodschappen aan elkaar doorgeven, is dat nog geen taal met rijke gespreksstof. 'Een tweede aspect van taal is dat je nieuwe betekenisvolle woorden kunt leren', vertelt Ten Cate. 'Maar dat doen vervets niet.' En, zo voegt hij eraan toe, dat is voor andere diersoorten in het wild eveneens niet of nauwelijks waargenomen.

Nieuwe woorden

Pogingen om beesten in kunstmatige omstandigheden woorden te leren, zijn er wel. Met wisselend succes. De per toeval Koreaans sprekende olifant Koshik is voorafgegaan door taalexperimenten met verscheidene chimpansees, bonobo's, de gorilla Koko en papegaai Alex.

Alex' repertoire mag er wezen. Tot zijn dood in 2007 kende de papegaai honderd woorden die hij in de juiste situaties uitsprak. Alex' trainer, de cognitief psycholoog Irene Pepperberg van Harvard University, schotelde het dier regelmatig een dienblad voor met daarop telkens verschillende aantallen rode en blauwe kubusjes. Pepperberg stelde dan vragen als 'hoeveel blauwe kubussen zijn er?', waarop de papegaai in 8 van de 10 gevallen het goede antwoord gaf. Omdat Alex abstracte concepten zoals kleur en vorm wist te benoemen, vermoedt Pepperberg dat het beestje echt begreep waarover hij het had.

Toch is het maar de vraag of dit soort experimenten werkelijk zoiets aantonen. Dat vindt Johan Bolhuis, hoogleraar cognitieve neurobiologie aan de universiteit van Utrecht.

Een vogel die onderscheid maakt tussen geel en blauw of kubussen en ballen, maakt geen indruk op de hoogleraar. 'Ook duiven kun je bijvoorbeeld trainen om het verschil te zien tussen bomen, auto's, bergen, huizen, stoelen, bloemen, noem maar op', vertelt hij. 'Dat toonde de psycholoog Richard Herrnstein in jaren zeventig aan. Hij kon de vogels zelfs laten aangeven of ze een mens op een foto zagen.' Pepperberg had eerst moeten uitsluiten dat Alex niet gebruikmaakte van een soortgelijk traintrucje, oppert Bolhuis. 'Ze dresseerde die vogel dertig jaar lang.'

De taaltrainingen bij mensapen zijn minstens zo omstreden. De Amerikaanse psychologen Allen en Beatrice Gardner gingen in 1967 aan de slag met de chimpansee Washoe en leerden de aap een vorm van gebarentaal. Na drie jaar vierden de Gardners feest: Washoe kende 68 gebaren.

Maar toen neurowetenschapper Laura-Ann Petitto samen met Herbert Terrace het Washoe-experiment probeerde te herhalen, kwamen de twijfels over het taalvermogen van chimps. Een andere aap, Nim Chimpsky - naar de beroemde taalwetenschapper Noam Chomsky - leerde wel nieuwe woorden, maar het waren er veel minder en bovendien gebruikte hij ze op verkeerde momenten. Nim wuifde bijvoorbeeld het gebaar 'appel' niet alleen voor appels, maar ook voor ander fruit, het voedselhok en zelfs het fruitmes. Ergens was wel samenhang, maar het komt bij lange na niet in de buurt van de precisie waarmee mensen woorden kennen. Laat staan dat begrippen zoals 'morgen', 'gisteren', 'nu' en 'straks' een kans hebben in een apenbrein.

Verwarring

Leuk geprobeerd dus, die pratende apen en papegaaien, maar het levert geen definitieve aanwijzingen voor dierenpraat. Bovendien ontbreekt het bij die beesten aan het derde ingrediënt voor taal: grammatica. 'De essentie van taal is dat je woorden kunt samenvoegen en nieuwe combinaties met nieuwe betekenis kunt vormen', zegt Bolhuis. 'Om dat zonder verwarring te doen heb je regels nodig, iets dat op onze grammatica lijkt.'

Grammatica bij dieren blijkt pittig om vast te stellen. Proefdier nummer één voor deze klus is momenteel de zebravink. De reden: het gekwetter van zebravinken vertoont - in tegenstelling tot de gebaren van chimpansees - opvallend veel overeenkomsten met het menselijk taalvermogen.

'Als ze jong zijn, hebben ze net als wij een gevoelige periode waarin ze de geluiden van hun ouders leren imiteren', legt Bolhuis uit. 'Ze beginnen met onsamenhangend gebrabbel voordat ze echt mooie liedjes kunnen zingen.' En als ze eenmaal strak zingen, worden de klankreeksen knap ingewikkeld. Complex genoeg voor grammatica misschien.

Carel ten Cate, die zelf bij zebravinken bestudeert of ze aan grammatica doen, zegt dat aan dit type onderzoek allerlei haken en ogen zitten. Hij speelt kunstmatige geluidsreeksen voor de vogels af en beloont ze als ze met een knop kiezen voor liedjes met goede grammatica. 'Voor hetzelfde geld letten ze alleen maar op eerste twee klanken van een stukje zang, in plaats van op de grammatica die wij erin bouwen', zegt hij. 'Je wilt uitsluiten dat ze andere criteria gebruiken dan de regels die wij erin stoppen.'

Wat dit allemaal nog lastiger maakt, is dat het enige dier waarvan we zeker weten dat het aan taal doet - de mens - ook niet altijd slaagt voor deze grammaticatests. 'Mensen pikken soms een ander patroon op dan je zou verwachten', zegt Ten Cate. 'Ook mensen blijken net als de zebravinken soms niet in staat de regelmatigheden die in een structuur zitten te ontdekken.'

En terug naar die penseelaapjes: wat betekent het eigenlijk dat ze op hun beurt wachten? 'Dat is niet per se een teken van complex taalvermogen of een voorloper ervan', zegt Ten Cate. Hij wijst erop dat veel andere diersoorten die niets met taal lijken te hebben, zoals tsjirpende sprinkhanen, ook netjes op hun beurt wachten.

AAPS VOOR BEGINNERS

De geluiden waarmee vervetaapjes onderscheid maken tussen de roofdieren die ze zien, zijn ook voor het menselijk gehoor duidelijk verschillend. Wanneer een slang over de grond glibbert, maken de vervets een scherp en snel klikkend geluid: tjik-tjik-tjik. Duikt een luipaard ergens op, dan klinkt er een soort hondengeblaf, maar dan een octaafje hoger: kwaf, kwaf. Wanneer een arend overvliegt, reageren de vervets met een korte trillende miauw met langere pauzes ertussen: krriauw, krriauw, krriauw.

Hé, JIJ DAAR!

Dolfijnen gebruiken een per individu verschillend geluid om zichzelf bekend te maken, maar deze zomer stelden Britse biologen dat ze die 'herkenningsgeluiden' ook gebruiken om elkaar bij naam te roepen. In Florida hadden de biologen al gezien dat naasten (zoals een moeder en kind) elkaars herkenningsgeluid soms maken als ze elkaar kwijt zijn; in de wateren bij Schotland zagen de wetenschappers dolfijnen reageren op geluidsopnamen van hun 'naam'.

undefined

Meer over