Zeeuwse pornokoning zit centrale bank dwars Dubieuze wisselkantoren moeten massaal dicht

De aanpak van louche wisselkantoren, die zich bezig houden met witwaspraktijken, leidt tot een grote schoonmaak in de branche. De Nederlandsche Bank heeft nog maar 16 vergunningen verleend en heeft nog 44 aanvragen in behandeling....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Dat betekent dat meer dan de helft van deze ondernemingen zich niet heeft aangemeld voor registratie of geen vergunning heeft gekregen. In beide gevallen moeten deze kantoren hun deuren sluiten. De ECD (Economische Controledienst) treedt regelmatig op tegen wisselkantoortjes, die illegaal opereren.

Wisselkantoren vallen volgens een wet die op 1 januari van kracht is geworden, onder een registratieplicht. Zij kregen tot 1 maart de kans om bij de Nederlandsche Bank een aanvraag in te dienen. De centrale bank stelt strenge voorwaarden aan registratie. Zo moeten de wisselkantoren elke transactie administreren om te kunnen aantonen dat zij zich houden aan de identificatieplicht en de meldingsplicht voor 'ongebruikelijke' transacties. Ook toetst De Nederlandsche Bank bestuurders op betrouwbaarheid.

De bank heeft in een kort geding voor het College van Beroep voor het Bedrijfsleven echter een voorlopige tegenvaller moeten incasseren in een poging het wisselkantoor van de Zeeuwse pornokeizer Gerard Cok de nek om te draaien. President C. de Gooijer van het beroepscollege heeft de centrale bank gelast Financieel Adviesbureau Cok in het Zeeuwse Sluis vooralsnog te behandelen alsof het is ingeschreven in het register wisselkantoren.

De Nederlandsche Bank moet informatie over de antecedenten van de figuren die zich achter het wisselkantoor ophouden zelfstandig inwinnen, en niet louter afgaan op een kort, vernietigend oordeel van landelijk officier van justitie mr H. Smid, meent de president.

De toezichthouder legt zich echter niet neer bij deze uitspraak. Volgende week zal De Nederlandsche Bank een bezwaarschrift indienen dat vervolgens door het voltallige College van Beroep zal worden behandeld. Tot een nieuwe uitspraak is gedaan, gaat de bank op dezelfde voet verder. Juristen van de bank buigen zich inmiddels over de uitspraak. 'De bestuurders van wisselkantoren moeten onomstotelijk betrouwbaar zijn, maar de vraag is hoe de bank te werk moet gaan om dat vast te stellen', zegt de woordvoerder van de centrale bank.

Pornokoning Cok is tot dusver steeds aan strafrechtelijke vervolging ontsnapt. In april 1991 werd zijn administratie bij huiszoeking in beslag genomen. Cok werd verdacht van het witwassen van geld en deelname aan een criminele organisatie. Op 23 september van dat jaar werd het gerechtelijk vooronderzoek gesloten en kreeg Cok te horen dat hij niet zou worden vervolgd.

In mei 1993 kwam Cok opnieuw in het nieuws. Zijn naam werd genoemd als financier van een drugsorganisatie. Cok verdacht Fiod-medewerkers ervan berichten hierover te laten uitlekken. De president van de Haagse rechtbank bepaalde op 1 juni 1994 in kort geding dat belastinginspecteur G. van de Waterbeemd zijn opmerking dat Cok 'de grootste witwasser in Zeeuws-Vlaanderen' is, moest terugnemen. De inspecteur baseerde zich onder meer op informatie van de Fiod over Cok uit een belastingprocedure tegen de Baarnse horeca-ondernemer Scholtens.

In mei 1995 kreeg Cok nationale bekendheid als financieel adviseur van 'Dikke Charles' Geerts. De pornobaron Geerts wordt verdacht van belastingfraude bij invoer en distributie van pornofilms. De invallen van de Fiod strekten zich uit tot de administratie van Cok. Die heeft inmiddels, na de huiszoekingen, van Geerts niet alleen diens porno-imperium overgenomen, maar ook diens adviseur Hans Knoop.

De eerste uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven over een wisselkantoortje (Sharma in Amsterdam), dat door de centrale bank een verbod werd opgelegd, viel uit in het voordeel van De Nederlandsche Bank. Volgens het college was in dat geval het ontbreken van een veroordeling onvoldoende om een vergunning te krijgen. Ook als slechts 'aannemelijk' is dat de integriteit van het financiële stelsel wordt aangeast, mag De Nederlandsche Bank registratie weigeren.

Maar president De Gooijer van het beroepscollege neemt in de zaak van Cok geen genoegen met de 'bestendige lijn' van de centrale bank dat de juristen van de bank louter afgaan op de conclusie die landelijk officier van justitie mr. Smid al gauw trekt 'dat redelijkerwijs vermoed kan worden dat het wisselkantoor danwel de achterliggende personen zich in enigerlei pleegvorm schuldig zullen maken aan heling van geld', een gebruikelijke omschrijving van witwassen.

De bank hoeft zelf de achterliggende stukken van het Finpol-databestand, de justitiële documentatie, en andere bestanden (CRI, NCID) niet in te zien, maar moet haar vragen wel direct aan de bestandsbeheerders richten. Die moeten maar zeggen wat er loos is met Cok en de zijnen. De bank dient zich dan een eigen oordeel te vormen. Zolang dat niet is gebeurd, mag het wisselkantoor van Cok doordraaien. Weigert de bank vervolgens de benodigde vergunning, dan kan Cok opnieuw in beroep bij het College.

De Nederlandsche Bank wil dat de president van het College van Beroep zelf die stukken raadpleegt - wat hij krachtens de wet mag. Maar De Gooijer vindt dat de bank maar eerst zelf tot zaken moet zien te komen met de opsporings- en inlichtingendiensten voordat hij van zijn eigen, vergaande bevoegdheden gebruik maakt.

Meer over