InterviewYvonne Snitjer

‘Ze zeiden: ga maar met ons in de auto mee. Als je bij hen in de auto stapt, dan ben je weg’

Yvonne Snitjer op Schiphol na haar vermissing in 2017.Beeld Marcel Wogram

De Nederlandse hulpverlener Yvonne Snitjer is in Libië twee maanden vastgehouden door een militie. Over het waarom is veel onduidelijk. In haar cel was ‘helemaal niks, alleen mijn eigen hoofd’. Snitjer is inmiddels vrijgelaten en gedeporteerd naar Europa. In 2017 werd ze ook al het land uitgestuurd nadat ze twee weken vastzat.

Een flesje woestijnzand, haastig gevuld bij het vliegveld, mocht ze meenemen uit Libië. Verder heeft Yvonne Snitjer alleen nog haar herinneringen. Die van de laatste weken buitelen over elkaar heen. Haar cel. De bommen die vlakbij neer dreunden. De andere gevangenen die ‘lijfstraffen’ kregen.

Yvonne Snitjer (51), een Nederlandse hulpverlener, werd woensdag uit Libië gedeporteerd na een gevangenschap van twee maanden. Ze zat vast bij een salafistische militie in de hoofdstad Tripoli. Niet voor het eerst. In 2017 werd ze ook al eens opgepakt door precies dezelfde militie en het land uitgezet. Later kreeg ze toch weer een visum en keerde ze terug naar Libië, voordat ze op 1 mei opnieuw van de radar verdween.

De verdwijning van Snitjer speelt zich af tegen de achtergrond van een verstoorde relatie met het ministerie van Buitenlandse Zaken. De ambassade in Tripoli legde tijdens haar gevangenschap geen contact met haar, omdat Snitjer na haar vorige deportatie aangaf geen prijs te stellen op diplomatieke bemoeienis. ‘Dat respecteren we’, laat een woordvoerder van Buitenlandse Zaken desgevraagd weten.

‘Een beetje gek’

Snitjer doet haar verhaal telefonisch vanuit een ‘coronahotel’ in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen, waar ze verplicht in quarantaine zit. Ze was een van de laatste Europeanen, zo niet de enige, met een kleine, zelfstandige hulporganisatie in Libië. Ze kwam in 2012 voor het eerst met het land in aanraking als toenmalig medewerker van het Nederlandse Rode Kruis.

Snitjer is de eerste om toe te geven dat westerlingen haar ‘een beetje gek’ vinden. Voor nuchtere Nederlanders is haar manier van communiceren te intens, te veel op het gevoel gericht. Maar Libiërs begrijpen haar. Ze heeft een klik met de bevolking en kreeg er dingen gedaan.

In haar laatste project probeerde ze de hygiëne te verbeteren in een ziekenhuis. Daar worstelen ze met de ‘Kadhafi-mentaliteit’. Tijdens het veertigjarige bewind van dictator Kadhafi hebben Libische ambtenaren geleerd om alleen te doen wat je wordt opgedragen en niets meer dan dat. ‘Op de ic-afdeling lag van alles op de grond en stof rond de bedden.’

In het door oorlog verscheurde Libië, waar twee regeringen elkaar bevechten met internationaal geleverde wapens, bestaat wantrouwen tegenover westerse hulpverleners, zeker als die hulpverlener een kleurrijke, alleenwonende vrouw is.

Kruisje

Snitjer had volgens eigen zeggen een geldige verblijfsvergunning, maar kreeg haar hulporganisatie, Al Eureka, de afgelopen jaren niet geregistreerd. Officieel kon ze daarom niet werken. Ze wist dat er ergens een kruisje achter haar naam stond en dat ze daarom in de problemen kon komen.

Op vrijdag 1 mei probeerde ze de kwestie te bespreken met een vertegenwoordiger van het Libische ministerie van Binnenlandse Zaken in Tripoli. De regering van premier Fayez al Sarraj wordt erkend door de Verenigde Naties (VN) en de Europese Unie. Maar Sarraj leunt zwaar op een kartel van milities, die de wapens hebben en de werkelijke macht.

De afspraak liep mis. ‘Ze zeiden: ga maar met ons in de auto mee. Als je bij hen in de auto stapt, dan ben je weg.’

Mensen in haar netwerk zagen vrij snel dat het fout zat. Snitjer viel ineens stil op sociale media. Aanvankelijk werd ze goed behandeld. Ze hoefde niet in een cel, maar werd vastgehouden in een kantoortje. Ze wist van de vorige keer: gevangenschap in Libië, waar milities hun eigen detentiecentra runnen, kan lang aanslepen. In 2017 zat ze ruim twee weken vast.

Nu werd ze al na ruim een week gedeporteerd naar de Spaanse hoofdstad Madrid, op een repatriëringsvlucht vanwege covid-19. Althans: dat was de bedoeling. Snitjer draaide volgens eigen zeggen in het vliegtuig door, werd ‘echt knetter’. Daar hadden de Spaanse autoriteiten midden in de coronacrisis geen trek in. Zo eindigde Snitjer weer in Libië. Ze dacht: mogelijk worden mijn papieren nu alsnog in orde gemaakt.

Lijfstraffen

Haar bewakers escorteerden haar echter niet terug naar het kantoortje, maar naar het cellencomplex van de luchthaven Mitiga in Tripoli, een uitvalsbasis van de Rada-militie. Drie jaar geleden zat ze daar ook, toen op de vrouwenafdeling. Nu belandde ze in een cellenblok waar mannen worden ondervraagd. In haar cel was ‘helemaal niks, alleen mijn eigen hoofd’.

Mitiga ligt in de frontlinie. De bommen van veldmaarschalk Haftar, de tegenspeler van Sarraj, vielen soms zo dichtbij dat ze glasgerinkel hoorde. ‘Ik heb de dood in de ogen gekeken.’

De andere gevangenen kregen ‘lijfstraffen’. Het woord ‘marteling’ slikt Snitjer in. Ze hoorde hoe ze werden geslagen. Op hun voetzolen en soms ook op hun rug. Eén keer zag ze het ook. Om ermee om te gaan, deed ze ‘zwangerschapspuffen.’ En ze probeerde het te begrijpen: in Libië is de gewoonte dat kinderen op school worden geslagen. ‘Als je het zo bekijkt, is dat dus zeker normaal voor gevangenen.’

Na afloop moesten de geslagen gevangenen door de gang lopen, voor haar cel langs. Snitjer vroeg zich af: wanneer ben ik zelf aan de beurt? Ze vroeg dit maar gewoon aan het afdelingshoofd, die door de bewakers de ‘sjeik’ werd genoemd. ‘Wil je worden geslagen?’, vroeg hij. Nee, natuurlijk niet. ‘Hou er dan over op’, zei hij.

Deportatie

Waarom ze zo lang vast zit en wat de Rada-militie met haar gevangenschap wil  bereiken, is niet duidelijk. Vanwege de covid-19-crisis gaan er nauwelijks vluchten naar Europa. Van de ambassade in Tripoli hoort Snitjer niks. Ze weet zelf hoe dat komt: door de brief die ze stuurde na de vorige deportatie. Een echte Snitjer-brief. Met een ‘vrolijke groet’, maar een harde boodschap. Ze verzoekt Nederlandse diplomaten ‘dringend’ om zich ‘NIET met eventuele problemen te bemoeien’. Hun communicatie geeft problemen in Libië, stelt ze.

Toch had ze een bezoek van de ambassadeur deze keer niet afgewezen. ‘Hij had misschien iets goeds kunnen betekenen.’ Eenmaal in Mitiga kon ze niemand meer bellen.

Zodra de quarantaineregels het toelaten, moet Snitjer naar Nederland. Daar heeft ze geen huis of inkomen. Maar ze ziet zichzelf ook niet terug gaan naar Libië. ‘Dit was voor mij de laatste keer in de gevangenis.’

Aanvullingen en verbeteringen: in een eerdere versie van dit artikel stond dat Yvonne Snitjer in 2012 in Libië was als medewerker van het Nederlandse Rode Kruis. Dat is niet juist; zij kwam in dat jaar voor het eerst in aanraking met het land als medewerker van het Rode Kruis Nederland. 

Meer over