'Ze waren zo stoned als een kanarie'

Toen ze klein was, stond Saskia Vredeveld (geboren in Kaapstad, 1962) met haar neus tegen de glazen wand van het diorama van het Natuurhistorisch Museum van Kaapstad....

Die beelden van de kleine, fijngebouwde, pikzwarte mensen maakten zo'n indruk op Vredeveld dat zij er twee decennia later een film over maakte: Out of Eden, die vanavond op het IDFA zijn wereldpremière beleeft. 'Al mijn films zijn persoonlijk', zegt ze. Het is mijn roeping verhalen te vertellen. Om mijn verleden op te ruimen, zoals een huisvrouw het huis aan kant maakt.'

De San hadden een eigen plek in het museum; na de kolonisatie en de apartheid was in Zuid-Afrika zelf geen plaats meer voor ze. De San-gemeenschap werd door de blanken gezien als de allerlaagste trap van de menselijke ontwikkeling. Sommigen vroegen zich zelfs hardop af of de bosjesmannen wel tot het menselijk ras gerekend mochten worden.

Met hulp van mensenrechtenjurist Roger Chennels ontwikkelden de verjaagde San een strategie om hun land terug te krijgen van de blanke boeren. Met resultaat. In 1999 kregen ze van president Mbeki 40 duizend hectare grond toegewezen.

Vredeveld, die opgroeide met verhalen over de San ('de overlevingskunstenaars van Zuid-Afrika die zo lang zonder eten en drinken door de woestijn konden zwerven'), keerde terug naar Zuid-Afrika, voor research maar ook om het vertrouwen van de San te winnen. 'Het kostte moeite ze te overtuigen, want ze worden overspoeld met aanvragen.'

Wie de San wil filmen, moet betalen, ervoer Vredeveld. Ze vond prijslijsten met de tarieven voor het maken van een rondedansje ('500 rand voor een half uurtje dansen') en toont Koreaanse toeristen die zich met de San laten vereeuwigen.

'Roger Chennels zei me dat wij de de eerste ploeg waren die het verhaal van de San tot in de essentie te pakken hadden. Veel filmploegen hoppen even langs om een itempje over vrolijke bosjesmensen te maken. Onze bedoelingen waren integer.'

Daardoor werd het niet-commerciele tarief van toepassing, een relatief klein bedrag op de begroting, aldus Vredeveld. 'Ik zie het als een vorm van ontwikkelingssamenwerking. Zij besteden tijd aan ons; daar mag best wat tegenover staan.'

Toen Vredeveld begin dit jaar met haar zoontje, cameraman en geluidsman naar Zuid-Afrika ging voor de opnamen, bleek de situatie dermate veranderd dat ze haar scenario flink moest aanpassen aan de nieuwe omstandigheden.

Het diorama was gesloten voor publiek, de strijd tussen de twee leiders van de bosjesmannen (de één wilde hervormingen, de ander wilde de traditie in ere herstellen) was voorbij, en haar hotel had een nieuwe eigenaar. 'De vorige was een racist die geld verdiende door drank aan de San te verkopen. De nieuwe eigenaar wilde niet in beeld.' Na een paar dagen was Vredeveld door haar vragen heen, maar 'een goede documentairemaker kan het verhaal ter plekke maken', vindt ze.

'De ene keer moet je razendsnel inhaken, het spanningsveld opzoeken, een andere keer moet je eindeloos wachten. Dat is het mooie van documentaire. Ik had een zandbak met mensen, en drie weken om er wat van te maken.'

'Het is er hier niet op vooruit gegaan', vertelt een blanke boer aan Vredeveld. Hij verkocht zijn land aan de San - van huis uit jagers en verzamelaars, die er zichtbaar moeite mee hebben om de boerderijen te beheren.

Een understatement. 'Ze waren vaak zo stoned als een kanarie', aldus Vredeveld. 'Tijdens de montage viel het me op dat je antipathie ontwikkelt als we de San te lang in beeld hielden. Dat was niet mijn bedoeling. Ik wil geen rechter zijn.'

Of ze nu klaar is met haar Zuid-Afrikaanse verleden, weet Vredeveld niet. 'Dat dacht ik na eerdere films ook en dat klopte niet. Na iedere film haat ik het land, maar na twee, drie jaar begint het weer te borrelen. Mijn hart ligt daar.'

Meer over