'Ze schrikken hier van een aai'

Spaanse gastarbeiders zijn het, na drie jaar universitaire studie opgeleid voor werkloosheid in hun eigen land. Maar het is wel wennen in Bussum voor de verpleegkundigen Maria en Sergio.

BUSSUM/AMSTERDAM - 'Is hier op zaterdag een markt?' Opeens weet Sergio (22) waar hij is. Hij wrijft over druppelvormige sikje op zijn kin. Hij heeft over dit plein gelopen toen hij twee weken geleden voor het eerst in Amsterdam was, denkt hij. Maar de Nieuwmarkt ziet er in het donker heel anders uit dan overdag. 'Groter.'

De mensen op het terras van café Fonteyn spelen vol overgave nazomertje, jas aan, sjaal om en de hitteblazers op de hoogste stand. 'Het wordt nog kouder', zegt Maria (24), routineus een flinterdun sjekkie rollend.

Ze hadden toeristen kunnen zijn, of uitwisselingsstudenten. Maar Maria en Sergio zijn Spaanse gastarbeiders, of, zo je wilt, crisisvluchtelingen. Samen met twee leeftijdsgenoten werken ze sinds een maand als verpleegkundige in verzorgingstehuis Godelinde in Bussum.

In juni 2011 studeerden ze af in Verpleegkunde in het Zuid-Spaanse Murcia. In Spanje is verpleegkunde een driejarige universitaire studie. 'Toen we begonnen had je met onze studie honderd procent baangarantie', zegt Sergio.

Drie jaar laten bleken ze te zijn opgeleid voor langdurige werkloosheid. Sollicitatiebrieven leidden een enkele keer tot een maandcontract, meestal tot niets. Vanwege de hoge huren woonden ze bij hun ouders. Via het uitzendbureau Spaininterim, gerund door Nederlanders, kwamen ze in Bussum terecht. Ze hebben een contract voor zes maanden, dat bij wederzijdse tevredenheid wordt verlengd tot drie jaar.

De vier Spanjaarden zijn de frontlinie van een grootschalige ontwikkeling, verwachten economen. De crisis dwingt de groter wordende groep Europese werkzoekenden over de grens te solliciteren. Daarmee treden ze in de voetsporen van hun grootvaders die in de jaren zestig de Nederlandse fabrieken bevolkten, donkere werkmannen met snor en baard, de eerste exoten op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Nu zijn het vooral jongeren die, niet gehinderd door koopwoning of gezin, een van de grondgedachten van de Europese Unie verwezenlijken: een open arbeidsmarkt, vrij verkeer van personen en diensten.

Het is kort na middernacht. Een naakte man fietst voorbij. Om hen heen barst het terras uit in een collectieve lachsalvo. 'Dat is hier dus ook niet normaal', concludeert Maria. Dit is hun tweede avond uit. Ze willen dansen, net als de vorige keer. 'Maar waar?' vraagt Maria zich hardop af. 'We kennen alleen het Rembrandtplein.'

Nederlandse les

Twee weken eerder, in de kelder van het verzorgingstehuis in Bussum, slaan Sergio, Maria en hun collega's Ana (22) en Rafaël (22) hun taalboeken dicht. De eerste maand van hun verblijf hebben de vier elke morgen drie uur Nederlandse les.

In de tropisch warme lunchzaal, zit een contingent grijze hoofden aan de champignonsoep: 'Goe-de mid-dag alle-maal.' Het klinkt alsof de aap-noot-mies-leesplank tot leven is gekomen. De Spanjaarden antwoorden uit een mond: 'Eet sma-ke-lijk' en 'fij-ne dag.'

Een cultuurshock? Welnee, vindt Sergio. In tegenstelling tot de eerste generatie gastarbeiders hebben deze kinderen van het Easyjet-tijdperk, al wel exotischer delen van de wereld gezien dan het Gooi. En bovendien, vindt Rafaël: 'Verpleegkunde is overal ter wereld hetzelfde.'

Sergio is het daar niet mee eens. 'In Spanje geven verplegers oude mensen een zoen, of een aai over hun hoofd. Als je dat hier doet, schrikken ze.' Hij trekt een uitgestreken gezicht en schudt een denkbeeldige bejaarde de hand. 'Zo groeten Nederlanders. Heel respectvol, maar op ons komt het een beetje koud over.'

'En dat ze hier al om zes uur warm eten.' Ana en Maria trekken een vies gezicht, lijken zich dan te beseffen dat ze in een zaal vol Nederlanders zitten. 'Het is niet erg hoor, maar hier in Bussum is het zo stil 's avonds. Daar moeten we aan wennen. Je ziet alleen af en toe iemand z'n hond uitlaten.' Dus zitten zij ook binnen, te skypen met familie of vrienden, van wie het merendeel ook in het buitenland werkt.

'We zijn een beetje elkaars familie', zegt Sergio op het terras. 'En elkaars beste vrienden', zegt Maria. Haar smartphone licht zo nu en dan op in het donker: een whatsappje van vrienden die elders in Europa aan de uitgaansavond zijn begonnen.'We kennen hier nog geen andere mensen.' Hun Nederlandse collega's zijn allemaal ouder, en de buren ook.

Laatst hadden de buren een welkom georganiseerd. 'Een soort feestje', zegt Sergio, maar dan zonder muziek.' Het klinkt als wat Nederlanders een borrel noemen. De buren stelden veel vragen over de crisis: wat hun ouders doen, of die nog een baan hebben.

De vader van Sergio is bankier, zijn moeder is ook verpleegster. Ook de ouders van Maria werken in de verpleging. 'Zij kunnen niet ontslagen worden, ze hebben een contract voor het leven.'

Ergens vindt ze het jammer dat de regering dit systeem heeft afgeschaft. Sergio niet. Hij heeft gehoord dat het kolossale ambtenarenapparaat de schuld is van de crisis.

Ze verwachten dat de Spaanse arbeidsmarkt de komende jaren alleen maar slechter wordt. 'We krijgen veel mailtjes van vrienden die ook in Nederland willen werken. Hier is de toekomst beter', zegt Sergio. Komende week gaat hij op zoek naar een voetbalclub.

undefined

Meer over