'Ze' lossen het niet meer op

Met de toepassing van kennis zijn geweldige resultaten bereikt. Maar die vooruitgang stuit nu op zijn eigen nadelen, stelt hoogleraar John Grin bij zijn aantreden....

Door Michael Persson

Tussen de duizenden boeken in het huis van prof. dr. John Grin in kasten, op de trap en langs de muren, in stapels of in rijtjes zijn nog een paar gaten over. Daar leeft hij, met zijn vrouw en twee kinderen.

Zelf heeft hij een plek gevonden op de zolderkamer. Op een tafeltje staat de koffie, er is een stoel voor het bezoek.

Hij wijst naar de rijtjes onder handbereik. Filosofie, politicologie en beleidswetenschappen. Veel brede boodschappen, vaak min of meer revolutionair. Van Karl Marx tot Manuel Castells. Van de man die het communisme bedacht, tot de man die de 'cultuur van identiteit' voorspelde en daarmee ook de wereld na 11 september.

Niet zo raar, in die omgeving, dat ook Grin zelf aan omwentelingen denkt. Zoals hij vorige week vrijdag verkondigde in zijn inaugurele rede, als hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Een omwenteling van het landsbestuur, dat is wat hij wil. Of, in zijn eigen formulering: een omwenteling in de verhoudingen tussen de spelers in de kennismaatschappij.

Niet dat Grin (zijn achternaam is Frans) de guillotine al uit de mottenballen heeft gehaald Balkenende kan rustig blijven slapen. Grin is een redelijk mens, er valt altijd met hem te praten. Sterker nog: dat praten is het probleem juist. Er wordt niet genoeg gepraat, of althans, niet op een redelijke manier.

'Er worden veel te weinig fundamentele vragen gesteld, die ideologisch worden doorgedacht', zegt Grin. 'Dus lukt het niet om een debat te voeren. De huidige vorm van democratie leidt tot incidentenmanagement.'

De politiek van omwenteling met beleid, heette zijn toespraak. Met 112 noten, te beginnen met het Communistisch Manifest, uit 1848, en eindigend bij een conferentie over systeeminnovatie, najaar 2003.

In zijn rede probeert Grin af te rekenen de postmoderne opvatting dat het onmogelijk is om er in een moderne samenleving grote gemeenschappelijke doelen op na te houden. Dat de grote verhalen hebben afgedaan, en dat de maatschappij dus geen duidelijke richting op kan gaan. Grin denkt dat dat wmogelijk is. Daarvoor is het helaas wel noodzakelijk dat het bestuurlijke, culturele en maatschappelijke verbanden anders worden ingericht.

Ietwat paradoxaal, want die zijn juist nog steeds ingericht door mensen die er ween groot gemeenschappelijk doel op nahouden: de vooruitgang. Gebaseerd op het modernisme, met zijn geloof in de heilzame werking van techniek en wetenschap.

'Dat geloof heeft tot veel uitwassen geleid', zegt Grin. Milieuvervuiling, overproductie, of domweg enorme kosten. Omdat de kennis, die aan de basis lag van de vooruitgang, vooral werd ontwikkeld om bestaande problemen te lijf te gaan. En niet de problemen die zouden komen.'

Grin is van oorsprong natuurkundige, maar raakte tijdens zijn studententijd meer en meer geeresseerd in maatschappelijke problemen. Kwam na een Amsterdamse conferentie van de Wereldraad van Kerken over geloof, wetenschap en toekomst in een circuit van praatgroepjes terecht, die de natuurwetenschappen ter discussie stelden.

'Ik was toen kritischer dan nu', zegt hij. 'Maar heb altijd in oplossingen gedacht. Ik was met vrij gruwelijke problemen bezig, zoals kernbewapening. Dan kun je wel zeggen: de wereld is pervers en slecht, maar daar voorkom je geen kernoorlog mee.'

Tegenwoordig richt hij zijn pijlen op zaken als waterbeheer, de landbouw, en de gezondheidszorg. Geen willekeurigrijtje, zegt Grin. 'Het zijn zaken die raken aan het bestaansrecht van de natiestaat Nederland. En alle drie zijn ze aan hervorming toe.'

Want, zegt Grin, de manier waarop deze instituties zijn ingericht, stamt eigenlijk nog uit de 17de eeuw. 'Ze worden gestuurd door het idee dat verzamelde kennis, wetenschap en techniek, vanzelf tot nieuwigheden zouden leiden.'

Die nieuwigheden worden vervolgens aangewend om de problemen te beheersen. Overstromingen worden bestreden met dijken, ziekten met inentingen, voedselcrises met mechanisering van de landbouw. 'Met geweldige resultaten. Er is veel vooruitgang geboekt. Catastrofale overstromingen komen weinig meer voor, de levensverwachting is hoger dan ooit, en op landbouwgebied is Nederland van een behoeftig land in een exporteur veranderd.'

Die successen zijn gebaseerd op de vervlechting van wetenschap, industrie en maatschappelijke partijen. Met algemene regels over de manier waarop die met elkaar om moeten gaan.

Maar die lijken niet meer te voldoen. In de gezondheidszorg lopen de kosten ernstig uit de hand, in de landbouw zijn boterbergen en melkplassen ontstaan.

'Dat komt doordat de probleemoplossers reageren op gesignaleerde problemen, maar nauwelijks vooruit denken.' De consumenten verwachten dat de oplossing voor hun problemen van de ikonen van het vooruitgangsgeloof zal komen: wetenschap en industrie. Zelf iets eraan doen is er niet bij, zegt Grin.

Dus vragen mensen die ziek zijn, om een pilletje, en zijn ze niet tevreden met een voedingsadvies of de suggestie om meer te gaan sporten. 'Dat komt juist door de vervlechting van wetenschap en industrie met de gebruikers, in bijvoorbeeld de beoordeling van nieuwe geneesmiddelen. Die vervlechting heeft ertoe geleid dat de gebruikers precies hetzelfde zijn gaan denken als, in dit geval, de farmaceutische industrie.'

Grin ziet heil in diversificatie, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg. 'Juist in het kielzog van het human genome project, dat een typische modernistische zoektocht was naar dimensionale oorzaken voor gezondheidsproblemen, blijken genen geen directe voorspellende waarde te hebben. Huisvesting, eten en lichaamsbeweging wel. Daar is te weinig aandacht voor. In plaats van een uniform pilletje voor te schrijven, moet de gezondheidzorg kijken naar individuele patien.'

Dat vergt echter een mentaliteitsomslag bij de patien. 'Zolang die vooral oplossingen verwachten van de farmaceutische industrie, zal er niets veranderen.'Ander voorbeeld: integraal waterbeheer. Het water wordt zo gecontroleerd, zegt Grin, dat we ons doel voorbij zijn geschoten. En ook hier verwachten de mensen dat de instanties zich wel over het probleem ontfermen. 'De klassieke technocratische planning: een stel ingenieurs verzint een list en de wereld is verbeterd.'

Zo werkt het dus niet meer, denkt Grin. Gebruikers moeten meewerken. In Den Bosch verdroogden de achtertuintjes van mensen, omdat het water te snel via het riool werd afgevoerd. Dus komt er nu een infiltratiesysteem, dat het regenwater in de tuinen vasthoudt. 'Maar als het hard regent, staan de goten vol water, omdat het niet meer zo snel wordt afgevoerd. Dat moet je als bewoner voor lief nemen.'

Zo lokaal is het dus, de omwenteling van de wereld volgens Grin.

Hij is tegen grote lijnen, tegen simplificaties, vlokale oplossingen uit de praktijk. De waterstofeconomie: moet langs de ringwegen van de grote steden beginnen, en van daaruit verder groeien, als een soort kristallen. Maar wmet een centrale sturing. Of, zoals Grin zegt: een eenduidige ambitie, maar een verscheidenheid aan oplossingen, die misschien slim aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Postmodern modernisme, misschien.

Gaan mensen daaraan meewerken? 'Ik ben niet optimistisch in de nae zin, maar ik zie in beginsel mogelijkheden, en daadwerkelijk de eerste kiemen van verandering.'

Wel zullen structuren en processen moeten veranderen -systeeminnovatie, in het jargon, de leerstoel van Grin. Ook iets voor het innovatieplatform van Balkenende?

'Een typisch voorbeeld van ouderwets modern denken. Eenduidige, kennisgeorieerde vooruitgang, geen aandacht voor de neveneffecten. Van technologie worden we er vanzelf allemaal beter van, is het achterliggende idee. Maar als je een beperkte groep de ruimte geeft dan wordt alleen die beperkte groep er beter van.'

Meer over