Column

Ze keken alleen naar elkaar als de ander niet keek

null Beeld thinkstock
Beeld thinkstock

Op de kademuur van het Landwehrkanaal in Berlijn zaten een jongen en een meisje. Het was zo'n zomerdag geweest waarvan de avond naar zoetwater ruikt. Een avond waarop geluiden net iets langer in de lucht blijven hangen: stemmen van de overkant, glas op steen, slierten muziek, geplons van peddels.

Het gebonk van hun bungelende voeten tegen de stenen was de beat. Pok, pok: zijn All Stars. Pokpok, pokpok: haar sandalen. Eens in de zoveel tijd barstten ze in lachen uit. Hij 'huhuhu', zij 'hèhèhè.'

Het was het lachen dat mijn aandacht trok. Het was een nogal ongeremd lachen. Maar steeds als ze op het punt stonden écht in schateren uit te barsten, scheeën ze er abrupt mee uit, alsof ze bang waren een geheim te verraden.

En dan keken ze weer over het water en praatten iets te snel verder. 'Mijn oom zei dat ik iets met wiskunde moest gaan doen, omdat er met cultuur niks te verdienen valt.' Ze trok een vies gezicht. 'Wiskunde. Ik zei maar niet tegen hem wat mijn gemiddelde was.'

'Huhuhuhuhu.'

'Hèhèhèhèhè.'

Hij: 'Mijn zus is ook zo. Die neemt nu extra Engels en Duits, een soort prestatiecursussen. Zwakzinnig.'

'Ja, echt.'

Ze leken me een jaar of 16.

Het was bepaald geen koppel voor in de film - of het moest een Europese filmhuisfilm zijn met een klein budget. Zijn kapsel verried pragmatische moederliefde. Zij droeg een bloemetjesjurkje dat eigenlijk te klein was voor de nieuw verworven vrouwelijke vormen. Ze straalden.

Ze keken alleen naar elkaar als de ander niet keek. En als ze soms toch tegelijk keken, schoten hun blikken op vijandig. Alsof die ander zich niet aan de spelregels hield.

Eerste liefde, feest van ontkenning. Ik moest het zien om weer te weten hoe het was: verliefd zijn zonder dat zelf te begrijpen.

Pok, pok, pokpok. Ze hadden geen bier, sigaretten of andere middelen om zich een houding mee te geven. Ze wisten ook duidelijk niet zo goed hoe ze dat moesten doen, zichzelf een houding geven.

Daarom hadden ze het over de houding van anderen: 'Ja zij komt altijd als een halve sloerie naar school. Tsss. Zou jij op zo'n meisje vallen?' Hij schudt nee. Zij kijkt opgelucht. 'Ja en dat soort types die alleen nog maar over drugs kunnen praten. Aanstellers.'

De anderen zijn gek - zoveel was duidelijk. Alleen de onvermijdelijke consequentie van die conclusie ontbrak nog. Zij zijn gek, maar wij... - uitgedrukt in een eerste kus.

Een bootje met luidruchtige toeristen voer voorbij. 'Stompzinnig.'

'Ja, echt hè.'

Alles op z'n tijd.

Meer over