'Ze had berouw - uniek voor een Chinese leider'

De hele wereld leest de boeken van Jung Chang. Alleen in haar vaderland zijn ze nog steeds verboden. Haar nieuwe biografie gaat over de intrigerende Chinese keizerin-regentes Cixi.

Het onbekende verhaal, was de ondertitel van de kritische Mao-biografie die Jung Chang en haar Britse echtgenoot Jon Halliday in 1995 publiceerden. Die ondertitel gaat ook op voor de twee andere biografisch-documentaire boeken van de Chinese auteur. Voor het miljoenensucces Wilde Zwanen (1991) natuurlijk, waarin de levens van de oma (concubine van een generaal in het feodale China), de moeder (partijfunctionaris onder het communistisch bewind) en dat van dochter Jung Chang zelf werden gepresenteerd.


Maar ook voor haar nieuwe boek De keizerin, over keizerin-regentes Cixi (1835-1908). Een van de vele concubines, maar wel de eerste die de keizer een kind schonk en die daardoor bijna een halve eeuw achter de schermen aan de touwtjes zou trekken. Zij maakte China rijp voor de moderne tijd: spoorwegen, telefoon, een begin van vrouwenemancipatie. In de bestaande geschiedschrijving en beeldvorming gold ze echter vooral als een middeleeuwse despoot.


'Onrechtvaardig vond ik dat', zegt Jung Chang (61), onlangs even op bezoek in Amsterdam, die na 35 jaar Engeland de dictie van een gesofisticeerde dame heeft. 'Onbekende verhalen vertellen zie ik niet zozeer als mijn opdracht, maar als een vanzelfsprekendheid. De levens van vrouwen in de Volksrepubliek, waarover mijn moeder me bij een bezoek aan Londen in 1988 ineens dagenlang begon te vertellen - zestig uur bandopnamen had ik, die uiteindelijk leidden tot het schrijven van Wilde Zwanen.


'Of het leven van Mao Zedong, tot en met zijn jeugd en privéleven, aan de hand van ongeveer honderd getuigen die mij in vertrouwen namen. Daar was zoveel aan te onderzoeken. In de twaalf jaar dat ik met mijn man Jon Halliday aan dat boek werkte, schrok ik geregeld van nieuwe wrede feiten en gedragingen van de partijleider. Hij stierf in 1976. Maar zijn portret hangt nog altijd op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking, en zijn lichaam wordt in een mausoleum vereerd.


'Ook het leven van keizerin Cixi was grotendeels onbekend terrein voor mij. Levende getuigen zijn er niet meer. En sinds ons boek over Mao is verschenen, mag ik niet meer vrij reizen in China. Het is mij alleen nog toegestaan eenmaal per jaar bij mijn oude en zieke moeder in Chengdu op bezoek te gaan.


'Mijn boeken zijn in China verboden. Ik had geluk dat de Olympische Spelen in 2008 in China werden gehouden. Daardoor was er tijdelijk meer vrijheid en mocht ik voor onderzoek zelfs de archieven van de Verboden Stad raadplegen. Toen al ben ik met het boek over Cixi begonnen.


'Niemand nam daar aanstoot aan. Een vergeten figuur van vóór het communisme, dat kon geen kwaad. Al mag ik ook dit boek niet in China uitbrengen. Wilde Zwanen en Mao zijn daar ook verboden, al zijn exemplaren via Hongkong en Taiwan toch clandestien China binnen gekomen. Ik laat zien dat Mao verantwoordelijk is geweest voor de dood van zeventig miljoen mensen. Door dat over Mao te schrijven en het te bewijzen, schaad ik de partij, is de officiële opinie.


'Men weet in China van het bestaan van mijn boeken, maar de censuur is waakzaam. Het is een droevige gedachte dat ik in Londen werk en schrijf over China en ze dat daar niet mogen lezen. Ja, vaak voel ik me daar zéér bedroefd over. Na het voltooien van een boek ontspan ik me niet, maar ben ik nog een paar jaar bezig met het maken van een Chinese vertaling. Toch altijd in de hoop op andere tijden, waarin mijn vertalingen wél de Volksrepubliek in mogen.'


Zodat ook de Chinezen kunnen lezen over het wonderlijke leven van Cixi. Chang: 'Zij heeft China gereed gemaakt voor de 20ste eeuw. Ze was de eerste hervormer. Terwijl ze vaak is geportretteerd als aartsconservatief. Onder haar bewind zijn vreselijke dingen gebeurd, dat ontken ik niet, maar het bestaande beeld was mij te negatief en veelal gebaseerd op dubieuze of ronduit valse bronnen. Zeker, Cixi heeft moorden laten plegen, maar vergeet niet dat er in haar directe omgeving aanslagen op háár werden beraamd en dat haar eigen geadopteerde zoon daaraan meewerkte.


'Zij heeft hem toen laten vergiftigen. Misschien vindt u het erg dat ik dit zeg, maar het is vergeeflijk wat zij deed. Anders zou China toen in Japanse handen zijn gevallen.'


Chang ontdekte zelfs een liefdesgeschiedenis. In 1869 liet Cixi haar favoriete eunuch Kleine An een tocht naar Suzhou maken, buiten de Verboden Stad. Dat was ongeoorloofd. Er zat niets anders op dan dat ze hem bij thuiskomst liet onthoofden. Vervolgens was Cixi een half jaar ziek, met overgeven, slapeloosheid, depressieve gedachten en al. Dat las Chang in de verslagen van Cixi's doktoren.


'Dat kan maar op één ding wijzen: Kleine An was een gedoemde liefde. Toegegeven, het is mijn interpretatie. Maar ik twijfel er niet aan. Eunuchen mochten de Verboden Stad niet uit. Toch liet Cixi die mooie Kleine An een reisje maken. Zeer riskant. Waarom deed ze het dan? Om hem een pleziertje te gunnen, een uitje naar Suzhou, het Venetië van het Oosten.


'Aan het hof waren ze stom genoeg om te denken dat een eunuch geen gevoelens heeft of opwekt, eenvoudig omdat hij gecastreerd is. Kleine An was groot en sterk en zag er goed uit. Als ik mij in Cixi verplaats, lijkt het onmogelijk om níét verliefd te worden op een eunuch - tenslotte de enige mannen die zij aan het hof van dichtbij te zien kreeg.'


Afgezien van die veronderstelde romantisch-tragische liefde in 1869 was Cixi altijd tamelijk eenzaam. Dagelijks werden tientallen schalen met gerechten haar paleis binnengedragen. Gezellig tafelen was er niet bij. Chang: 'Dat moet afschuwelijk zijn geweest. Volgens een hofregel moest iedereen staan als Cixi at. Voor iedereen was dat hoogst ongemakkelijk. Dat was ook de reden dat ze dan maar jonge meisjes vroeg om bij het eten aanwezig te zijn. Ze wilde het de ouderen niet aandoen. En anders at Cixi in haar eentje.'


Als ze bij een paleis arriveerde, of dat verliet, moesten daartoe aangewezen ambtenaren voor haar knielen, ongeacht de weersomstandigheden. Een keer, schrijft Chang, ging een ambtenaar door de knieën die zich niet het vereiste gewaad had kunnen veroorloven en er een droeg van geverfd papier. Het regenwater dat van hem af droop was helderrood en groen.


Wat deed Cixi toen ze dit zag? Chang: 'Dat weet ik niet. Ik vermoed dat ze de arme knielende man onbewogen is gepasseerd. Zonder rituelen bestaat de troon niet, wist zij. Zonder die rituelen zou zij, als vrouw in het zeer traditionele China, onomstotelijk aan gezag inboeten.'


In 1900 moest Cixi uit Peking vluchten. Er waren alleen enkele melkkarren beschikbaar. Niet iedereen kon mee. Parel, de favoriete concubine van keizer Guangxu bijvoorbeeld. Cixi beval Parel zelfmoord te plegen. Toen zij weigerde, beval de keizerin-weduwe dat Parel in een waterput moest worden gesmeten. Een eunuch bracht dat bevel ten uitvoer.


Een jaar later bewees Cixi de verdronken Parel eer, uit schuldgevoel. Is dat niet een beetje laat? Chang: 'Dat ben ik met u eens. Maar het bewijst ook dat ze berouw kende, dat is toch al heel wat. Uniek zelfs. Ik ken geen enkele andere Chinese leider die ooit ergens sorry voor heeft gezegd. Mao had zeventig miljoen doden op zijn geweten; over niet een van hen heeft hij zich ooit schuldig gevoeld.'


Jung Chang: De keizerin.

Uit het Engels vertaald door Bart Gravendaal en Maarten van der Werf.


Boekerij; 543 pagina's; euro 24,95.


JUNG CHANG

1952 Geboren in Yibin (provincie Sichuan, China)


1978 Gaat in Engeland taalwetenschappen studeren, promotie in 1982 aan de universiteit van York


1988 Moeder komt op bezoek in Notting Hill (Londen), en vertelt dochter Jung veel over het leven onder Mao


1991 Wilde Zwanen - Drie dochters van China. 15 miljoen exemplaren wereldwijd in 40 talen, 600 duizend exemplaren in Nederland. Verboden in China, net als Changs volgende boeken.


1995 Mao - Het onbekende verhaal. Geschreven met echtgenoot en historicus Jon Halliday


2013 De keizerin

Meer over