Zauberflöte Gardiner leep en expressief

En wat zegt de geschaakte Pamina in Mozarts sprookjesopera Die Zauberflöte, als zich een twijfelende helper aandient die haar het portret laat zien dat hem de weg moest wijzen naar deze, hem onbekende dame?...

Die Zauberflöte, Nederland 3, 20.24 uur en 23.07 uur.

In de Zauberflöte-produktie van John Eliot Gardiner gaat het zo: het portret is een lege lijst. De dame steekt er onderzoekend haar hoofd doorheen, richt zich tot het publiek en debiteert haar tekst - gevleugelde woorden werden het, in het Amsterdamse Concertgebouw. De gag met het onzichtbare portret tekende de onderkoelde humor van Gardiners Mozartprodukties, en kon model staan voor diens ideaal van de 'uitgeklede' enscenering. Een ideaal van alles doen met weinig middelen (zonder lijsttoneel).

'Semi-scenisch' noemde Gardiner zijn Mozarts in het Concertgebouw. Wat in 1990 onder zijn leiding begon met concertuitvoeringen waarin nauwelijks werd geacteerd, groeide later uit tot een laboratorium van het Mozarttheater.

Naarmate de operareeks vorderde, kwam Gardiner met zijn zangers, voortimproviserend op basis van de schouwburg-regies die regisseurs in 'echte' theaters voor hem verzorgden, tot steeds lepere acties langs, in en vanuit trappen, loges en deuren. Het orgel als Baai van Napels (in Così fan tutte), een vlonder als tuin in Sevilla (Le nozze di Figaro), de Grote Zaal werd een theater van de abstractie. Maar concreet waren de mimiek en het gebaar. En wat bleef, was het expressieve geluid van Gardiners zangers - en het bruisen en tintelen van Gardiners English Baroque Soloists.

In Die Zauberflöte maakten Christiane Oelze en de Michael Schade furore als Pamina en Tamino. Harry Peeters was een fraaie Sarastro, Gerald Finley een geestige Papageno; we boften dat Cyndia Sieden de coloraturen van de Königin der Nacht redelijk aankon - en het is goed dat de NPS dat allemaal heeft geregistreerd. Zoals ook Don Giovanni vorig jaar werd vastgelegd: met camera's die vanuit onorthodoxe gezichtshoeken als het ware mee-improviseerden met Gardiners levende, lopende, kwekkende, onvermoeibaar handelende, verbijsterd stilstaande, immer communicerende Mozartpoppetjes.

De gesproken dialogen klinken in deze Zauberflöte niet zelden naar Clinton- of Major-Duits, en de beelden van de dansers die Gardiner heeft ingezet bij wijze van vogeltjes, wilde dieren, water en vuur, zien eruit als een compromis. De NPS is zo wijs geweest de zaak te voorzien van een inleidende reportage, waarin de kijker ziet hoe zangers en dansers vriendschap trachten te sluiten met de zaal, hoe de Drei Knaben gehoorzaam oefenen bij de piano, en hoe Gardiner ook roepend en vertwijfeld zwaaiend zijn liefde voor het Concertgebouw belijdt.

Roland de Beer

Meer over