Analyse

Zambia krijgt IMF-hulp voor het afbetalen van enorme schulden, grotendeels aan China

Zambia krijgt voor 1,24 miljard euro hulp van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) met het aflossen van schulden. Dat is een succes voor de nieuwe president Hakainde Hichilema, die een land diep in de schulden aantrof, met name aan China.

Marije Vlaskamp
Voor Hakainde Hichilema, president van Zambia, is het voorlopige akkoord met het IMF een overwinning. Beeld EPA
Voor Hakainde Hichilema, president van Zambia, is het voorlopige akkoord met het IMF een overwinning.Beeld EPA

De president bereikte vrijdag een voorlopig akkoord met het IMF. Zambia, het eerste Afrikaanse land dat tijdens de coronapandemie in gebreke bleef bij het aflossen van schulden, heeft de afgelopen zes jaar bedragen geleend ter waarde van ruwweg 120 procent van het Zambiaanse Bruto Nationaal Product. Zakenman Hichilema trof bij zijn aantreden als president in augustus een lege schatkist en een zwart gat van schulden aan. Het kostte hem maanden om uit te zoeken hoeveel schuld zijn land aan Chinese bankiers heeft.

Volgens de meest optimistische schattingen staat Zambia voor 12,7 miljard euro bij buitenlandse partijen in het krijt met leningen die het binnenkort moet terugbetalen. Eenderde van dit bedrag is afkomstig van een tiental met elkaar concurrerende Chinese schuldeisers.

Zambia deed vorig jaar, samen met Tsjaad en Ethiopië, een beroep op internationale kredietverleners om hulp te krijgen bij het herstructureren van zijn schulden. Daarvoor is steun van het IMF nodig, zodat financiers vertrouwen krijgen in Hichilema’s programma om uitstaande leningen aan met name Chinese bankiers te herstructureren.

Geen voorrang

In totaal heeft Zambia voor 6,6 miljard dollar van China geleend. Hichilema heeft het IMF beloofd de Chinese geldschieters geen voorrang bij aflossing te geven, zoals andere buitenlandse schuldeisers vrezen.

Zambia, dat voor 43 procent van zijn bruto nationaal product aan leningen bij China heeft uitstaan, is een extreem geval. Gemiddeld lenen Afrikaanse landen van Beijing bedragen ter waarde van 10 procent van hun economie. Problemen met schulden aan China spelen echter op het hele Afrikaanse continent.

In reactie op de toenemende risico’s van niet terugbetaalde leningen aan Afrika, is Beijing al geruime tijd bezig zijn leenbeleid bij te stellen. Zo stelt het minder geld beschikbaar voor Belt Road Initiative-projecten, waarmee Chinese staatsbedrijven over de hele wereld infrastructuur bouwen.

Op de driejaarlijkse China-Afrika-top (FOCAC), deze week gehouden in de Senegalese hoofdstad Dakar, kondigde de Chinese president Xi Jinping dan ook beduidend minder geld aan voor leningen en investeringen voor Afrika dan voorheen. In plaats van de 60 miljard dollar die de afgelopen twee rondes van FOCAC gebruikelijk waren, kwam Xi met slechts 40 miljard aan kredietverstrekking over de brug.

Groeimotor

Deze accentverschuiving in Beijing wordt veroorzaakt door minder rooskleurige vooruitzichten voor de Chinese economie. De belangrijkste groeimotor van de Chinese economie, de vastgoedsector, verkeert in een diepe crisis omdat enkele grote projectontwikkelaars in gebreke blijven bij het aflossen van gigantische leningen.

Bovendien worden ook Chinese financiers, die twintig jaar lang kapitalen in Afrikaanse economieën hebben gepompt, voorzichtiger. Ze merken dat hun risicovolle leningen aan Afrikaanse landen minder rendement opleveren dan verwacht.

De afname van ruim 30 procent in de Chinese geldstroom richting Afrika, verzachtte Xi overigens wel met een donatie van 600 miljoen Chinese coronavaccins en beloftes over hulpprojecten voor de Afrikaanse gezondheidszorg. Nieuw is de nadruk op projecten in Afrika voor armoedebestrijding, een paradepaardje van Xi, die dit jaar trots meldde dat de armoede in China definitief is uitgeroeid.

In 2016, het hoogtepunt van de Chinese investeringskoorts in Afrika, stak Beijing 29,5 miljard dollar in de aanleg van spoorwegen, industriegebieden, mijnen, vliegvelden en communicatienetwerken. Met dit soort kolossale bedragen is China inmiddels goed voor eenvijfde van alle leningen aan Sub-Sahara Afrika.

Daarmee haalde Beijing zich − volgens recent dataonderzoek grotendeels onterechte − verwijten van vooral westerse regeringen op de hals: China zou arme landen opzettelijk in een val van schulden lokken, om vervolgens bij betalingsachterstanden strategische bedrijfsmiddelen over te nemen. Voor Afrikaanse regeringen is China een onmisbare partner geworden bij de industrialisering. Beijing stelt economische ontwikkeling als belangrijkste criterium voor leningen, waar westerse financiers aanvullende voorwaarden stellen over mensenrechten en politieke hervormingen.