Zal Rusland Raad van Europa doodknuffelen?

AL ruim twee jaar wordt gesproken over de toelating van de Russische Federatie tot de Raad van Europa. Daarover moet de Parlementaire Assemblee van de Raad (samengesteld uit de parlementen van de 39 lidstaten) zich op 25 januari in Straatsburg uitspreken....

Vorig jaar werd de beslissing opgeschort vanwege de gebeurtenissen in Tsjetsjenië. Nu valt de beslissing op een moment dat het daar opnieuw tot ernstige incidenten is gekomen. Aan zulke incidenten zal het ook in de toekomst waarschijnlijk niet ontbreken, want Rusland is een federatie van 89 delen met grote onderlinge verschillen.

Waarom zou Rusland lid van de Raad van Europa moeten worden?

De Raad is opgericht in 1949 door tien landen die, na de verschrikkingen van de oorlog, wilden samenwerken om in Europa een herhaling daarvan te voorkomen. De Raad is geen supra-nationale organisatie zoals de Europese Unie, maar een samenwerking van lidstaten. Veel werk wordt gestoken in het opstellen van verdragen, die ter tekening aan de leden worden voorgelegd.

Het allerbelangrijkste verdrag is het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Het EVRM is een grondrechtencatalogus waaraan alle lidstaten zijn gehouden. Om daarop toe te zien, is een Hof voor de mensenrechten in Straatsburg gevestigd, waarin elke lidstaat een rechter mag benoemen. De uitspraken daarvan zijn bindend voor de lidstaten en de rechters in die lidstaten. De rechtspraak van dat Hof heeft vergaande invloed op de naleving van mensenrechten in Europa.

In die hoek zit ook het belangrijkste werk van de Raad: de bevordering van pluralistische democratie, van de sociale rechtsstaat en van de mensenrechten. Het lidmaatschap van landen kan worden opgeschort wegens ernstige schendingen van deze beginselen. In het verleden is dat bijvoorbeeld gebeurd met Griekenland en met Turkije, na militaire staatsgrepen in die landen.

Na 1989 zijn de voormalige communistische staten in Midden- en Oost-Europa toegelaten tot de Raad. De beslissing daartoe ligt bij het Comité van Ministers van de organisatie. Daarin heeft elke lidstaat een stem. Beslissingen moeten bij eensgezindheid worden genomen.

Wat mij verbaast is het gebrek aan publiek debat over de vraag of de Raad zo'n massale toeloop van leden, uit landen met een gebrekkige of afwezige traditie als democratische rechtsstaat (straks bijna de helft van ruim veertig leden), kan overleven of niet. Wat is de geloofwaardigheid van toezicht op democratie en mensenrechten uitgeoefend door zo'n organisatie? Hoe moet het Hof functioneren met zoveel rechters uit landen waar rechters nooit onafhankelijk waren?

Heeft de regering ooit aan de Staten-Generaal gevraagd of deze het eens waren met deze ontwikkeling? Het ging in het begin om landen als Hongarije en Tsjechië waarover niet zoveel twijfels hoeven te bestaan. Dat breidde zich uit tot landen als Letland, Roemenië en Albanië, en tot staten uit ex-Joegoslavië. Vorig jaar kwamen de eerste landen uit de voormalige Sovjet-Unie er bij: Moldavië, Wit-Rusland, Oekraïne. En nu Rusland.

Hebben we dat echt gewild? Het argument is natuurlijk dat wij de democratisering in die landen bevorderen door ze op te nemen in de broederschap van democratische staten. Dat wij die landen als zodanig serieus moeten nemen. Dat wij de Europese veiligheid daarmee bevorderen. Dat we nationalistische tendensen helpen bestrijden.

Allemaal waar. Maar in het geval van de NAVO en de Europese Unie zijn we uiterst terughoudend tegenover lidmaatschap van deze landen, omdat een dergelijke uitbreiding die waardevolle organisaties zelf onderuit zou kunnen halen, welke ondergang de Europese veiligheid nou niet bepaald zou bevorderen.

Maar als het gaat om de Raad van Europa, dan gaat men met de waarden die de Raad vertegenwoordigt minder omzichtig om. Daarmee zou men vrede kunnen hebben als duidelijk was dat hier bewust politieke prioriteiten zijn gesteld. Maar een publiek debat over zo'n prioriteit is er niet geweest, in ieder geval niet in Nederland. Dat is verontrustend.

Vorige week was ik in Moskou om daar, als lid van de juridische commissie van de Assemblee, Russische instanties te horen over Ruslands geschiktheid en bereidheid om de beginselen van de Raad van Europa na te leven. De bereidheid is er zonder twijfel (al hebben nationalisten bezwaren). Maar de geschiktheid? Is er sprake van pluralistische democratie, van sociale rechtsstaat en van eerbied voor de mensenrechten? Kan de Raad de Grote Beer omhelzen, of drukt deze de Raad juist in zijn omhelzing plat? Het is zeer de vraag of zo'n grote en trotse natie zal toestaan dat de Raad bij haar toezicht komt houden op naleving van mensenrechten.

De juridische commissie heeft vastgesteld dat Rusland nog niet in staat is om de beginselen van de Raad na te leven, maar geeft toe dat Russische toezeggingen op dit punt om politieke redenen tot een ruimhartiger standpunt kunnen leiden. De politieke commissie van de Assemblee had dan ook al op 20 december voorgesteld Rusland op te nemen als lid, zonder het onderzoek van de juridische commissie af te wachten.

Integratie van Rusland in Europa is een groot goed. Rusland om die reden nu al opnemen in de Raad van Europa, en daarmee die organisatie opofferen, lijkt me echter niet verstandig.

Erik Jurgens

De auteur is hoogleraar staatsrecht aan de Vrije Universiteit en lid van de Eerste Kamer (PvdA).

Meer over