Zal ooit ergens in de wereld een lijn worden getrokken?

HET is geen wonder dat de oorlog in Bosnië door menigeen wordt beschouwd als het ergste wat er na het einde van de Koude Oorlog kon gebeuren....

Lessen zullen worden getrokken, en we zullen de huiveringwekkende reeks van fouten nooit meer maken. Maak Karadzic onschadelijk, hetgeen uiteraard moeilijk maar niet onmogelijk is, en het ergste is achter de rug. Dit is de onderliggende gedachte bij de zinloze hartekreten van de meeste verslaggevers en commentatoren, onder wie ikzelf. Het is tevens het enige wat ze op moment hebben te bieden.

Helaas houden we onszelf voor de gek. De waarheid is dat, wat de politici en de generaals verder ook besluiten, er niets tot een einde wordt gebracht. In Bosnië komt een dieper liggend probleem tot uiting, een probleem dat een vraag oproept waarop het antwoord angstaanjagend is.

Die vraag luidt: wat zal er hierna gebeuren? En waar zal het gebeuren? Zal de wereldgemeenschap ergens een lijn in het zand trekken, en vaststellen welke status quo ze bereid is te verdedigen? Is er een inbreuk op de vrede denkbaar, die politici als voldoende reden beschouwen om van de eigen bevolking bepaalde offers te vragen voor het verdedigen van een zaak die niet direct haarzelf betreft. Is er zelfs maar een begin van een strategische doctrine, of een greintje bereidheid van welke nationale leider ook om die ten uitvoer te brengen?

Bosnië maakt duidelijk hoe het antwoord op deze vragen hoogstwaarschijnlijk zal luiden. Bedenk wat de wereldgemeenschap reeds heeft getolereerd: massamoord, etnisch geïnspireerde wreedheden, deportatie van bevolkingsgroepen en talloos veel andere inbreuken op het internationale recht. En bedenk met welke argumenten ze dit heeft gedaan.

Beweerd werd dat er tussen de Servische agressor en de Bosnische slachtoffers geen verschil is; dat de VN onmogelijk partij kunnen kiezen; dat Bosnië maar zeer ten dele een probleem van de wereldgemeenschap is; dat de publieke opinie geen gewapend optreden ver van haar bed wenst; dat de enige te rechtvaardigen actie de zwakke humanitaire operatie is, waarvan de uitvoering werd opgedragen aan een handjevol brave blauwe baretten met zeer geringe bevoegdheden.

Al deze argumenten kunnen worden gebruikt in het geval van conflicten in vrijwel geheel Europa. Een aantal Amerikaanse politici heeft dit ook gedaan. Zij verdedigen het inmiddels populaire standpunt, dat er alleen troepen naar het buitenland mogen worden gestuurd teneinde hun beruchte achtertuin te verdedigen.

Is er een uitzondering denkbaar? Polen misschien, mocht het worden aangevallen door Russische troepen die het imperium willen herstellen? Uiterst onwaarschijnlijk. Hongarije, als daar de spanningen over de nationale kwestie tot uitbarsting komen? Griekenland, dat betrokken zou kunnen raken bij een zich uitbreidende oorlog op de Balkan? Ook al is Griekenland lid van de NAVO, in het Amerikaanse Congres is het internationalisme thans zo uit de gratie dat zelfs dit land niet meer voorkomt in het rijtje van landen die het risico van het verdedigen waard zijn. In het isolationistische Tijdperk van Newt wordt de prijs voor het voldoen aan de NAVO-garantie, die Griekenland 43 jaar geleden kreeg, te hoog geacht.

Mochten dit soort ontwikkelingen realiteit worden, dan kunnen we niet rekenen op doortastend politiek leiderschap. Dat heeft de toestand rond Bosnië wel duidelijk gemaakt. Naast de massaslachtingen en zuiveringen, zal de bevolking dit het langste betreuren.

Vastberaden leiderschap bestaat eenvoudig niet meer. Hedendaagse leiders, Bill Clinton en John Mayor voorop, hechten geen waarde meer aan kwaliteiten als helderheid en besluitvaardigheid. Major weigerde zelfs de verantwoordelijkheid te nemen voor het besluit om de Britse troepen niet uit de VN-vredesmacht terug te trekken. Het parlement kreeg te horen dat hij zich uiteraard moest schikken naar de militaire deskundigen 'in het veld'.

Hij doet zijn best. Maar zijn reactie op de meest afschuwelijke gebeurtenissen in Europa in vijftig jaar, geeft weinig hoop voor het geval die overtroffen zouden worden door rampen die zich nog dichter bij huis afspelen, maar voor de heilige drempel van het Britse kasteel blijven. De moderne politicus acht de verdediging van deze lijn de enige die risico's rechtvaardigt.

De Koude Oorlog was met al zijn tirannie en nucleaire risico's een vreselijke tijd. Maar de wederzijdse afschrikking tussen de VS en de Sovjet-Unie bracht een overzichtelijkheid met zich mee, waarvan het einde verre van zegenrijk is geweest. Het was in elk geval een wereld die slechts twee centra kende, wat door iedereen begrepen werd.

Over het algemeen gesproken was de collectieve veiligheid gewaarborgd door een goed uitgewerkt systeem van afspraken. De politieke leiders wisten wat ze deden. Natuurlijk, ten aanzien van onder meer Vietnam, Cuba en El Salvador namen slecht geïnformeerde politici rampzalige besluiten. Maar nu, in de nieuwe, open wereld, is het de weigering van leiders om hun verantwoordelijkheid te nemen ten aanzien van voormalig Joegoslavië, die afschuw wekt. De weigering tegemoet te komen aan het verlangen naar politieke helderheid - terugtrekken of blijven, vechten of opheffen van het wapenembargo. Het kan de mensen niet eens zoveel schelen wat er precies wordt besloten, als de uitkomst maar is dat de Servische agressor beter kan worden bestreden.

De afschuw is begrijpelijk. We waren er getuige van dat de gehele politieke klasse van wat eens het Westen werd genoemd tot besluiteloosheid verviel. Bovendien was er sprake van volksverlakkerij, toen er beloften werden gedaan die niet konden worden nagekomen en veilige havens werden gecreëerd die niemand van plan was te verdedigen.

Groot-Brittannië speelde hierbij een afkeurenswaardige rol. Door pure incompetentie werd de kloof tussen doel en middel nog verder vergroot. Met als gevolg dat de Verenigde Naties, de hoeder van de humanitaire waarden, het werktuig werden van een falend beleid, dat ze wellicht nooit te boven zullen komen. Schaamte is een milde uitdrukking voor wat de gewone burger bij dit schouwspel ervoer.

Tegen deze achtergrond ontwikkelt zich echter een nog sterkere angst. Want wat stelt na Bosnië het collectieve veiligheidsstelsel nog voor? De val van de Muur heeft een generatie politici voortgebracht die er niet op is voorbereid de bevolking te vragen risico's te nemen, laat staan offers te brengen, door het inzetten van de omvangrijke legers die ze tegen hoge kosten op de been houden.

Na het verdwijnen van de Sovjet-Unie, als oude vertrouwde vijand die zich zo eenvoudig als boeman liet afschilderen, heeft ze nog niet de concepten of de woorden of wellicht de moed gevonden om uit te leggen dat de nieuwe vijanden even gevaarlijk zijn. President Chirac barstte een keer uit, maar werd meteen teruggefloten.

President Clinton bewandelt een middenweg, maar moet weken wachten op instemming van het Congres, die wellicht nooit zal komen. Bovendien is het nog maar de vraag of we de VS nog als wereldleider mogen zien, al is Europa allerminst in staat die rol over te nemen.

Het zou prettig zijn als we na Bosnië konden zeggen: nooit weer! Mocht er een vrede worden gesloten waarmee de bedrogen en geterroriseerde bevolking kan leven, dan kunnen we ervan op aan dat de lessen van Bosnië in al hun details bestudeerd zullen worden door de denktanks en op de militaire academies van Europa en de VS. Maar de gevolgen voor de rest van de wereld lijken nu al rampzalig.

In plaats van een les te zijn, zou Bosnië binnenkort wel eens een voorbeeld kunnen worden. Het zal dan dienen als bewijs dat de wereld en zelfs de betrokken regio zich niet druk maken om een door nationalisme geïnspireerde veroveringsoorlog, en dat er niets tegen te doen is.

Hugo Young is commentator van The Guardian.

The Guardian/de Volkskrant

Vertaling: Margreet de Boer

Meer over