ANALYSE

Zal klimaatakkoord ambitieus genoeg blijken?

Nu al is 2015 het warmste jaar in de boeken. Een symbolisch jaar dus voor de klimaattop van Parijs die vandaag begint. Delegaties van de 196 landen die zijn aangesloten bij het klimaatverdrag van de VN moeten het de komende twee weken zien eens te worden over een wereldwijd akkoord voor de aanpak van klimaatverandering vanaf 2020, als opvolger van het Kyoto-protocol. Wat zijn de grote kwesties?

Demonstranten hebben honderden schoenen geplaatst op het Place de la Republique in Parijs om aandacht te vragen voor het klimaat. Een geplande protestmars werd verboden na de aanslagen in de Franse hoofdstad. Beeld reuters
Demonstranten hebben honderden schoenen geplaatst op het Place de la Republique in Parijs om aandacht te vragen voor het klimaat. Een geplande protestmars werd verboden na de aanslagen in de Franse hoofdstad.Beeld reuters

Vraag 1: Hoe verminderen we de uitstoot?

De klimaatverandering is het gevolg van de ophoping van broeikasgassen in de atmosfeer door het opstoken van fossiele brandstoffen. Die broeikasgassen (met name CO2) zijn dus het belangrijkste dat moet worden aangepakt. Dat kan door vermindering van de CO2-uitstoot en door meer opslag, bijvoorbeeld via herbebossing. Dit wordt gevat onder de term mitigatie.

Doelstelling van Parijs (COP21, de 21ste Conference of the Parties van de United Nations Framework Convention On Climate Change UNFCCC) is de stijging van de gemiddelde temperatuur in het jaar 2100 te beperken tot 2 graden Celsius boven pre-industriële niveaus. Dat is de door de politiek gestelde, tamelijk arbitraire limiet waarboven volgens het VN-klimaatpanel IPCC de negatieve gevolgen niet meer te hanteren zijn.

Omdat een wereldwijd klimaatakkoord over CO2-reductie zes jaar geleden in Kopenhagen onhaalbaar bleek, is de UNFCCC overgestapt op een systeem met vrijwillige reductiebeloftes van landen, de Intended Nationally Determined Contributions of INDC's. Bijna alle landen (meer dan 180, samen goed voor ruim 95 procent van de uitstoot) hebben die de afgelopen maanden ingediend.

In die plannen staat met welk percentage landen hun eigen uitstoot willen terugdringen en hoe ze dat denken te bereiken (zo wil de EU 40 procent minder uitstoot in 2030 dan in het referentiejaar 1990). Dat kan met allerlei instrumenten, van CO2-belasting en -emissiehandel tot CO2-opslag in oude en nieuwe bossen en versneld overstappen naar duurzame energie.

Probleem is dat alle nu aangemelde plannen opgeteld bij lange na niet genoeg zijn voor het halen van de 2 gradenlimiet, hooguit voor 3. Ze reduceren 9 tot 11 gigaton uitstoot in 2030, en dat laat een gat van 12 tot 14 gigaton. Er moet dus op de lange termijn veel meer gereduceerd worden, en hoe langer we daarmee wachten, zeggen de experts, hoe pijnlijker de ingrepen zullen zijn.

(tekst gaat verder onder de foto)

Demonstranten hebben honderden schoenen geplaatst op het Place de la Republique in Parijs om aandacht te vragen voor het klimaat. Een geplande protestmars werd verboden na de aanslagen in de Franse hoofdstad. Beeld ap
Demonstranten hebben honderden schoenen geplaatst op het Place de la Republique in Parijs om aandacht te vragen voor het klimaat. Een geplande protestmars werd verboden na de aanslagen in de Franse hoofdstad.Beeld ap

Vraag 2: Hoe passen we ons aan?

De tweede grote kwestie naast de wereldwijde reductie van broeikasgassen is het vraagstuk van klimaatadaptatie, met andere woorden: hoe passen we de wereld aan de nu al onvermijdelijke gevolgen van de klimaatverandering aan. Dat gaat over maatregelen tegen problemen als zeespiegelstijging, extreem weer, droogte, overstromingen en gebrek aan voedselzekerheid.

Adaptatie is vooral een probleem voor ontwikkelingslanden. Die landen zullen geholpen moeten worden met maatregelen als kustversterking, herbebossing of het overschakelen op duurzame landbouw. Daarvoor moeten structureel middelen beschikbaar komen, in menselijke capaciteit en in geld. Het komt er vaak op neer dat het weerbaar maken van mensen tegen klimaatverandering weinig anders is dan het bestrijden van armoede en onderontwikkeling.

Vraag 3: Wie gaat het allemaal betalen?

Dit wordt het grootste struikelblok in Parijs. Probleem is natuurlijk dat de klimaatverandering vooral is veroorzaakt door de rijke ontwikkelde landen, maar dat de gevolgen vooral voor rekening komen van de ontwikkelingslanden. Die vinden niet alleen dat zij zich ook moeten kunnen ontwikkelen, en dus minder aan CO2-reductie hoeven te doen, maar ook dat de rijke landen moeten betalen voor de oplossingen, met name voor adaptatie.

De rijke landen hebben al beloofd dat zij vanaf 2020 100 miljard dollar per jaar zullen steken in het klimaatfonds van de VN. De discussie in Parijs wordt vooral of dat bedrag hoog genoeg is, hoeveel ervan 'nieuw geld' is en of dat er op een gereguleerde manier komt. Bijkomend probleem is dat er een aantal opkomende landen zijn die zich nog voordoen als ontwikkelingslanden, maar het niet meer zijn, zoals China. Die moeten ook hun deel gaan betalen.

Een andere financieel twistpunt is kennis- en technologietransfer. Dit gaat vooral over de vraag of de rijke ontwikkelde landen en hun bedrijfsleven de rest van de wereld zullen laten delen in de technologische innovaties die op het gebied van schone energie en duurzaamheid worden gedaan. Moeten de arme landen gaan betalen om zulke technologie te mogen gebruiken?

Het laatste struikelblok is iets wat bekend staat als 'loss & damage'. Wie draait op voor klimaatschade die er al is, bijvoorbeeld op koraalatollen die ontruimd worden vanwege de stijgende zeespiegel? Dat is een lastige vraag, want de rijke landen zijn huiverig voor alles wat lijkt op aansprakelijkheid.

(tekst gaat verder onder de foto)

Demonstranten hebben honderden schoenen geplaatst op het Place de la Republique in Parijs om aandacht te vragen voor het klimaat. Een geplande protestmars werd verboden na de aanslagen in de Franse hoofdstad. Beeld reuters
Demonstranten hebben honderden schoenen geplaatst op het Place de la Republique in Parijs om aandacht te vragen voor het klimaat. Een geplande protestmars werd verboden na de aanslagen in de Franse hoofdstad.Beeld reuters

Vraag 4: Hoe houden we elkaar bij de les?

Dit is een procedurele, maar cruciale kwestie. Kopenhagen ging mis omdat er werd afgekoerst op een bindend wereldwijd verdrag, dat politiek onhaalbaar bleek. Nu zijn de ambities een stuk lager, of opportunistischer, afgesteld: wel een globaal akkoord, op basis van vrijwillige landen-pledges, maar niet in het raamwerk van een bindend volkenrechtelijk verdrag. Anders gezegd: sommige Parijse afspraken zullen bindend zijn, andere meer intentioneel.

Cruciaal is wel dat landen afspreken hoe ze elkaar aan die vrijwillige afspraken zullen houden. Er moet een niet-vrijblijvend 'pledge and review' proces komen, waarbij de voortgang bijvoorbeeld elke vijf jaar wordt getoetst, via zogenaamde monitoring en verificatie, al dan niet door de VN (UNFCCC).

Het idee is natuurlijk dat die afspraken ook kunnen worden aangescherpt. Want hoewel een akkoord van Parijs het 2 gradendoel niet zal realiseren, moeten vervolgafspraken tot 2050 dat wel doen. Het akkoord moet de wereld op het pad zetten naar het duurzaam en koolstofvrij maken van de wereldeconomie (decarbonisatie), uitmondend in koolstofneutraliteit.

Vraag 5: Gaat het lukken, een deal, en hoe belangrijk is dat?

De sterren staan relatief gunstig voor een klimaatakkoord van Parijs, zeggen insiders. Anders dan zes jaar geleden in Kopenhagen willen alle belangrijke spelers een akkoord. Dat zal onvermijdelijk een globaal en rommelig compromis zijn. De cruciale vraag is vooral of de deal voldoende ambitieus zal zijn om de wereld in het spoor van de 2 graden-limiet te houden.

Mocht Parijs mislukken, dan is echter nog niet alles verloren, zeggen optimisten. Het welslagen van klimaatbeleid hangt gelukkig niet alleen maar van landen af, er zijn - in het jargon - ook nog de 'non-state actors', die in de afgelopen periode duizenden klimaatplannen hebben ingediend.

Het bedrijfsleven is er al jarenlang mee bezig, met soms behoorlijke resultaten. Steeds meer bedrijven bereiden zich intern al voor op een belasting op CO2. Voorloper als Unilever streven zelfs al naar koolstofneutraliteit. Grote en kleine beleggers kiezen steeds vaker voor het boycotten van fossiele energie.

Lagere overheden, met name steden (meer dan de helft van de wereldbevolking woont al in steden, in 2030 zal dat 60 procent zijn), voeren in toenemende mate eigen duurzaam energiebeleid. En burgerinitiatieven slepen zoals in Nederland overheden voor de rechter die hun burgers te weinig beschermen tegen de opwarming. Klimaatbeleid is allang van iedereen.

Meer over