Zakjes boerderijdrop zoeven langs de metaaldetector

Schoonmaakmiddel in babyvoeding, Engelse drop met metaaldeeltjes: een product terughalen uit de supermarkt is de boze droom van elke voedingsproducent....

door Bart Dirks

Een 'dringende mededeling' voor kopers van Lambrusco stond vrijdag op de voorpagina van deze krant. Superunie, leverancier van onder meer Jan Linders, Spar en de Jumbo-supermarkten, waarschuwde in een advertentie voor het nagisten van een specifieke partij Italiaanse wijn, waardoor de flessen spontaan kunnen barsten. 'Nuttigen van de wijn levert geen risico's voor de gezondheid op', maar 'uit voorzorg' wordt consumenten geadviseerd 'geen enkel risico' te nemen en flessen met een bepaalde streepjescode 'met zorg te openen en weg te gooien'.

De nagistende Lambrusco is een van de jaarlijks zeventig producten - van vlamvattende boa's tot glassplinters in bierflesjes - die fabrikanten uit de handel nemen.

'Ik mag mijzelf gelukkig prijzen dat ik in de twaalf jaar dat ik hier werk, nog nooit één dropje uit de winkelschappen heb moeten terughalen', vertelt Guurtje Kok. Als hoofd kwaliteit, arbo en milieu van twee Verduijn-snoepfabrieken - onderdeel van Perfetti Van Melle - is zij verantwoordelijk voor een smetteloos eindproduct. In de Klene-dropfabriek in Hoorn (waar drop, Engelse drop, winegums en zachte pepermuntkussentjes worden gemaakt) vormen stukjes hout, gebroken glas en metaaldeeltjes de grootste risico's.

'Metaal vormt het grootste gevaar, maar is tegelijk het makkelijkst te ontdekken', legt Kok uit bij een lopende band waar zakjes boerderijdrop overheen zoeven. Vlak voordat het snoepgoed in kartonnen dozen gaat, schuiven de zakjes door een detectieapparaat. De scanner haalt dubieuze exemplaren van de band en werpt ze in een aparte bak. Een alarmlampje waarschuwt de inpakkers.

'Het is natuurlijk leuk dat die metaaldetector er staat, maar je moet wel zeker weten dat hij functioneert', zegt Kok. Daarom wordt elk uur de proef op de som genomen. Drie testblokjes gaan door het apparaat, het eerste blokje met een gruisdeeltje ferro erin, een tweede met een stukje non-ferro en het derde met een splintertje roestvrij staal. Slaat de machine bij de test geen alarm, dan doet de betreffende medewerker het wel.

'De productie wordt onmiddellijk stopgezet, de chef gewaarschuwd, het mankement verholpen. Alle zakjes drop die sinds de vorige test door het haperende apparaat gingen, moeten opnieuw door de detector', aldus Kok.

Er is een keur aan detectoren te koop, die allemaal een andere onrechtmatigheid kunnen opsporen. Lasersystemen kunnen onder andere steentjes opsporen die zich vermommen als rozijnen, LED-lampjes waarschuwen als er ongeregeldheden als hout of muizen tussen de producten verscholen zitten, camera's met ultraviolet licht kunnen ongewenste kleuren en vormen rapporteren. Röntgenapparatuur kan worden ingezet om vreemde bestanddelen op te merken in blikken of glazen potten, zoals stukjes rubber, keramische materialen of kunststoffen. De stralingsniveaus zijn hoog genoeg om fouten te kunnen constateren, maar liggen ruim onder de wettelijk toegestane niveaus.

In de dropjesfabriek in Hoorn kan ook hout onbedoeld in de productie terechtkomen. Bij de stempelmallen - waar hete drop in een vorm wordt gegoten en bedrukt tot bijvoorbeeld een munt - kan het gebeuren dat een stukje hout van de poederbak met zetmeel afbreekt. Ook dan geldt volgens Kok een vastomlijnde procedure: machine stopzetten, storing verhelpen, de kapotte poederbakken markeren zodat het later in het productieproces opvalt, en de 'beunen' noteren in het logboek.

Er zijn ook stempelmallen van gips in gebruik. Die zijn wit, en vallen tussen de stroom dropjes dus goed op. Maar tussen de tumtummetjes niet. Voor het geval ze niet op de zeef blijven liggen, is er nog een slimmigheidje bedacht. 'In elke gipsen dropjesmal zit een metalen kogeltje. Zo wordt het gips altijd opgespoord door de metaaldetector', zo legt Kok uit.

Beter nog dan er op te vertrouwen dat de techniek problemen tijdig signaleert, is het om die problemen te voorkomen. Guurtje Kok wijst op tal van voorzorgsmaatregelen in de dropfabriek. Om de meeste tl-buizen zit een bak, en anders is de buis in een plastic beschermhoes verpakt. Als zo'n buis knapt, vliegen de splinters dus niet door de hal. De muren hebben geen hoekjes of plinten waar stof op blijft liggen, en er is speciale verf voor gebruikt. En tegen de ramen zit een plastic folie. Naar buiten kijken is daardoor wat lastiger, maar de risico's dat er iets misgaat, zijn kleiner.

En mocht er, ondanks al deze voorzorgsmaatregelen, toch onverhoopt een verkeerd product in de handel komen, dan valt een verdachte partij nog altijd te traceren. Allerlei handelingen gedurende het productieproces zijn geregistreerd en in een code verwerkt. Die code staat op elk dropzakje, samen met de houdbaarheidsdatum en het exacte tijdstip van verpakking. 'Zo weten we wat er met welke partij is gebeurd en waar deze is terechtgekomen. Bovendien bewaren we van elke partij een houdbaarheidsmonster. Als we een klacht ontvangen, dan kunnen we het betreffende zakje vergelijken met het monster.'

Tot een terugroepactie is het bij de Klene-dropjes nooit gekomen, wel zijn er oefeningen gedaan. 'Dat is heel gemeen', aldus Kok. 'Ik had met een beperkt aantal mensen een klacht verzonnen. De kwaliteitsafdeling zocht wat er precies in zat, om welke verpakkingen het ging, hoe het product getransporteerd werd. Ook is er een advertentie opgemaakt. In een paar uur was alles getraceerd.'

Toen Kok duidelijk maakte dat het slechts een test betrof, waren de medewerkers in eerste instantie nauwelijks opgelucht. 'Ze hadden er zó hard aan gewerkt. Ze zeiden: zoiets doe je toch niet!'

Meer over