Zachte briesjes over eindeloze voetbalvelden

We zijn nu anderhalve week aan de gang, en een diepe tevredenheid heeft zich van mij meester gemaakt. Ik verkeer in permanente staat van gelukkige gelatenheid....

Het WK voetbal heeft bezit van mij genomen. Er zijn heuvels noch dalen, er ruist een zacht briesje over een eindeloos voetbalveld.

Voor de wedstrijd Engeland - Argentinië zegt John Motson van de BBC het volgende: 'There are a few more important things happening in the world. But just at the moment I can't think of any.'

Hij heeft gelijk. Niet dat ik Engeland - Argentinië zo enorm belangrijk vind, maar iets belangrijkers wil mij ook zo snel niet te binnen schieten.

Zondagochtend. Ik verwarm croissants, pers sinaasappels uit, doe de tuindeuren open, prijs de rijzende zon, zet de tv aan en plof op de bank: Mexico-Ecuador begint.

'Het begint!', roep ik in de lege kamer blij naar het plafond. Niemand reageert en dat is prima. Alles is prima. De wedstrijd, die is vast ook prima. Het had trouwens ook Rusland - Japan mogen wezen of Costa Rica - Turkije. Ik ben het stadium van de selectiviteit al lang gepasseerd.

Ik vind het prachtig, het ochtend-WK. Voetbal in de avond krijgt onmiddellijk iets zwaarwichtigs, maar om half negen 's ochtends heeft alles nog de lichtheid van een dauwdruppel. Vergis ik me, of wéten de spelers dat ze voor een ochtendpubliek spelen en wordt er inderdaad vaker dan ooit gelachen in het veld?

Ik kijk zonder één moment van grote opwinding, vreugde of verdriet. Ik kijk, meer niet. Een enkele keer is er even verbazing - wanneer ik een dweilorkest meen te horen, bijvoorbeeld. Een dweilorkest in Zuid-Korea? Wie heeft er een atoombom nodig, als je een dwéilorkest naar de vijand aan de noordgrens kunt sturen?

Ik kijk naar het WK als een zen-boeddhist. Alleen het moment is van belang, ervoor en erna bestaan niet. Er is verlangen noch ambitie noch spijt. Er is wel overgave.

Ik ben de bal. Ik ben trouwens ook de cornervlag en de middenstip, ik ben de rechterschoen van Beckham. Ik ben het blinde oog van de grensrechter die Italië vermoordt. Ik zie Brazilië, de wereldkampioen, maar het doet me niks.

Prijst en looft Louis van Gaal, aan wie dit alles is te danken. Aan hem, en hem alleen! Zonder Louis was Oranje erbij geweest en had ik kunnen fluiten naar de gezegende staat van onthechting waarin ik momenteel verkeer. Louis de Ziener wist dat dit land in juni zou snakken naar rust en introspectie. Hij wist dat hij daarvoor Oranje en zichzelf moest opofferen. Dankjewel, Louis.

Stress en de terreur van het resultaat. Je hoeft maar even naar de VRT te kijken en je snapt wat ik bedoel. Steeds opnieuw de angst voor de volgende wedstrijd die de laatste kan zijn maar ook de eerste statie van een nieuwe lijdensweg. De zekerheid dat de ondergang zal komen, ergens tussen nu en 30 juni, noem dat maar leuk.

Wij hadden dat even niet aangekund. Wij hadden na alle reuring behoefte aan de troost van de grote leegte. Wel de bal, niet de pijn.

Ik krijg de groepsindeling maar niet in mijn hoofd, ik weet niet wie er tegen wie moet in de volgende ronde. De scheids fluit voor de laatste maal en de wedstrijd zweeft als een zeepbel uit mijn geheugen. Ze laten de stand zien, in Hilversum, maar wat kan mij de stand schelen? Laat maar komen, de volgende. Wat is de volgende? Geen idee. De volgende graag. Fluiten scheids, rollen met die bal.

Ik maak me nu al zorgen over 19 en 20 juni: twee dagen zonder voetbal. Ik denk opeens ook helemaal anders over het plan van de FIFA om het WK elke twee jaar te organiseren. Doen! Waarom eigenlijk niet elk jaar? En waarom niet met 64 landen? Doe maar 128!

En altijd ergens in het Verre Oosten, zodat juni, juli en augustus voortaan zijn gevuld met talloos veel zachte ochtenden waarop de bal rolt en rolt in het absolute niets en de aarde de som is van duizendenéén strafschopgebieden.

Meer over