Zaak-Etienne U. echec voor OM

Het OM in Haarlem is er niet in geslaagd te bewijzen dat Etienne U. tot de toppers van de Nederlandse hasjwereld behoort....

In de zaak tegen Etienne U. en zijn medeverdachten werd het Openbaar Ministerie (OM) maandag een groot compliment gemaakt. Het gerechtshof verwierp alle niet-ontvankelijkheidsverweren die de verdediging had gevoerd. Dat waren er nogal wat: voorzitter J. Vermeulen van het hof had maandag ruim een halfuur nodig voor dit hoofdstuk. Het 'Radar'-onderzoek naar de groep-U. is zo 'schoon' gebleken als politie en justitie steeds hebben beweerd.

Ondanks dat succes is de zaak geëindigd in een echec. Het OM in Haarlem is er niet in geslaagd te bewijzen dat de in Suriname geboren U. tot de toppers in de Nederlandse hasjwereld behoort. Een kostbaar en langdurig onderzoek - het officiële begin van de rechtszaak was op 5 oktober 1994 - is uitgelopen op een veroordeling wegens het onjuist invullen van zeven belastingformulieren.

Wrang detail: U. zal zijn in beslag genomen auto's - twee Porsches, een Mercedes en een Triumph - terugkrijgen, zo gelastte het hof.

Twee keer heeft justitie zijn klauwen in U. gezet, twee keer heeft het opsporingsapparaat moeten loslaten.

De eerste pogingen om hem in het gevang te krijgen (het 'Delta'-onderzoek) resulteerden in de IRT-affaire.

Een diepgaande infiltratie, waarbij partijen drugs door de politie werden doorgelaten, werd zo onrechtmatig geacht, dat het resultaat daarvan niet eens aan de rechter werd gepresenteerd.

De IRT-affaire leidde tot de val van twee ministers, een parlementaire enquête en langdurig verstoorde verhoudingen tussen opsporingsambtenaren.

Het tweede onderzoek leek in een revanche voor justitie uit te monden. De rechtbank in Amsterdam veroordeelde U. in januari 1998 tot zes jaar wegens deelname aan een criminele organisatie en belastingfraude. Alom klonk gejubel.

Volgens de een was de uitspraak 'een teken van de normalisering van de opsporing van de georganiseerde misdaad', de ander sprak de hoop uit dat het 'IRT-spook' definitief was verdwenen.

Maar ook toen al waren er twijfels over de door het OM aangedragen bewijsmiddelen. Niet voor niets reisden rechercheurs en officieren van justitie keer op keer naar de Verenigde Staten af, om arrestanten te bewegen kroongetuige te worden tegen 'De Generaal'.

Op deze wijze zou U. kunnen worden vastgepind op enkele enorme drugstransporten, waarvan er een door de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA was onderschept. De bezochte ge detineerden bedankten evenwel steeds voor de eer.

Het hof kwam op grond van hetzelfde dossier tot een totaal andere conclusie dan de rechtbank. Dat mag opmerkelijk worden genoemd, maar is niet ongewoon. De raadsheren hebben nu eenmaal wat meer afstand tot de zaak dan de rechters, die de eerste golven van de massale en vaak eenzijdige publiciteit over zich heen krijgen.

Het OM heeft nu twee weken de tijd om te bepalen of het cassatie aantekent. Vermoedelijk zal het zijn verlies nemen. Op de uitspraak van het hof valt weinig af te dingen.

Al bij aanvang van het hoger beroep had advocaat-generaal P. Brilman geconcludeerd dat de bewijspositie als 'zeer gecompliceerd moet worden beschouwd'. Zijn woorden zijn profetisch gebleken.

Door de vrijspraak van U. zal er een discussie ontstaan over de vraag hoe de strijd tegen de georganiseerde misdaad moet worden gevoerd. Al jaren morren rechercheurs over de beperkingen die de politiek hen na de parlementaire enquête opsporingsmethoden heeft opgelegd. Zo werd het doorlaten van drugs en de inzet van criminele infiltranten verboden.

De zaak-U. had de triomf van het 'klassieke' rechercheren moeten worden. In plaats daarvan is Etienne U. - in het rapport van de commisie-Van Traa anoniem aangeduid als de regisseur van zes tot zeven misdaadgroepen - vrijwel ongrijpbaar geworden. De hardliners binnen politie en justitie zullen met een verwijzing naar deze zaak eisen dat zij een groter arsenaal krijgen toegewezen.

Een commissie onder leiding van het Tweede-Kamerlid Kalsbeek buigt zich momenteel over de vraag of de door enquêtecommissie geconstateerde crisis in de opsporing voorbij is. Het kan niet anders dan dat de zaak-U. een belangrijk onderdeel van die evaluatie zal worden. In de Delta- en Radar-onderzoeken zijn immers de twee uitersten van het recherchespectrum vertegenwoordigd. En in beide zaken beet het Openbaar Ministerie in het stof.

Meer over