Yin-ogen kunnen de doden zien

Amy Tan werd in 1952 in Californië geboren, uit Chinese ouders die drie jaar eerder, vlak voor de communistische machtsovername, uit hun vaderland naar de Verenigde Staten waren geëmigreerd....

HANS BOUMAN

Toen ze rond 1985 begon te werken aan haar eerste roman, was het dus weinig verwonderlijk dat Tan haar gemengde culturele achtergrond als thema koos. In The Joy Luck Club (1989), gaf ze een fascinerend portret van de tegenstellingen tussen eerste- en tweede-generatie Chinese immigranten in Californië. Over een groepje eindeloos mah-jong spelende, op hun kinderen mopperende en geestelijk nog half in China levende aunties, over hun veramerikaniseerde dochters die niets meer van het land van hun ouders willen weten, en over de onvermijdelijke conflicten die dit oplevert.

In het twee jaar later gepubliceerde The Kitchen God's Wife ging Tan een stap verder. De verstoorde moeder-dochterrelatie was er meer uitgangspunt dan thema. Het boek verdiepte zich, aan de hand van een verhaal over vrouwenonderdrukking, in de vraag in hoeverre de mens in staat is zich aan zijn lot te onttrekken. Uit de bespiegelingen van de hoofdpersoon bleek een duidelijke scepsis over het begrip vrije wil en de in de Verenigde Staten zo gecultiveerde overtuiging dat ieder mens het leven kan leiden waarvoor hij kiest.

Ook in haar derde roman, The Hundred Secret Senses, vrijwel tegelijk in vertaling verschenen als De honderd geheime zintuigen, heeft Tan gekozen voor het vertrouwde terrein van Chinese immigrantenkinderen en hun ouders. Ditmaal vormt echter niet een moeder-dochterrelatie de rode draad, maar de verhouding tussen twee halfzusters.

Hoofdpersoon Olivia is een succesvol fotografe en dochter van een Chinese vader en een Amerikaanse moeder. In het eerste hoofdstuk blikt ze beknopt terug op haar jeugd. Toen haar vader, rond Olivia's vierde verjaardag, op zijn sterfbed lag, vertelde hij over een eerder Chinees huwelijk, waaruit een dochter was geboren die nog in China woonde. De familie besloot het meisje, Kwan, naar Amerika te laten overkomen en vanaf dat moment had Olivia er een twaalf jaar ouder halfzusje bij.

Uiteraard speelde ook in deze relatie de bekende Chinees-Amerikaanse tegenstellingen een voorname rol. Kwan sliep met Olivia op één kamer en leerde haar halfzus en passant Chinees, maar er bleef een enorme kloof van onbegrip gapen. 'Nog voor ik de eerste klas doorlopen had, wist ik alles van schaamte en publieke vernedering. Kwan stelde zulke stomme vragen, dat alle kinderen uit de buurt dachten dat ze van Mars kwam. 'Wat M & M?' 'Wat kaagum?' 'Wie Popeye Sailor Man? Waarom één oog? Is boef?' Zelfs Kevin en Tommy lachten zich een bult.'

Maar de verhouding tussen Kwan en Olivia (of 'Libby-ah', zoals Kwan haar naam uitsprak, 'als naar het land van Moammar Khadaffi') ging verder dan schaamte om een culturele kloof. Al snel na haar overkomst nam Kwan gaandeweg de taak over van Olivia's weinig zorgzame moeder. Kwan was loyaal en toegewijd, ondanks alle spot. Als gevolg daarvan kreeg Olivia te kampen met een toenemend gevoel van verscheurdheid.

Cruciaal was vervolgens het moment waarop Kwan Olivia haar toevertrouwde dat ze 'yin-ogen' had. Dank zij deze zintuigen zou zij in contact staan met de overledenen. Kwan vroeg haar halfzus nadrukkelijk dit geheim niet aan anderen te verraden, maar Olivia ging er nog dezelfde dag mee naar haar moeder. Eindresultaat was dat Kwan een tijdlang in een inrichting werd opgenomen en elektroshock-therapie onderging. Niettemin kwam er nooit een verwijtend woord jegens Olivia over haar lippen.

Dan maakt het boek een sprong van enkele decennia. Kwan is inmiddels vijftig, Olivia 38. De verhouding tussen de twee zusters is nog altijd even delicaat en complex, maar Kwan blijft loyaal en koestert nog steeds de hoop haar zuster in te wijden in de wereld die alleen is waar te nemen met geheime zintuigen.

Deze 'spookwereld' vormt de tweede rode draad van The Hundred Secret Senses. Het is het verhaal van Kwans vorige leven, in de negentiende eeuw, toen ze deel uitmaakte van het door China zwervende Hakka-volk. Ze heette toen Nunumu, en had als gevolg van een ongeluk maar één oog. Na een periode als roversmeisje, kwam Nunumu in dienst van een groepje christelijke zendelingen. Wat volgt is een kleurrijke reeks verwikkelingen, die deels een spiegeling is van de twintigste-eeuwse werkelijkheid.

Ook in die twintigste-eeuwse werkelijkheid vindt een reis door China plaats, als Olivia dank zij een misschien wat al te fraai georkestreerde samenloop van omstandigheden in Changmian belandt: Kwans geboortedorp.

Het is tijdens dit verbijf in China dat Olivia in het reine komt met haar verscheurde gevoelens, een proces waarbij ze Kwan kwijtraakt, maar het geestelijk leven van haar halfzus, haar 'honderd geheime zintuigen', wint. Het betekent voor haar een verzoening met het leven. Op de laatste bladzijde van het boek stelt ze: 'Ik denk dat het Kwan's bedoeling is geweest mij te laten zien dat de wereld waarin je leeft geen afgeperkte plaats in ruimte en tijd is, maar samenvalt met de wijdsheid van je eigen ziel. (. . .) Als mensen die we liefhebben sterven, dan raken ze alleen maar buiten het bereik van onze normale zintuigen. Maar we kunnen ze altijd nog vinden met onze honderd geheime zintuigen, zolang we maar niet vergeten dat we die hebben.'

The Hundred Secret Senses is een pleidooi voor spiritualiteit, maar wel een dat hoge eisen stelt aan de meegaandheid en tolerantie van de lezer op het gebied van wat ik de 'hogere zweverigheid' zou willen noemen. Gelukkig is Tan een bekwaam vertelster en blijft de roman, ook waar hij voor nuchtere geesten minder overtuigend wordt, onderhoudend. Maar de meer aardse ambities van The Joy Luck Club waren beter aan mij besteed.

Amy Tan: The Hundred Secret Senses. G.P. Putnam's Sons, import Van Ditmar, ¿ 38,80.

Amy Tan: De honderd geheime zintuigen. Uit het Engels vertaald door Peter Abelsen. Bert Bakker, ¿ 39,90.

Meer over