Yeti

SHEILA SITALSING

In het dwazenhoekje van de Volkskrant las ik gisteren tot mijn ontsteltenis dat de yeti niet bestaat. Diepgravend wetenschappelijk onderzoek naar haren en ander spul, volgens de vinders afkomstig van de verschrikkelijke sneeuwman, Bigfoot en ander gespuis, heeft uitgewezen dat het materiaal toebehoort aan beren, wolven, koeien of een uitgestorven ijsberensoort.

Zelf mag ik graag kijken naar programma's op National Geographic Channel waarin bloedserieus jacht wordt gemaakt op de chupacabras/geitenzuiger of op de Jersey devil, een gevleugeld wanschepsel, en waarbij de inzet van helderzienden niet wordt geschuwd. Hier geen klachten dus over wetenschappers die hun dure onderzoeksmiddelen besteden aan het analyseren van mogelijke yetiharen.

De teleurstellende uitkomst van het onderzoek ten spijt, is het een opsteker voor de mensen die ze cryptozoölogen noemen en die ook wel monstermensen worden genoemd, dat serieuze wetenschappers zich niet alleen op hun terrein van het verzonnen-gedrochtenonderzoek wagen, maar daar ook een serieuze publicatie aan wijden in een vakblad. Paleontoloog John de Vos, de dino-expert van Naturalis en allesbehalve een monstermens, formuleerde het gisteren in de Volkskrant zo: 'De klacht van cryptozoölogen is vaak dat ze genegeerd worden.'

Dat laatste valt niet te zeggen over Jan Scholten, homeopathisch arts en wandelend bewijs van het definitieve failliet van het lintjessysteem. Het Kapittel voor de Civiele Orden, het orgaan dat kandidaten voor een koninklijke onderscheiding voordraagt aan 'de minister die het aangaat', besloot eerder dit jaar in een vlaag van krankzinnigheid Scholten te laten ridderen, in de Orde van Oranje-Nassau. Voor zijn onderzoek naar planten en mineralen, 'waarmee hij de behandelingsmogelijkheden van de homeopathie heeft verruimd'.

De leden van het Kapittel hadden vermoedelijk zelf iets te veel gedroogde plantjes gerookt toen ze tot hun oordeel kwamen, want Scholten is het brein achter Iquilai, een kwakzalversmiddeltje tegen aids, waarmee het gebruik van reguliere hiv-remmers 'in veel gevallen kan worden uitgesteld'.

In Nederland mag zulke kul geen medicijn heten, want het belang van onze eigen zieken houden we scherp in de gaten, maar in Kenia mag Scholten ongestraft zowel Iquilai als zijn waandenkbeelden over het hiv-virus verspreiden. Onder aids 'zit vaak een minderwaardigheidsgevoel. Het gevoel niet goed te zijn', zo lichtte hij gisteren toe in een intrigerend interview met de Volkskrant. Daarom 'past aids bij Afrika'. Omdat 'de koloniale overheersing mensen het idee heeft gegeven dat ze slecht zijn, dat ze minder waard zijn dan hun overheersers.'

Scholtens overige opvattingen zijn ook fascinerend. Hooikoorts is 'een uiting van onderdrukte woede'. Kanker 'kan met schuld te maken hebben'.

Dat is natuurlijk grappig, minstens zo grappig als onderzoek naar yetiharen, maar het is ook crimineel om aidspatiënten in Kenia wijs te maken dat ze beter kunnen worden van het slikken van suikerwater met een vleugje beuzelpraat.

Dat vond de PvdA ook, die aan VVD-minister Schippers vroeg of ze het lintje van de nepdokter niet kon afpakken. Dat kan ze niet, zo antwoordde ze. Gegeven blijft gegeven, tenzij de ridder in de gevangenis belandt. Of ze de voordracht van Scholten voor een onderscheiding, eerder dit jaar, van het Kapittel blind heeft doorgestuurd naar de koningin, zei de minister er niet bij.

Volgend jaar voorgedragen voor een koninklijke onderscheiding: een cryptozoöloog die zich door een chupacabras heeft laten bezwangeren.

undefined

Meer over