Yasmin Levy's sefardische oerkracht laat wel heel lang op zich wachten

De jonge Israsche zangeres Yasmin Levy is niet de eerste de beste in de wereld van de sefardische muziek. Haar vader was een van de belangrijkste onderzoekers van het sefardisch-joodse cultuurerfgoed en zelf heeft ze langdurig in Spanje geleefd om zich te bekwamen in de taal waaruit het Ladino is...

Ondanks haar formidabele kwaliteiten als zangeres lijkt Levy haar artistieke vorm nog niet te hebben gevonden. Het zal onzekerheid zijn, maar na enige tijd krijgen haar maniertjes op het toneel iets hinderlijks.

Telkens weer dat lachje van gespeelde verwondering over een toch zeer voorspelbare bijdrage van de fluitist, ook als de ernst van het betreffende lied - over een onmogelijke liefde - beslist om iets anders vraagt. Ook een oproep aan het publiek om toch vooral in de maat mee te klappen, komt veel te vroeg. Daar verraadt zich een gebrek aan internationale ervaring, want wat in eigen land doodgewoon is, hoeft dat elders nog niet te zijn.

Pas aan het einde van de eerste set, als Yasmin achter haar microfoon vandaan komt voor een a-capella gezongen lied in flamenco-stijl, lijkt ze echt samen te vallen met de emotie die ze vertolkt. Ontzettend jammer dat er dan een pauze moet komen, want als Levy na een minuut of twintig haar rentree maakt, is ook de krampachtigheid van het begin weer terug.

Pas als ze een gezongen gebed in het Hebreeuws ten gehore brengt, vergeet Yasmin haar sierlijke gebaartjes en het kokette gefrunnik aan haar sjaal en verliest ze zich volledig in de zinderende intensiteit van haar klaagzang. Het contrast met het begin is zo groot dat je je achteraf verbijsterd afvraagt hoe het kan dat ze die oerkracht zo lang verborgen heeft weten te houden.

Meer over