analyse

Xi trekt de teugels aan in China: de markt wordt ondergeschikt aan de communistische doelen

De ene na de andere privésector in China wordt aan banden gelegd. Het Chinese communisme is onder president Xi Jinping aan een nieuwe fase begonnen, zien experts, waarin de markt zich moet schikken naar de Partij.

President Xi verschijnt op een groot scherm tijdens een voorstelling ter viering van het honderdjarig bestaan van de Chinese Communistische Partij, eind juni in Beijing.  Beeld Lintao Zhang / Getty
President Xi verschijnt op een groot scherm tijdens een voorstelling ter viering van het honderdjarig bestaan van de Chinese Communistische Partij, eind juni in Beijing.Beeld Lintao Zhang / Getty

Het begon eind vorig jaar met de geboycotte beursgang van het Chinese miljardenbedrijf Ant Group, het fintech-filiaal van internettycoon Jack Ma’s Alibaba. Dat leek toen nog een uitzondering, een persoonlijke afrekening met een al te flamboyante ondernemer die op de tenen van de Chinese leiders had getrapt.

In de maanden daarna kwamen steeds meer Chinese privébedrijven onder vuur te liggen, met enorme boetes in de techsector en platformeconomie en een ideologische schoonmaak in de bijles- en entertainmentsector. Ook dat kon nog als iets tijdelijks worden uitgelegd, als een correctie op de excessen van al te wild kapitalisme.

De laatste tijd lijkt er toch iets meer aan de hand in China: elke dag wordt er wel een nieuwe sector lamgelegd met maatregelen en restricties, door president-partijvoorzitter Xi Jinping gekaderd als een campagne voor ‘gemeenschappelijke welvaart’, een term uit de oude maoïstische doos. Een wijdverspreid essay stelde het onlangs nog scherper: wat in China gebeurt, is niets minder dan een ‘revolutie’.

Steeds meer China-experts zijn ervan overtuigd dat dit niet langer een bijsturing is, maar een complete koerswijziging: China is aan een nieuw hoofdstuk begonnen in zijn geschiedenis, waarin het vrijemarktdenken van de afgelopen veertig jaar ondergeschikt wordt aan hogere communistische doelen. Het Nieuwe Tijdperk van Xi Jinping heeft vorm gekregen en de veranderingen zijn een stuk radicaler dan velen hadden verwacht.

In feite begon de koerswijziging al in 2017, toen het ‘Xi Jinping Denken voor Socialisme met Chinese Karakteristieken voor een Nieuw Tijdperk’ in het handvest van de Communistische Partij werd opgenomen. Een jaar later volgde de Chinese grondwet. Xi’s doctrine – een herwaardering van de marxistische ideologie – werd daarmee gelijkgesteld aan die van Mao Zedong en Deng Xiaoping, de twee stamvaders van het huidige China. Xi was duidelijk van plan een even groot stempel te drukken.

Ongelijkheid

De ver-Xi’ing van China ging jarenlang sluipenderwijs – in de vorm van ideologisch onderwijs, politieke censuur, partijcellen in bedrijven – maar intensiveerde en versnelde de afgelopen weken enorm. Met een stortvloed aan maatregelen zette Xi een streep door monopolies, beursgangen, videogames, commerciële bijlessen, excessief overwerk, ‘vulgair’ (lees: westers) entertainment en vastgoedspeculatie. De rode draad: een einde maken aan ongelijkheid en aan buitenlandse invloed.

Sindsdien wordt onder China-watchers hevig gedebatteerd over de ware aard van Xi’s nieuwe koers. Is dit een strijd tegen ongelijkheid in China, het bijproduct van de ongeremde groei van de afgelopen decennia? Een correctie van kapitalistische uitwassen, waar het Westen van zou kunnen leren? Of is het een terugkeer naar communistische tijden, waarin de overheid wikt en beschikt over het lot van investeerders en ondernemers? Een ‘rode reset’, die China ontkoppelt van de rest van de wereld?

Eind augustus leek een essay van journalist Li Guangman het antwoord te geven. Hij beschreef de hervormingen als ‘een diepgaande verandering’ in China, een ‘revolutie op economisch, financieel, cultureel en politiek vlak’. Normaal zou zo’n radicaal essay, in de taal van de Culturele Revolutie, weinig aandacht krijgen, maar opmerkelijk: dit keer werd het overgenomen op de websites van alle Chinese staatsmedia. Dat is een duidelijk stempel van goedkeuring door de Chinese overheid.

Leek de wijdverspreide publicatie een bewijs van een maoïstische revival in China, een dag later werd dat alweer afgezwakt, toen Li’s essay felle kritiek kreeg van Hu Xijin, hoofdredacteur van de nationalistische staatskrant Global Times. Ook vicepremier Liu He benadrukte China’s blijvende toewijding aan de vrije markt, net als een commentaar op de voorpagina van partijkrant People’s Daily. Bij gebrek aan politieke transparantie zijn China-watchers aangewezen op de analyse van zulke teksten.

Onderwijs: geen winst meer op bijles en verplicht Xi-Jinping-Denken

Beijing wil dat Chinese ouders meer kinderen krijgen, maar die zien dat niet zitten. Het Chinese onderwijs is heel competitief en ouders betalen zich blauw aan bijlessen om hun kroost op de beste scholen te krijgen. Dus voerde de Chinese overheid een onderwijshervorming door: limieten op huiswerk, verplichte rotatie van leerkrachten tussen scholen en een verbod om nog winst te maken in de bijlessector, waar voorheen jaarlijks 130 miljard euro in omging. Beursgenoteerde bijlesorganisaties verloren tot 60 procent van hun waarde.

De hervorming heeft ook ideologische bijbedoelingen: buitenlandse privéscholen en leerkrachten – populair voor het vak Engels, maar onwenselijk wegens hun westerse ideeën – worden verboden en lessen in Xi-Jinping-Denken worden verplicht vanaf de lagere school. De Partij wil ook ‘scholen voor ouders’ invoeren, om ‘socialistische kernwaarden wortel te laten schieten in het gezin’.

Volgens sommige experts was Li’s essay een duidelijke waarschuwing: wie niet gehoorzaamt aan Xi’s nieuwe gelijkheidsdenken, riskeert een nieuwe Culturele Revolutie. Volgens anderen was het een uitglijder van een overijverige ambtenaar en dus niet representatief. ‘Het is goed mogelijk dat die ambtenaar op dit moment bekritiseerd wordt op het propagandadepartement’, aldus Deng Yuwen, voormalig journalist van een CCP-krant, tegenwoordig commentator vanuit de VS.

Deng wijst erop dat Li’s essay enkel op de websites van alle staatsmedia werd overgenomen en niet in de papieren versies. Dat toont dat de opdracht om het artikel te verspreiden niet van de hoogste top kwam. ‘Als Xi zelf opdracht had gegeven om dit artikel te promoten, dan was het niet enkel online verschenen, maar ook in alle papieren media.’

Over één ding zijn de meeste China-experts het eens: het Chinese communisme lijkt onder Xi aan een nieuwe fase begonnen. Onder Mao werd klassenstrijd gevoerd, onder Deng Xiaoping kreeg de privésector de ruimte om China economisch te ontwikkelen. Onder Xi luidt het nu dat China voldoende welvaart heeft opgebouwd om de volgende stap te zetten: naar meer gelijkheid. Na vier decennia van toenemende vrijheid voor de privésector worden de teugels weer aangehaald.

Dat betekent niet dat Xi de privésector wil afschaffen – dat zou fataal zijn voor de Chinese economie – maar wel dat die zich volledig moet schikken naar de wensen van de Partij. De privésector wordt ingeschakeld in de grote CCP-visie en moet de binnenlandse markt versterken, een grote middenklasse creëren, buitenlandse invloeden tegengaan en socialistische waarden verspreiden. De wensenlijst is ongelimiteerd, de Partij kan tussenbeide komen wanneer ze maar wil.

Entertainment: minder videogames en een ban op ‘sissy boys’

Zhao Wei en Zheng Shuang waren twee van China’s bekendste actrices, tot hun films eind augustus ineens van het scherm werden gehaald. Hun websites gingen offline, hun namen werden verwijderd uit de titels. Zheng kreeg een boete van 39 miljoen euro voor belastingontduiking. Zhao’s misdaad is nog onduidelijk, maar ze was pro-Japans en bevriend met Jack Ma.

Het was het begin van een grote schoonmaak in de entertainmentsector, die minder commercieel en libertijns moet, en meer in lijn met socialistische waarden. Reclamedeals met sterren werden verboden, het spelen van videogames voor minderjarigen beperkt tot drie uur per week, en een ban uitgesproken op ‘sissy boys’, acteurs of zangers met make-up en geverfd haar.

Volgens Li’s essay zijn hyperkapitalisme en verwesterd entertainment twee instrumenten van de VS om China te verzwakken. ‘We moeten alle vormen van culturele chaos onder controle brengen en bouwen aan een krachtige, viriele en onverschrokken cultuur.’

‘In de hiërarchie van Xi Jinpings beleid komen politiek, veiligheid en ideologie op de eerste plaats, en de belangen van investeerders, analisten en bedrijven op de laatste plaats’, aldus Kevin Rudd, oud-premier van Australië, sinoloog en voorzitter van denktank Asia Society. Hij wijst erop dat Xi’s nadruk op economische zelfvoorziening de spanningen met de Verenigde Staten nog verder opdrijft. En waarschuwt: ‘We leven in moeilijke tijden.’

Nationalistisch

Dat Xi de invoering van zijn Nieuwe Tijdperk nu versnelt, is volgens experts niet verwonderlijk. De economische groei in China vertraagt, de bevolking mort over zware werkdruk, en het lage geboortecijfer is een opmaat voor gebrek aan arbeidskrachten. Daarbij komt de druk van de VS, die in Xi’s ogen China’s opmars willen stuiten. Xi’s gelijkheidsdenken is zwaar nationalistisch: een sterke, zuivere Partij is nodig om de VS het hoofd te bieden en niet te eindigen zoals de Sovjet-Unie.

Bovendien maakt Xi zich op om eind 2022 op het Twintigste Partijcongres zijn derde termijn aan te kondigen, in strijd met de limiet van twee termijnen die de afgelopen decennia voor Chinese leiders gold. Xi heeft sinds zijn aantreden in 2012 stap voor stap zijn macht vergroot, maar nu moet hij op zijn sterkst staan. Een historische missie, zoals China een Nieuw Tijdperk in leiden, geeft zijn derde termijn iets onafwendbaars.

Naar verwachting komt Xi eind dit jaar ook met een ‘Resolutie over de Geschiedenis van de CCP’, waarmee zijn visie op de geschiedenis tot enige waarheid wordt verheven. ‘Het is alsof hij zegt: dat ik, Xi Jinping, doorga als hoogste leider, is niet mijn eigen keuze, maar een keuze van de geschiedenis’, zegt Deng Yuwen. ‘Het is de geschiedenis die mij heeft gekozen om deze positie te bekleden, en ik kan niet anders dan het Chinese volk dienen.’

Vastgoed: alles uit de kast om prijsstijging af te remmen

‘Huizen zijn om in te wonen, niet om te speculeren’, is al jaren het mantra van Xi. Maar wat hij ook deed, de huizenprijzen bleven oplopen, zeker in de grote steden. Dit keer trekt Xi alles uit de kast: hypotheekregels zijn strenger geworden, vastgoedbedrijven mogen minder lenen, grote steden hebben hun landverkoop stopgezet, huurverhogingen worden beperkt. Er is zelfs sprake van een vastgoedtaks.

Met resultaat: de huizenprijzen stegen afgelopen juli het minst in zes maanden. Maar economen waarschuwen dat Xi mogelijk te ver gaat: veel Chinezen hebben al hun spaargeld in hun woning gestoken en vastgoedbedrijven hebben enorme schulden. Een snelle val van de prijzen kan daardoor tot een crisis leiden, met een domino-effect in de hele economie. Sommige steden hebben nu niet alleen een limiet op prijsstijgingen ingesteld, maar ook op prijsdalingen.

Meer over