Wroeten

Producente Machteld van Gelder heeft er jaren bij hem om gebedeld, vertelt schrijver Maarten 't Hart in een interview in de VPRO-gids van deze week. Want hij houdt niet van filmen. 'Filmen bestaat voornamelijk uit wachten'.


Dat is kennelijk geen bezwaar bij het grootbrengen van zijn groenten en fruit, dat Van Gelder uiteindelijk toch, samen met Agnes de Ruijter, mocht vastleggen in Maartens moestuin (VPRO), waarvan maandag de eerste van tien afleveringen werd uitgezonden.


Het resultaat mist elke spanningsboog. In Maartens moestuin gebeurt hoegenaamd niets en dat is tegelijk de kracht van deze onthaastende tuin-tv. Buiten regende het code geel, binnen begon het lentegevoel spontaan te ontkiemen.


In de eerste aflevering was de schrijver op zijn landje in de weer met rode kool. Hij zette sla tussen de planten. Die groeit als kool: 'Je hebt er altijd te veel van, maar goed, dat kan je aan iedereen uitdelen, en dat levert dan weer goodwill op.'


Hij stond bij zijn boom vol rode sterappels ('Het is helemaal uit om hoogstamfruitbomen te telen') of hij oogstte een komkommer. 'Mijn vader zou zeggen: komkommer, dat is gewoon een zakje water met een groene poepluier eromheen. Maar ze zijn toch erg lekker.'


Hier en daar kruidt hij zijn gefilmde bezigheden met een kleine anekdote, altijd opgetekend in monoloogvorm, zonder tussenkomst van een vragensteller. 'Ik zwem elke dag. Daar heb ik vriendinnen door gekregen, oudere vriendinnen, van 60, 70, 80 jaar. Die doen je af en toe zelfs oneerbare voorstellen. Op die leeftijd kan dat allemaal gewoon, blijkbaar.'


Over schrijven of literatuur gaat het geen seconde, noch is Maartens moestuin bezaaid met grote persoonlijke ontboezemingen. De groene vingers staan centraal.


Zijn kleine landje is een oase van rust, hooguit verstoord door een passerende trein of een kip.


De verfilming ervan geeft het een haast Britse uitstraling, mede door het vrolijk kuierende vioolmuziekje onder de verstilde beelden. De volstrekt serieuze toewijding van 't Hart, genietend van een nog maar halfrijp sterappeltje, geeft de serie iets onnadrukkelijk komieks.


Maartens moestuin doet natuurlijk ook onmiskenbaar denken aan de jeugdserie De achtertuin van Jan Wolkers, ook van de hand van Van Gelder. Dat het extra goed zou werken om juist schrijvers met belangstelling voor natuur op te voeren, ontkende 't Hart in een interview met de VARA-gids. Toch kan deze combinatie geen toeval zijn: zowel Wolkers als 't Hart kwamen uit een religieus nest, hadden elk hun eigen zendingsdrang en koesterden hun leven lang een warme belangstelling voor Gods akkers.


Door zijn warmere persoonlijkheid werkte Wolkers liefde voor het spuugbeestje bij mij aanstekelijker dan de teruggetrokken eigenheimer 't Hart zien knagen aan zijn zelfgekweekte salade van geraspte rode kool met appel, aangevuld met een bak sla, tomaat, paprika en komkommer met wat zure room. Er zat nog wel wat viezigheid op, maar 'dat is niet zo erg': van rauwkost word je niet dik. 'Het gaat erom dat die darmen een beetje goed werken. Dat je goed kan poepen, en dat je vezels binnenkrijgt. Dan blijf je lekker mager.'


Echt honger kreeg ik nog niet van die aanblik. Maar het verlangen naar wroeten in de aarde was gezaaid.

Meer over