Worsten, hijgmeisjes en roerfluiten

Utrechtse musea wijdden een ‘zondige Museumnacht’ aan wellust, woede, hoogmoed en andere onvergeeflijkheden...

Van onze verslaggeefster Bieke van der Mark

UTRECHT Uitgelicht in een mierzoet roze, steekt het Utrechtse Spoorwegmuseum af tegen de donkere nacht. Door de beslagen ruiten klinkt Tina Turners Steamy Window. Binnen vloeit de champagne, en trekken bezoekers zich terug in een ‘darkroom’ waar ze worden getrakteerd op ‘polderpop en hijgmeisjes’.

Het minst sexy museum van Utrecht, omgetoverd tot een schouwtoneel van lust, Sodom en Gomorra: dat kan maar een ding betekenen, het is Museumnacht in de Domstad.

De zeven hoofdzonden staan centraal, op deze zevende van de zevende maand in het jaar '07. Duizenden, veelal jonge bezoekers komen af op de wellust, de gemakzucht, de afgunst, gulzigheid, hebzucht, woede en hoogmoed. Elk in een toepasselijke museale setting.

Zo komt de hoogmoed van de mens ten opzichte van de natuur aan bod in het Centraal Museum, waar de tentoonstelling Genesis kan worden bezichtigd. In de hal van het museum kun je je DNA laten isoleren bij het mobiele laboratorium ‘Genes in a bottle’, en het de rest van de avond met je meedragen aan een halskettinkje.

Wie door de pikdonkere binnentuin van het museum struint, hoort plotseling een krekelkoor, afgewisseld met zacht koeiengeloei. Een groep jongens gaat tevergeefs op zoek naar de speakerboxen. Is het geluid er eigenlijk wel, of begint het geweten te knagen? Vlug door dan maar naar de ‘Biechterette’ – twee tot biechtstoel omgebouwde portable wc-hokjes voor het Catharijneconvent.

Aangezien wetenschappers een onstilbare honger naar kennis hebben, draait in het Universiteitsmuseum alles om Gulzigheid. Gastronoom Johannes van Dam, met hoed en wandelstok, neemt het in de museumtuin op voor een ‘culinaire verschoppeling’, de kroket. Performancekunstenaar Fredie Beckmans bakt worsten en zingt er een oortergend lied over.

In de kas van het Universiteitsmuseum gaat het er beschaafder aan toe. Een in een witte hoepeljurk gekleed meisje waadt sereen door een hoge tropische waterbak, tussen de lelies en het riet. Uit haar roodgestifte mond komen filosofische vragen: ‘Uit hoeveel letters bestaat de zin van uw leven?’

Alsof zeven zonden nog niet genoeg zijn, is er speciaal voor de Museumnacht nog een achtste aan het repertoire toegevoegd. ‘Twee gasten zullen vanavond schitteren, pak uw camera!’ roept een in het wit gestoken presentator in de benedenzaal van het Sonnenborgh Museum. Inderdaad schrijdt even later een volkomen onbekend stel als geoefende beroemdheden onder onophoudelijk geflits de trap af. Het is duidelijk: idolatrie is onze achtste zonde. In de sterrenwacht – een paar trappen naar boven – kunnen dankzij de heldere nacht ook nog echte sterren worden bekeken.

Om half twee luidt het kerkorgel in het tot de nok toe gevulde Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement met onheilspellende tonen het einde van de avond in, alsof slechts hel en verdoemenis nog resteren. Op het podium staat echter de band Spinvis, in eenmansopstelling. Als een bijbelse David neemt hij het op tegen het orgelgeweld van zijn grote voorbeeld Bach. Afgunst is hier de zonde. Spinvis zal ‘muzikale vadermoord’ plegen. ‘Ik zeg vaarwel tegen Johann Sebastian’, orakelt hij. Met zijn elektrische gitaar gaat hij de strijd aan. Eerst aarzelend, dan trefzeker, tot de orgelklanken zijn uitgestorven. Applaus stijgt op. De hoofdzonden hebben deze Museumnacht gezegevierd.

Meer over