interviews

Worstelen met ‘woke’ in de collegezaal: bedreigt woke-activisme de academische vrijheid?

null Beeld Eleanor Shakespeare
Beeld Eleanor Shakespeare

De academische vrijheid zou worden bedreigd door een lichting studenten met een nieuwe morele zuiverheid – die als ‘woke’ bekend is komen te staan. De Volkskrant sprak uitgebreid met academici uit veelal progressieve bolwerken. (Hoe) beïnvloedt woke hun werk?

Er stond die week een wetenschappelijk artikel over Dracula op het programma en dat viel niet goed. Het was een van de studenten opgevallen dat in het artikel over de klassieker van Bram Stoker veel thema’s aan bod komen die mensen met anorexia of een andere eetstoornis zouden kunnen ‘triggeren’.

Zelf had deze student geen anorexia, viel te lezen in de mail die Cor Zonneveld die week in zijn inbox aantrof, maar de jongere maakte zich wel zorgen over medestudenten die daarmee kampten. Zonneveld, van huis uit bioloog, is universitair hoofddocent aan het Amsterdam University College, een kleinschalige, internationaal georiënteerde onderwijsinstelling. Afgelopen herfst coördineerde hij samen met een collega het vak academische schrijfvaardigheden voor eerstejaarsstudenten.

Het artikel in kwestie gaat in op het vrouwelijk schoonheidsideaal dat in Dracula wordt geschetst. De auteur beschrijft hoe de vrouwelijke vampieren in het boek symbool stonden voor alles wat vrouwen in de Victoriaanse tijd vooral niet moesten zijn: vraatzuchtig, voluptueus, sensueel. Zonneveld: ‘Mannen vonden het in die tijd kennelijk aantrekkelijk als een vrouw bijna uitgemergeld was.’

De student die Zonneveld mailde, wees hem erop dat het artikel tot mentale schade zou kunnen leiden bij studenten die kampen met een eetstoornis of andere problematiek rondom hun lichaamsbeeld. Een ‘trigger warning’ vooraf, en de mogelijkheid om een andere tekst te lezen, was op haar plek geweest, vond de student.

Hoe vrij is het academische debat nog? Die vraag klinkt de laatste jaren steeds luider, vooral aan de rechterkant van het politieke spectrum. Wie de felle discussie volgt, zou kunnen denken dat er een spook van ‘woke-terreur’ – zoals De Telegraaf het onlangs verwoordde – waart door universiteiten. Waarbij woke betekent: de ogen geopend voor de vele vormen van sociale onrechtvaardigheid en bereid er iets aan te doen.

‘Denkdwang’

Onder invloed van een nieuwe progressieve morele zuiverheid zou, vooral in de sociale en geesteswetenschappen, een ‘denkdwang’ zijn ontstaan die tegendraadse denkbeelden, confronterende lesstof en onwelgevallige onderzoeksresultaten onderdrukt en uitsluit. Uit angst voor de reactie van activistische academici en studenten zouden velen zichzelf censureren.

Aan de rechterzijde van het debat spreken commentatoren van een ‘sprinkhanenplaag’, van het afschaffen van Plato omdat hij een oude witte man is en van totalitaire studenten die geen andere meningen tolereren. Gretig worden absurde uitwassen aangehaald, meestal uit Amerika.

Om die karikatuur wordt schamper gelachen op links. Zelfcensuur? Nee, hoor je vanuit dat kamp, dit is juist een teken dat het publieke debat levendiger is dan ooit. Minderheden krijgen eindelijk de kans om zich uit te spreken en vechten voor sociale rechtvaardigheid, representatie en kansengelijkheid.

In Engeland, Denemarken, de Verenigde Staten en Frankrijk is het debat over de woke-cultuur op bepaalde faculteiten zo hoog opgelopen dat de politiek zich ermee bemoeit. Het afgelopen jaar probeerden politici bepaalde vakken te verbieden, zoals Critical Race Theory (onderzoek naar ongelijkheid door systemisch racisme), de academische vrijheid wettelijk vast te leggen en activisme in de wetenschap aan te pakken.

Als je dit probleem van zelfcensuur en denkdwang aan Nederlandse wetenschappers voorlegt, ontkennen ze meestal dat het speelt. Maar wat gebeurt er als je op een andere toon met academici praat? De Volkskrant sprak meer dan vijftien hoogleraren en universitair docenten over de invloed van identiteitspolitiek en activisme op de academische vrijheid. De meesten van hen werken in Amsterdam of op een University College – plekken waar deze thematiek het meest lijkt te spelen, vermoedelijk omdat dit al progressieve bolwerken waren en de internationalisering hier sterk opgerukt is. Wat klopt er van de doemverhalen?

Mooie discussies

Dat er een nieuwe generatie studenten is opgestaan die zich bewust is van allerlei vormen van maatschappelijke ongelijkheid en die wil aanpakken, is op zichzelf een positieve ontwikkeling, zeggen nagenoeg alle academici die de Volkskrant sprak.

Cor Zonneveld van het Amsterdam University College: ‘Je wordt als docent alerter op wat je zegt. Dat heeft positieve kanten.’ Zelf had de bioloog als student een hoogleraar die tijdens college betoogde dat met vrouwen moeilijk valt samen te werken en daarbij hun hormonale cyclus als oorzaak aanwees. ‘Als ik zoiets nu zou zeggen, zou ik worden afgeslacht. En terecht.’

Het levert mooie discussies op, zegt Hanneke Ronnes, universitair docent cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Die soms erg gepolariseerd zijn, maar waar je je samen doorheen werkt.’

De kritische houding van studenten houdt haar scherp, zegt Rhoda Woets, die als cultureel antropoloog verbonden is aan University College Utrecht (UCU). Een student wees haar er een paar jaar geleden op dat ze in haar colleges alleen de voornaamwoorden ‘hij of zij’ gebruikt. ‘Je bent dan niet inclusief, was de boodschap, want niet iedereen voelt zich aangesproken door hij of zij.’

Sindsdien spreekt Woets in haar colleges, die altijd in het Engels zijn, van het neutrale ‘them’, (‘hen’), ‘ook als dat grammaticaal niet klopt’. Een verbetering, vindt ze. ‘Ik wil dat alle studenten zich gerepresenteerd voelen in mijn colleges.’

Er zijn genoeg collega’s die zich weleens ergeren aan het activisme van deze generatie studenten, zegt Paul Mepschen. De antropoloog doceert onder andere het vak Decolonising Anthropology, eveneens aan UCU. ‘Ik moedig dat activisme juist aan. Studenten onderzoeken bijvoorbeeld welke rol racisme speelt bij de totstandkoming van kennis aan universiteiten. Dat is waardevol.’

null Beeld Eleanor Shakespeare
Beeld Eleanor Shakespeare

Tegelijkertijd ziet hij het ook als zijn taak om de discussie aan te gaan. Onlangs kreeg hij een mailtje van een student die zich beklaagde over het feit dat het enige boek dat ze voor zijn vak moest kopen, geschreven was door een witte auteur. Waarom hij daar niet over had nagedacht?

‘Dat vind ik ongemakkelijk. Als het een zwarte vrouw was geweest, was deze vraag nooit gesteld. Ik begrijp de vraag van deze student wel, maar het is te simpel. Het kan niet alleen om de kleur van een auteur gaan. Ik heb uitgelegd dat deze wetenschapper niet zomaar iemand is, maar dat ze al haar hele carrière onderzoek doet naar racisme. Een Joodse vrouw uit Ierland bovendien, ook geen makkelijke positie.’

Het is de andere kant van de medaille, die ook vrijwel alle academici noemen. De soms zeer rigide en fanatieke houding van studenten levert in de collegezaal een worsteling op. De wens om niet geconfronteerd te worden met bepaalde woorden, teksten of meningen, staat op gespannen voet met de academische vrijheid. Woets: ‘Het is aftasten: wanneer maken studenten een terecht punt en wanneer zijn ze overgevoelig?’

Toen Cor Zonneveld een klacht kreeg over de Dracula-tekst op de verplichte leeslijst, besloot hij te overleggen met de andere docenten met wie hij het vak gaf. ‘Er waren collega’s die de klacht begrepen en vonden dat we eerstejaars hier niet zomaar mee konden belasten zonder waarschuwingen vooraf of de mogelijkheid om een vervangende tekst te lezen.’

Zelf vindt de docent dat lezen over pijnlijke of onwelgevallige onderwerpen ook bij een academische opleiding hoort. De uitkomst was dat de literatuurlijst niet aangepast werd, mede omdat de tekst diezelfde week al op het programma stond.

Daar werd geen genoegen mee genomen. Een paar weken later kregen Zonneveld en zijn collega’s de resultaten van een enquête die studenten onderling hadden gehouden. ‘Daaruit bleek dat 15 van de 70 studenten vonden dat de tekst niet op de lijst had mogen staan bij dit vak. Toen hebben we een uitnodiging voor een gesprek gestuurd. Die is onbeantwoord gebleven. Wel zijn de studenten naar mijn leidinggevende gestapt.’

Dat studenten een ander curriculum proberen af te dwingen is zorgwekkend, vindt Zonneveld. ‘Bij hetzelfde vak kregen we ook kritiek dat de lijst met auteurs niet divers genoeg was. Er valt natuurlijk wat voor te zeggen om te kijken of je literatuurlijst niet te westers is, maar als studenten eisen – en ik chargeer hier lichtelijk – dat de auteurs op een literatuurlijst keurig netjes over alle huidskleuren zijn verdeeld, slaat het door.’

Morele meetlat

Het academisch debat is de afgelopen jaren minder vrijblijvend geworden, zegt bijzonder hoogleraar Ronnes. ‘Studenten nemen soms op basis van één woord aan dat je woke bent of juist niet. Als je het hebt over ‘tot slaaf gemaakte’, behoor je tot de ene groepering, als je het houdt op ‘slaaf’ tot de andere. Als je je taal moet aanpassen om buiten die discussie te blijven, wordt het moeilijk.’

College geven is voor docenten soms een mijnenveld, zegt Ronnes. ‘Als docent wil je af en toe advocaat van de duivel spelen om studenten te prikkelen een onderwerp van een andere kant te bekijken. Dat kan bij sommige thema’s haast niet meer, want het ligt al snel gevoelig.’

Zelf besprak Ronnes jarenlang de historische figuur Johan Maurits in haar colleges. ‘Maurits is interessant omdat hij in zijn tijd bekendstond als een tolerant bestuurder, terwijl hij nu omstreden is vanwege zijn betrokkenheid bij de slavenhandel. Ik legde mijn studenten voor: misschien vinden wij onszelf nu tolerant, maar wordt er over driehonderd jaar net zo kritisch naar ons gekeken als wij nu naar Maurits kijken. Studenten reageerden daar fel op. Ze gingen ervan uit dat ik daarmee zei dat Maurits eigenlijk wel oké was.’

Die manier van redeneren, waarbij alles wordt ingedeeld in absolute termen van goed en kwaad, is ‘weinig wetenschappelijk’, zegt de bijzonder hoogleraar. ‘In de wetenschap moet je bijna alles kunnen bevragen en een thema telkens van een andere kant onderzoeken, niet alleen langs een morele meetlat leggen.’

Dit jaar heeft Ronnes het voorbeeld over Maurits niet gebruikt. Dat is geen vorm van zelfcensuur, vindt ze. ‘De discussie werd te fel en te veel gekaapt door studenten die recht tegenover elkaar stonden. Er was te weinig ruimte voor nuance. Dan heb je geen zinvol academisch debat meer, vind ik.’

Critici die vinden dat de academische vrijheid onder druk staat, halen vaak een handvol recente incidenten aan ter illustratie. In 2018 leidde het bezoek van de Canadese psycholoog Jordan Peterson, berucht om zijn populariteit in alt-rightkringen, aan de UvA tot een opstand onder studenten en medewerkers, vanwege zijn ‘patriarchale, antifeministische, anti-klimaatwetenschappelijke, politiek incorrecte wereldbeschouwing’. Er moest een ander geluid tegenover staan.

In 2017 verstoorden protesterende studenten bij de UvA de lezing van de Canadese hoogleraar Sirma Bilge over intersectionaliteit. Volgens de demonstranten had er ook een zwarte vrouw op het programma moeten staan. Bilge was het met hen eens, zei ze later.

Onder die paar zichtbare boycot-incidenten schuilt een groter en subtieler fenomeen, waarschuwen critici. Academici zouden zichzelf muilkorven of zich min of meer vrijwillig voegen naar de juiste mening.

‘Een groep academici houdt wijselijk zijn mond, omdat elke vorm van kritiek op diversiteitsbeleid of identiteitspolitiek veel gedoe kan opleveren’, zegt electoraal geograaf Josse de Voogd, die voorheen bij de UvA werkte, maar inmiddels zelfstandig onderzoeker is. ‘Er lijkt een handboek te bestaan om kritiek te pareren, merk ik als ik me online uitspreek. Weerstand tegen ‘woke’ wordt afgedaan als witte fragiliteit, een aantasting van je positie als wit persoon. Ook al zit je zelf in een achterstandspositie en komt je kritiek daaruit voort. Of je wordt extreem-rechts genoemd. Dan is het einde discussie. Ondertussen ontvang ik berichten van academici die het met mijn kritiek eens zijn. Door die aanvallen op mij weten ze dat ze hun mond moeten houden.’

null Beeld Eleanor Shakespeare
Beeld Eleanor Shakespeare

Zelfuitsluiting

Dan is er nog een groot gedeelte van de academici dat zich niet kan voorstellen dat er collega’s zijn die zich niet vrij voelen, omdat ze zelf alles kunnen zeggen, aldus Jan van de Beek, wiskundige, antropoloog en freelancedocent in het hoger onderwijs. Aan de universiteit ervoer hij tegenstand, uiteindelijk haakte hij af. Hij is geïnteresseerd in de wisselwerking tussen immigratie en de verzorgingsstaat: wat kost het om nieuwkomers te herbergen? Een taboe-onderwerp, zegt hij.

Afgelopen jaar lukte het Van de Beek toch om een onderzoek naar de kosten en baten van migratie gepubliceerd te krijgen. Een onderzoek dat gefinancierd werd door het wetenschappelijk bureau van Forum voor Democratie. Onder de vlag van de UvA zou hij met drie anderen het onderzoek uitvoeren, een voorwaarde van het Centraal Bureau voor de Statistiek om de privacygevoelige data te mogen gebruiken.

Toen duidelijk werd wat de explosieve conclusie was - dat immigratie de staat zo’n 25 miljard euro per jaar kost en dat de verzorgingsstaat onhoudbaar is als de toestroom zo doorgaat - bleek de UvA niet zo blij met het onderzoek. Een decaan eiste dat het logo van de UvA binnen 24 uur van het rapport werd verwijderd, anders zou coauteur Joop Hartog direct zijn privileges verliezen als emeritus hoogleraar, zoals toegang tot de faciliteiten.

Nadat was gebleken dat contractueel was vastgelegd dat het onderzoek in naam van de UvA gepubliceerd moest worden en dat de universiteit vooraf al wist van de betrokkenheid van FvD, kreeg Hartog zijn privileges terug. Excuses bleven uit. Van de Beek: ‘Er bestaat geen academische vrijheid als de onderzoeksresultaten vooraf moeten worden goedgekeurd.’

Uitsluiting gaat heel subtiel, zegt hij. ‘De meeste academici zijn best links, dat heeft allerlei oorzaken en is ook niet zo erg. Er ontstaat vervolgens een mechanisme: mensen die wat minder links zijn, krijgen negatieve feedback, geen geld voor onderzoek, noem maar op, en die denken: ik ga wat anders doen. Door die zelfuitsluiting wordt de politieke eenzijdigheid groter, het is een zelfversterkende feedbackloop.’

Kwetsbare objecten

Maxim Februari, columnist en rechtsfilosoof die geregeld schrijft over de universitaire cultuur, ziet dat lastige gesprekken soms worden vermeden op de universiteit. Hij hoorde van een student die in een werkgroep zei dat hij geen bloedtransfusie zou willen van een homo, omdat hij dan zelf homoseksueel zou worden. ‘Dat werd meteen afgekapt omdat het fout was. Terwijl: die jongen heeft toch iets te leren van een universiteit? Waarom wordt er niet verder gepraat: wat gaat er schuil achter zo’n opvatting?’

Tijdens het lezen van literatuur met studenten op de VU, merkte Februari hoe kunst door een morele blik wordt bekeken. ‘Personages werden langs de lat van #MeToo gelegd. Terwijl proza nu juist een plek is om personages iets normoverschrijdends te laten doen of denken.’

Het morele kader van veel studenten is al afgebakend, zag Kasper van Kooten, die tot 2017 op de UvA lesgaf op de afdelingen Europese Studies, Theater- en Muziekwetenschap. ‘Bij vakken over opera merkte ik dat er steeds minder belangstelling was om je te verdiepen in de westerse cultuur, omdat die patriarchaal en verdacht zou zijn. Er heerste een groeiende onwil onder studenten om historische fenomenen in de context van de tijd te bezien. Als iets nu fout is, is het altijd al fout geweest.’

Toen Paul Mepschen zijn promotieonderzoek over identiteitsvorming in Amsterdam Nieuw-West besprak met studenten, zei een student niet geconfronteerd te willen worden met de soms racistische uitspraken die in het onderzoek worden gedaan door buurtbewoners. ‘Op zo’n moment denk ik ergens: dan hoor je hier niet thuis, maar dat zeg ik niet. Ik zeg wel: ik laat dit niet zien omdat ik het ermee eens ben, maar omdat we moeten begrijpen wat er leeft in de samenleving. Toen kwam het goed, maar ik hoor weleens van collega’s dat zoiets uit de hand kan lopen.’

Bij Amerikaanse studenten moet je voorzichtiger zijn, merkte Mepschen toen hij in Amsterdam een vak over gender en seksualiteit gaf aan uitwisselingsstudenten uit de VS. ‘Het ging daarbij ook over anti-homogeweld. Het is weleens gebeurd dat studenten boos de klas uitliepen omdat ik ze niet gewaarschuwd had.’ Volgens Mepschen moeten studenten niet afgeschermd worden van vreselijkheden, maar af en toe een ‘trigger warning’ geven, vindt hij een kleine moeite. ‘Het kan belangrijk zijn, studenten kunnen een trauma bij zich dragen.’

Universiteiten gaan heel voorzichtig om met studenten, zegt Maxim Februari. ‘Ik hoor van docenten dat studenten in klachtprocedures als kwetsbare objecten worden gezien. Maar ze vormen ook een soort elite, de meesten zijn al vrij geprivilegieerd. De universiteit is er niet om de gevoelens van de studenten te accommoderen, maar om ze kritisch te leren denken.’ Die voorzichtigheid heeft ook met financiering te maken, vermoedt Februari. ‘Studenten zijn klanten. Als je ze wegjaagt, krijgt de universiteit minder betaald.’

Studenten lijken er soms op uit om docenten te betrappen op een foute mening, zeggen academici. Cultuurhistoricus Bert van de Roemer is weleens bang dat het ‘een soort kat-en-muisspel wordt’.

De universitair docent, verbonden aan de UvA, raakte begin dit jaar verzeild in een pijnlijk voorval. Voor het vak museologie had hij een gastspreker uitgenodigd: een curator van een bekend Amsterdams museum. De gastdocent vertelde dat haar oom vroeger een zwarte pop voor haar had gekocht, zodat ze niet alleen met witte poppen zou spelen.

Van de Roemer: ‘Toen flapte ze het er per ongeluk uit: ze had het over een ‘n-popje’.’ Net als de Engelstalige variant, is het Nederlandse ‘n-woord’ inmiddels op veel plekken, en zeker op universiteiten, taboe. Het woord viel één keer. Het leverde de curator een reprimande op van een student. ‘Die reageerde nogal vijandig: het is ongepast, dat u dat zegt.’

De scherpe berisping zat Van de Roemer ook na het college nog dwars. Hij besloot het incident tijdens het volgende college ter sprake te brengen. ‘Ik ben helemaal vóór het aan de kaak stellen van maatschappelijke ongelijkheden. Ik moedig studenten aan om kritisch naar de museumwereld te kijken en om me te corrigeren als ik een verkeerd woord gebruik, want dat overkomt mij ook. Maar in dit geval heb ik mijn studenten gevraagd of ze een béétje op hun toon willen letten en de kritiek constructief willen houden. En om in gedachten te houden dat vijftigers zoals ikzelf en deze gastdocent zijn opgegroeid in een tijd dat het n-woord nog minder beladen was. Dan kan zo’n woord er gedachteloos uitrollen.’

Het liep uit op een felle discussie. ‘Ik kreeg onder meer te horen dat juist mijn toon niet goed was. Dat ik me opstelde als een schoolmeester en dat studenten op deze manier nooit meer iets zouden durven zeggen. Toen het college was afgelopen flitste het door me heen: ik doe het niet meer. Ik ga dit soort thema’s niet meer bespreken. Dan ga ik het op safe spelen en het leuk over Rembrandt hebben.’

Het bleef bij een gedachte alleen, zegt Van de Roemer een klein half jaar later. Het incident heeft hem slapeloze nachten gekost, maar hij is niet van plan moeilijke thema’s uit de weg te gaan.

Het punt is, zeggen meerdere academici: docenten met een vast contract weten dat ze af en toe een aanvaring met studenten kunnen hebben zonder dat het consequenties heeft voor hun loopbaan. Maar hoe zit dat met de grote groep docenten die nog geen vast contract hebben binnengesleept? Zijn zij gevoeliger voor de druk van studenten?

Cor Zonneveld: ‘Beginnende wetenschappers worden door universiteiten eindeloos aan het lijntje gehouden met tijdelijke contracten. Als je niet zeker bent van je baan, is het een stuk moeilijker om voet bij stuk te houden als studenten bepaalde eisen stellen waar je het eigenlijk niet mee eens bent.’

Het verzet komt vaak van oudere academici met een vaste aanstelling, zegt Josse de Voogd. ‘Maar die worden dan weer als geprivilegieerd weggezet.’

Toch staat er voor gevestigde academici ook iets op het spel, ziet bijzonder hoogleraar Ronnes. ‘Tegenwoordig worden veel colleges opgenomen. Ik denk dat docenten daar ergens toch rekening mee houden, bewust of onbewust. Je kunt reputatieschade oplopen als je iets verkeerds zegt, of als een opmerking uit de context wordt gehaald.’

Een ‘belangrijk en onderbelicht risico’ in het hoger onderwijs is ‘de bedreiging van de veiligheid van meningsvorming door polariserend activisme dat gebruikmaakt van sociale media en klachtprocedures’. Daarop wees het Platform Integrale Veiligheid Hoger Onderwijs, waarbinnen universiteiten en hogescholen samenwerken. Wetenschappers en docenten zouden zich volgens de opstellers van het advies uit 2018 beschermen ‘door het debat in de klas en met de samenleving uit de weg te gaan’ en door veiligheidshalve te kiezen voor zelfcensuur.

Curricula aanpassen

Geen van de academici die de Volkskrant sprak, zegt zichzelf te censureren of ongemakkelijke onderwerpen uit de weg te gaan. Ronnes verwacht wel dat curricula binnen de cultuurgeschiedenis ‘snel en op veel plekken tegelijk’ zullen worden aangepast. ‘Dat gebeurt al en dat is goed. Een thema als de Gouden Eeuw, inmiddels terecht een betwist begrip, krijgt minder aandacht’, zegt Ronnes, ‘en thema's als kolonialisme en gender, die in het verleden onderbelicht zijn, juist meer. We moeten er ondertussen wel voor waken dat de angst voor de gevoeligheid van sommige thema’s niet bepaalt wat er op het curriculum staat.’

Cor Zonneveld ziet een vorm van zelfcensuur onder studenten. ‘Ik heb afgelopen twee, drie jaar met regelmaat van studenten gehoord dat ze onderling zeer onvergeeflijk zijn. Studenten die niet meegaan in de woke-benadering houden zich daarom gedeisd. Dat is niet goed. Studenten moeten zich in discussies kunnen uitspreken, juist ook als ze een andere mening hebben dan de heersende.’

Hoe vrij is het vrije academische debat nog? Dat hangt ervan af wie je het vraagt. Een deel van de academici trekt een duidelijke grens, maar hoeveel zullen inbinden onder druk van studenten, deels omdat ze het in grote lijnen óók eens zijn met hun strijd?

De academische wereld bevindt zich volgens Zonneveld op een tweesprong. Zolang docenten voet bij stuk houden als dat nodig is en bestuurders ze daarin steunen, gaat het goed. Toen de studenten die kritisch waren op de Dracula-tekst hogerop in de organisatie hun beklag deden, reageerde zijn afdelingshoofd zoals zou moeten, vindt de bioloog. ‘Ze toonde begrip voor de studenten, maar ging niet mee in hun eisen.’ Tot nu toe, zegt Zonneveld, heeft hij altijd de steun gekregen die hij nodig had. ‘Maar ik durf niet te voorspellen welke kant we opgaan.’

Heeft u ervaringen die u wilt delen? Mail tips@volkskrant.nl. Een tip doorgeven kan ook anoniem via publeaks.nl.

Meer over