Worstelen met Israël

ONBEVANGENHEID in de omgang met Israël heeft Nederland zich nooit kunnen veroorloven. Dat was al het geval bij de vestiging van de joodse staat in 1948....

Bijzonder werden de relaties pas in de jaren zestig en zeventig. De hele Nederlandse samenleving kon zich op een of andere manier wel met de jonge joodse staat vereenzelvigen. Voor bijbelvaste christenen gold ze als de inlossing van een oude belofte. Voor aanhangers van het vooruitgangsgeloof vormden de bloeiende landschappen een wenkend perspectief. En linkse Nederlanders prezen het kibboetssysteem als een geslaagd socialistisch experiment. En allen achtten zich, uit schuldgevoel over het lot van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog, in zekere mate verantwoordelijk voor het voortbestaan van het land.

Henk Vredeling, minister van Defensie in het kabinet Den Uyl, liet zich door dit sentiment leiden. Tijdens de oorlog van 1973 gaf hij persoonlijk opdracht voor de verzending van munitie naar het belaagde land. Tijdens de Duitse bezetting had hij, zo verklaarde hij later, moeten toezien hoe joden naar de slachtbank werden gevoerd, nu kon hij tenminste iets voor hen dóen. Hiermee bracht hij het conflict in het Midden-Oosten terug tot overzichtelijke proporties: Israël - dat ook nog eens als de zwakkere partij werd gezien - stond voor het goede. Buiten zijn landsgrenzen begon de duisternis.

Met die nalatenschap worstelen de Nederlanders nog steeds. Elk meningsverschil met Israël onttrekt zich per definitie aan de zakelijke sfeer. Dat was het geval bij de nasleep van de Bijlmerramp - waarbij El Al onder vuur kwam te liggen -, en dat is zeker het geval bij het Israëlisch-Palestijnse conflict, waarbij de joodse staat in zijn huidige verschijningsvorm in het geding is.

Daarbij wreekt zich ook de grote geografische afstand tussen beide landen. Wat vanuit het perspectief van de een voor zelfverdediging doorgaat, komt op de ander over als agressie. Het Israël dat in de prenten van Fritz Behrendt als serene David figureerde, gedraagt zich tegenwoordig als Goliath. En wij waren juist zo gehecht aan het oude beeld. Steunbetuigingen aan Israël hebben dan ook niet altijd betrekking op hetzelfde land: voor de een is het een eerbetoon aan het aaibare Israël van Rabin, voor de ander is het een uiting van onvoorwaardelijke steun.

Een nieuw moreel ijkpunt heeft zich nog niet aangediend. Ons geloof in de vredeswil van Israëls vijanden wordt na iedere zelfmoordaanslag net zo hard op de proef gesteld als ons geloof in Israëls bereidheid de Palestijnen een eigen staat te gunnen. Wat rest, is vertwijfeling, cynisme, en een beetje heimwee naar de overzichtelijke verhoudingen van weleer.

Meer over