Worstelen is te moeilijk voor de Nederlander

Worstelaar Bert Kops (33) is bezig aan zijn come-back. Nog een keer wil hij proberen een ticket voor de spelen te verkrijgen....

'Ik ben overal geweest en heb alles meegemaakt. Behalve de Olympische Spelen. Maar dat kan nog steeds, hoewel het natuurlijk wel moeilijker wordt. Mijn vader was 35 jaar toen hij naar de Spelen ging, ik ben nu 33, dus misschien over vier jaar.

Drie keer heb ik op een lullige manier net de Olympische Spelen gemist. De eerste keer was in 1980, toen had ik me gekwalificeerd. Maar een jaar eerder waren de Russen Afghanistan binnengetrokken en werden de Spelen in Moskou geboycot door veel westerse landen. De judobond ging wel, de krachtsportbond niet, dus moest ik thuisblijven.

Vier jaar later haalde ik de limiet voor Los Angeles niet. Ik werd wel derde tijdens het WK samboworstelen, maar dat is geen Olympische discipline. De derde keer miste ik Seoul in 1988, door het beleid van de krachtsportbond, waar ik vreselijk op afgeknapt ben.

Van de bond moest ik Nederlands kampioen zijn om naar de EK te mogen. Maar één maand voor de NK had ik mijn enkel verzwikt, waardoor ik niet kon deelnemen en me ook niet kon plaatsen voor de Spelen. Ik had 25 nationale titels op zak, was al zeven jaar lang ongeslagen in Nederland en toch werd er voor mij geen uitzondering gemaakt. Wanbeleid.

Mijn vader ging in 1972 naar de Olympische Spelen in München. De dag dat hij de mat op moest, werden die Israëli's doodgeschoten door Palestijnen. En daar was mijn vader helemaal kapot van, want dat waren vrienden van hem. Hij had twee weken lang getraind met de Israëlische ploeg. Toen mijn vader hoorde dat ze waren doodgeschoten, was hij gebroken. Hij kon het niet opbrengen om de mat op te gaan.

Mijn vader was een topper, hij won al zijn wedstrijden. Als kleine jongen vond ik dat prachtig. Ik wilde eigenlijk maar één ding: in zijn voetsporen treden. Mijn eerste wedstrijden draaide ik toen ik acht jaar was. Ik was er helemaal blind van.

Door andere mensen werd ik vaak vergeleken met mijn vader. Ze verweten me dat mijn vader veel beter was en dat ik mijn succes aan hem te danken had. Ik heb heel veel steun van hem gehad, maar het is natuurlijk niet allemaal dankzij mijn vader. Ik moet zelf de mat opstappen en wedstrijden winnen en dat deed ik op eigen kracht.

Brons bij de WK in 1984 was wel mijn mooiste overwinning. Dat was een jaar na mijn auto-ongeluk. Ik was uit de bocht gevlogen en tegen een boom geknald. Ze hebben me uit de auto moeten zagen. Mijn been was op acht plaatsen gebroken en mijn kaak zat achter in mijn nek, die was naar achteren geklapt. Ik had drie liter bloed verloren, dus moest mijn been geamputeerd worden. Maar de arts wilde het eerst met een ijzeren plaat proberen. Amputeren kan altijd nog, vond hij.

Een jaar daarna won ik dus die bronzen medaille, terwijl de artsen hadden voorspeld dat ik anderhalf jaar niet zou kunnen lopen. Precies een half jaar na het ongeluk worstelde ik alweer een wedstrijd in Suriname. Toen ik voor controle in het ziekenhuis kwam, zei de arts: ''Ik heb heel goed nieuws voor je, je mag nu wel weer zonder krukken lopen.'' Vertelde ik hem dat ik het afgelopen weekeinde alweer Nederlands kampioen was geworden.

Ik ben er nu ruim een jaar tussenuit geweest maar ik wil een come-back maken. Worstelen zit momenteel in een dip en het lijkt wel of het steeds minder wordt. Dat is jammer. Ik wil worstelen een nieuwe impuls geven.

Het is een moeilijke en zware sport. Het is niet alleen de kracht, het gaat ook om souplesse en techniek. Er zijn veel jongens die daarom snel afhaken. En misschien ook wel om dat pakkie wat je aan moet. Dat oogt niet zo fris. De broeken zijn wel functioneel, maar het kan misschien wat mooier. Ik vind het toch wel mannelijk staan hoor. Je spieren komen er goed in uit.

Het is niet terecht dat er zo negatief over worstelen wordt gedacht. Maar ik kan het me wel voorstellen. Als ik naar een partij zit te kijken tussen twee toppers dan gebeurt er niet zoveel. Ze staan een beetje tegen elkaar aan te hangen en krijgen dan straf voor passief gedrag. Dan moet de één op handen en knieën voor de ander gaan zitten. Daar heeft iedereen commentaar op.

Mensen houden van simpele sporten. Worstelen is te moeilijk voor de gemiddelde Nederlander. Zijn ze veel te verwend voor. Met z'n elven achter een bal aan rennen, dat vinden ze leuk. Omdat het zo simpel is.'

Tynke Landsmeer

Meer over