Workshop-leider Herman de Wit was groots animator

Zondag overleed de Amsterdamse jazzmuzikant Herman de Wit. Platen maakte hij zelden. Liever besteedde hij zijn tijd aan zijn fameuze workshops, waar hij beginnende muzikanten leerde wat samenspel is....

HERBIE WHITE noemde hij zich - een alias dat vooral als relativerende grap bedoeld was, want een glanzende internationale carrière was wel het laatste waar de saxofonist Herman de Wit van droomde.

Herman de Wit, die zondagnacht op 63-jarige leeftijd onverwacht overleed, leek genoeg te hebben aan Amsterdam. Hij leidde er het Herbie White Combo, maar dat eigen ensemble kwam de laatste jaren steeds minder op de eerste plaats. De Wit stak al zijn tijd en enthousiasme in zijn troetelkinderen: de workshops waarin hij beginnende muzikanten afhielp van speelangst, ze vertrouwd maakte met het improviseren, en ze vooral leerde wat samenspelen betekent.

Lang voor de jazzopleidingen op de conservatoria begonnen, was Herman de Wits workshop in de Oktopus en later het Bimhuis dè plek voor jonge muzikanten die speelervaring op wilden doen. De Wit was een formidabele animator. Hij leidde het orkest quasi-achteloos, sigaartje in de hand, maar met een aanstekelijk enthousiasme, dat zijn leerlingen steeds weer stimuleerde zichzelf te overtreffen.

Vele honderden muzikanten moet De Wit in zijn orkest de Oktopedians voorbij hebben zien trekken. Dat maar een deel van hen het tot een professioneel niveau zou brengen, deerde hem allerminst. De Wit zag niets mins in een levendige amateur-cultuur en stond op de bres 'om te vechten tegen het stardom dat hier en daar in muzikantenkringen aanwezig is'. In 1977 zei hij daarover: 'De openheid van de workshop is nodig om mensen aan te trekken, niet om ze te selecteren. (. . .) Waar we naar toe wandelen is een voor de muziek fnuikende prestatiedwang, hokjesgeest en competitie-element.'

De Wit kon putten uit een lange en veelzijdige podiumervaring. In de jaren vijftig debuteerde hij in het zangtrio The Three Hearts. In de jaren zestig manifesteerde hij zich als alt- en tenorsaxofonist. Hij speelde in Frankrijk op Amerikaanse legerbases (waar zijn alias geboren werd) en toerde met Bobby Spaan en José Marcello door Duitsland. Uitgekeken op het commerciële circuit raakte hij vervolgens betrokken bij de ontwikkeling van de geïmproviseerde muziek. Hij trad op in de Instant Composers Pool en De Volharding, en werd populair door zijn uitbundige acteerprestaties in een groot aantal muziektheater-produkties. In Willem Breukers De achterlijke klokkenmaker zorgde hij voor opschudding door als een Quasimodo aan een groot touw rakelings over de hoofden van het publiek te scheren. Bij Willem Breuker greep hij ook terug op zijn eigen verleden als zanger, onder meer met een goedmoedige parodie op Zonnig Madeira van Eddy Christiani.

De laatste jaren stond De Wit nog onregelmatig als solist op de podia. In maart vierde het mede door De Wit geleide 'leerorkest' De Boventoon zijn twintigjarige jubileum met de uitgave van een cd. Bij die gelegenheid vertelde De Wit in de Volkskrant waarom hij zèlf zelden een plaat had gemaakt: 'Michiel de Ruyter zei altijd tegen me: ''Herman, je moet zelf veel meer spelen.'' Maar ik kan de tijd die ik voor mezelf neem niet meer aan een ander geven.' Toch mijmerde hij er over: 'om een leuke cd op te nemen met een kanjer van een zangeres in een fijne studio waar het niet om de pegels draait.' Dat die cd er nooit kwam verbaasde zijn vrienden niets. Die kenden zijn hekel aan lange-termijnplanning en hadden al eerder een liefkozend grafschrift voor hem bedacht: 'Hier ligt Herman de Wit. Hij belt nog wel.'

Erik van den Berg

Meer over