Working in the coalmine

Steenkool heeft niet de minste kunstenaars geïnspireerd, blijkt uit een indringend monument voor de mijnwerker net over de grens in Genk.

Woeoeoeoeoeoe. Zwoosj. Pahhhh. Kedeng!! Zo klonken tot ver in de jaren tachtig van de vorige eeuw de werkzaamheden in de ondergrondse steenkoolmijnen van West-Europa. De Griekse kunstenaar Mikhail Karikis liet de geluiden in de video Sounds from Beneath (2010-2011) zingen door een koor van ex-mijnwerkers. De combinatie van liefdevol vertolkte, helse klanken en door het leven getekende noeste koppen trekt door merg en been.

De indrukwekkende ode aan een van de oudste en zwaarste beroepen van de wereld is te zien bij Manifesta 9. Deze reizende Europese Biënnale voor Hedendaagse Kunst is dit jaar neergestreken in het van buiten gerestaureerde en van binnen gelittekende hoofdgebouw van de voormalige André Dumont Mijn, ook wel Waterschei Mijn genoemd, in het Belgische Genk, pal over de grens. Net als voorgaande edities in het Italiaanse Trentino-Alto Adige en het Spaanse Murcia dringt deze Manifesta in de haarvaten van een specifieke, perifere plek in Europa, om van daaruit een tentoonstelling te maken met als doel een culturele bijdrage te leveren aan Europese integratie. Om de uitputtingsslag van almaar uitdijende biënnales te voorkomen, is het evenement dit keer beperkt tot één curatorenteam en één gebouw. Daarin is een aangenaam overzichtelijk drieluik te zien met naast hedendaagse kunst voor het eerst ook uitgebreid aandacht voor erfgoed (met een bestaand mijnmuseum vol nostalgische parafernalia, met films en objecten) en voor een historisch overzicht van moderne kunst.

Vooral dat historische overzicht van aan steenkool gerelateerde, moderne kunst uit de afgelopen twee eeuwen is verrassend en bijzonder. Want terwijl steenkool tegenwoordig vooraleerst wordt geassocieerd met stoflongen, smog en grimmige mijnsluitingen en allerminst met kunst, blijken niet de minste kunstenaars door het goedje geïnspireerd, van Marcel Duchamp tot Bart van der Leck, Jan Toorop en Marcel Broodthaers. Afgezien van de grote diversiteit aan historische werken, van tekeningen en schilderijen tot het met steenkool geboetseerde pad van Richard Long, toont ook de hoeveelheid klinkende kunstenaarsnamen aan hoe belangrijk en dominant steenkool, en daarmee de arbeid van mijnwerkers, lange tijd in het dagelijks leven is geweest.

Slechts een klein aantal benadrukt de donkere kant, zoals Henry Moore in zijn claustrofobische, met potlood getekende Four Studies of Miners at the Coalface (1942) en Duchamp, die voor de Internationale Surrealistententoonstelling in 1938 twaalfhonderd juten kolenzakken aan het plafond hing om een naar zijn smaak al te keurige tentoonstellingsruimte vies en donker te maken (Coal Sacks Ceiling is als hommage nagemaakt). De meeste kunstenaars uit de afgelopen twee eeuwen tonen echter de zonnige kant, de prachtige kleuren van smog, de ongelooflijke vooruitgang die steenkool heeft gebracht, als in de half-abstracte treinbaan Chasing the Blue Train (1989) van David Hammons - de trein die met steenkool als brandstof grote delen van Amerika uit hun isolement heeft verlost.

Vanuit dit tableau van schoonheid, vooruitgang en belangwekkendheid komen de sluitingen van de mijnen in West-Europa, van Nederland tot Groot-Brittannië en België, nog altijd keihard en onbegrijpelijk over. Zowel vanuit de documentaire over de sluiting van Waterschei in 1987 als vanuit de overweldigend nagespeelde Battle of Orgreave (2001) van Jeremy Deller daagt het schrijnende besef dat de sluiting met alle gevolgen van dien voor de mijnwerkers en hun gezinnen vooral politiek is ingegeven en geenszins uit noodzaak. Tot op de dag van vandaag is steenkool immers essentieel. In Polen, Amerika, Rusland en China bloeit de steenkoolindustrie, en nog altijd is in Nederland 20 procent van de geproduceerde elektriciteit afkomstig van kolen. Maar importeren werd nu eenmaal goedkoper dan produceren.

Zo indrukwekkend, mooi en wrang als dit historische fundament, zo zwak is de poging om op de bovenste verdieping van het gebouw aan de hand van hedendaagse kunst een overstijgende blik te werpen op het Europa van nu en op 'de veranderingen in het productiesysteem in de hele wereld'. Wellicht om als Europees integratie-evenement de penibele actualiteit van een desintegrerend Europa op afstand te houden, heeft men er in dit tentoonstellingsdeel voor gekozen om serieuze onderwerpen als arbeid, energie en de teloorgang van het kapitalistische gedachtegoed voorzichtig en met omtrekkende bewegingen te lijf te gaan. Dat leidt tot een klein aantal hoogtepunten, zoals het mijnwerkerskoor van Karikis en de door een machine geproduceerde, op ondergrondse gangenstelsels gelijkende steenkooltekeningen van Carlos Amorales. Het leidt vooral tot vrijblijvendheid en een uiteenwaaierende tentoonstelling die als zand door de vingers glipt.

Dan is deze Manifesta-editie als indringend monument voor de mijnwerker gelukkig al buitengewoon geslaagd.

The European Biennial of Contemporary Art, Waterschei Mijn, Genk, België, t/m 30 september

www.manifesta9.org

Opgeblazen koeltoren

Als luis in de pels van de officiële Manifesta heeft foto-atelier Zwiep zijn eigen kunstproject. Aan de achterkant van de Waterschei Mijn toont het fotocollectief, met de kinderen van voormalige mijnwerkers, foto's van de imposante koeltoren. Een zelfgebouwde camera obscura fotografeert wekelijks het even imposante schachtgebouw. Hier ligt volgens Zwiep het echte hart van het mijncomplex, met een ander lot dan het opgeknapte hoofdgebouw, waar Manifesta plaatsvindt en de mijndirectie zetelde. De koeltoren werd zeventien jaar geleden opgeblazen. Het schachtgebouw is een ruïne.

undefined

Meer over