Wordt Slovenië het nieuwe Cyprus?

De Slovenen zelf zijn wat beledigd door de vrees dat hun land de volgende patiënt wordt. 'De staatsschuld valt reuze mee.'

LJUBLJANA - 'Nee, nee, u hoeft zich geen zorgen te maken', verzekert Jera Bertomcelj. 'Uw geld zit veilig bij ons.'

Als adviseur van de Nova Ljubljanska Banka (NLB), de grootste bank van Slovenië, heeft Bertomcelj een aantrekkelijk voorstel gedaan: op een bedrag van 100 duizend euro kan ze een rente van 4 procent per jaar aanbieden en misschien wel nog een ietsje meer, dat moet ze aan haar chef vragen.

In de meeste andere landen van de Eurozone ligt de opbrengst voor spaargeld veel lager.

Voor alle zekerheid haalt Bertomcelj er een collega bij. Die legt uit dat de NLB in handen is van de staat. De regering kan het zich niet permitteren die te laten vallen. 'In het slechtste geval is er nog altijd de Europese Unie. Zelfs in Griekenland heeft niemand een cent verloren', legt hij uit.

De vraag is of de potentiële klant daarmee is gerustgesteld. De NLB zit opgezadeld met miljarden aan 'slechte' leningen, een erfenis uit de tijd dat er geen einde leek te komen aan de economische groei. Een paar telefoontjes en een lange arm volstonden toen om krediet te krijgen. Dat heeft de NLB aan de rand van de afgrond gebracht. Vorig jaar moest de regering al met 320 miljoen euro over de brug komen om een ineenstorting te vermijden.

Helaas voor Slovenië is de NLB niet de enige financiële instelling die in de problemen zit. Ook andere door de staat bestuurde banken zijn in het verleden te gul geweest met het verstrekken van krediet.

Door de economische crisis is onduidelijk hoeveel ze van die 7 miljard euro aan verlieslatende leningen zullen terugzien.

De bank dreigt de rest van het land in haar val mee te slepen. De afgelopen weken kwam de rente op tienjarige staatsleningen gevaarlijk dicht in de buurt van het als onhoudbaar beschouwde 7 procent, een teken dat Slovenië het vertrouwen van de markten in snel tempo aan het verliezen is.

De internationale waarnemers sprongen er gretig op in. Na Cyprus werd Slovenië getipt als het volgende land dat voor steun bij het Europese noodfonds zal moeten aankloppen.

Het kwam hard aan in een land dat lang gold als 'the best of the rest'. Na zijn toetreding tot de EU in 2004 leek er geen grens aan zijn succes. De voormalige deelrepubliek van Joegoslavië werd rijker dan Portugal en Griekenland en in 2007 ging het als eerste van de nieuwe lidstaten over op de euro.

Nu vrezen de Slovenen dat ze door de kritiek in een vicieuze cirkel terechtkomen. Als het vertrouwen van de internationale markten afneemt, zullen ze nog meer voor hun buitenlandse leningen moeten betalen met alle gevolgen van dien voor de economie.

Onheilstijdingen

De onheilstijdingen in de buitenlandse media hebben dan ook kwaad bloed gezet in Ljubljana. 'We worden omsingeld door haaien', concludeerde redacteur Miha Jenko zaterdag op de website van Delo, de belangrijkste kwaliteitskrant van Slovenië. Een dag eerder had hij in een commentaarstuk op de voorpagina de buitenlandse media verweten overhaast te werk te gaan. Vooral CNN werd op de korrel genomen. De Amerikaanse nieuwszender presteerde het zelfs Slovenië en Slowakije door elkaar te halen.

Slovenië, een klein land met amper twee miljoen inwoners, is natuurlijk een gemakkelijke prooi. Sinds het uitbreken van de internationale kredietcrisis is de economie er met meer dan eentiende gekrompen. Een herstel is voorlopig niet in zicht. Voor dit jaar wordt een krimp van 2 procent voorspeld.

De werkloosheidscijfers zijn al evenmin hoopgevend. Sinds het uitbreken van de kredietcrisis zijn die verdubbeld tot tien procent. Wie werk heeft, is ook niet altijd te benijden. Door de geldnood van veel bedrijven moeten arbeiders soms maanden op hun loon wachten.

De gevolgen daarvan zijn zelfs in het welvarende Ljubljana te zien. Opvallend veel winkelpanden staan er verlaten bij. De enigen die het goed doen zijn de opkopers van goud en andere edelmetalen. De laatste maanden zijn ze als paddestoelen uit de grond gerezen. Overal in de stad duiken hun kantoortjes op.

In een van hen zit Ula, een studente, op klanten te wachten. 'Om hun rekeningen te kunnen betalen zien veel Slovenen zich gedwongen hun goud te verkopen', vertelt ze. Ze weet uit hoe moeilijk dat is. Vorig jaar moest ze zelf een paar juwelen verkopen om haar autorekening te betalen. De toekomst ziet ze somber in. Na haar studie wil ze naar het buitenland vertrekken.

Op de politici rekent Ula niet meer. Die hebben afgedaan sinds Slovenië werd getroffen door een reeks omkoopschandalen. Bijna wekelijks wordt er gedemonstreerd tegen de vriendjespolitiek en corruptie. Zelfs het aftreden van premier Janez Jansa in februari maakte geen einde aan de protesten.

Kritiek onverdiend

En toch vinden de meeste Slovenen de kritiek aan hun adres onverdiend. Puur cijfermatig staat Slovenië er inderdaad niet slecht voor, bevestigt Blaž Hribar. Als hoofd onderzoek bij NLB Funds, een dochteronderneming van de bank, kan hij vrijer spreken dan zijn collega's: 'Het begrotingstekort komt in de buurt van de Maastrichtnorm en ook de staatsschuld valt reuze mee. Met amper 53 procent van het bbp kan Slovenië een resultaat voorleggen waaraan weinig andere EU-lidstaten kunnen tippen.'

Zelfs voor de banksector gaat de vergelijking met Cyprus niet op. De omvang van de Sloveense banken bedraagt 130 procent van het bbp, minder dan in de meeste andere EU-lidstaten en veel minder dan op Cyprus. Door de relatief hoge belastingen stroomt er weinig geld van vreemde oorsprong naar binnen.

Hribar, in vrijetijdskleding, het is vrijdag, wil de toestand dan ook niet dramatiseren. Hij is het eens met de stelling van premier Alenka Bratusek dat een beroep op het Europese noodfonds, zoals hier en daar wordt gesuggereerd, voorbarig is.

Toch, vindt Hribar, begint de tijd te dringen. Om de banksector van de ondergang te redden, is veel geld nodig. De overname van 'slechte' leningen alleen al zal de staatskas 4 miljard euro kosten. Dat betekent dat de Slovenen zware bezuinigingen wachten. Ook de verwachte privatiseringen gaan ongetwijfeld veel arbeidsplaatsen kosten.

Maar alleen op die manier kan het geschokte vertrouwen in zijn land worden hersteld, zegt Hribar. 'We kunnen het beter zelf doen. Als we het saneren overlaten aan de trojka, zal iedereen snel weten waar Slovenië ligt.'

Ulastudente, die werkt in een opkoopkantoor van goud en juwelen

undefined

Meer over