Standplaats Zandvoort

Wordt het slapen of feesten op Camping 538?

Na meer dan dertig jaar afwezigheid doet de Formule 1 het circuit van Zandvoort weer aan. Fleur Damen doet in aanloop van de race op zondag verslag van alles wat er op én rond het circuit gebeurt. Vandaag: op de veelbesproken 538-camping zetten de Brabantse Edwin en Ingeborg samen met bevriende broers Harry en Frank hun tenten op.

Harry en Frank op weg naar de camping. Beeld Pauline Niks
Harry en Frank op weg naar de camping.Beeld Pauline Niks

Als eerste vallen twee sixpacks bier uit de grijze dakkoffer, dan vliegen de kussens rond, en dan gaan de armen van Edwin (45) de lucht in en schalt een schaterlach over de Kiss & Ride-parkeerplaats van de camping. Edwin: ‘Ach, het viel al mee dat alles paste.’

Alles, dat zijn twee enorme tenten, vier boodschappentassen, twee veldbedden (‘ik heb al even proefgeslapen’), nog twee sixpacks bier, een dozijn hardgekookte eieren (‘voor het ontbijt’), twee kampeerkarren, echtgenote Ingeborg (45) en bevriende broers Frank (53) en Harry (52). Dat moet straks allemaal naar de camping, zo’n 500 meter verderop.

Die camping, voluit de ‘Official 538 Grand Prix Village’, is vier dagen lang de uitvalsbasis van 1.500 racefans en 3.300 crewleden, en is uitdrukkelijk géén festivalterrein zoals dat van Lowlands of Pinkpop: je ziet dan wel een foodcourt, ruikt de wc’s, hoort de muziek en voelt de verplichte gezelligheid van een zomers muziekfestival, maar hier wordt alleen geslapen, bezweert de gemeente Zandvoort. En dat voor 199 euro voor vier nachten, als je zelf je tent meeneemt.

Edwin: ‘We hebben kaartjes voor de race en ook voor de camping, maar dat is compleet toeval!’ Wéér die schaterlach. Dan, voor het eerst serieus: ‘Nee, ik snap de bezwaren. Afhankelijk van hoe het er vannacht aan toegaat is het een normale camping of een festival’.

De reden dat het driedaagse sportevenement wél doorgaat en de meerdaagse festivals niet: het is een ‘geplaceerd evenement’, geen rondhossende mensenmassa. Bezoekers hebben een aangewezen stoeltje op de tribune en mogen alleen opstaan voor een drankje. Frank: ‘Hebben we een zitplek?’ Harry: ‘Kansloos, dat gaat natuurlijk niet lukken, want er wordt gejuicht’.

Van de vier vrienden verdient alleen Ingeborg het label ‘echte racefan’, de anderen weten pas sinds Verstappen wat een Grand Prix is. Ingeborg: ‘Ik ben wel voor Max hoor, maar ik was al fan in de tijd van Schumacher.’ Bij vriend Frank hoef je niet aan te komen met namen die niet klinken als ‘Verstappen’. ‘Als die zwarte Mercedes met nummertje 44 langsrijdt, moet je juichen, Frank, da’s Max’, roept broer Harry. Geschater uit vier kelen: weet Frank veel, dat Max met nummer 33 rijdt, en al helemaal niet in een zwarte Mercedes. Frank, grote grijns onder een flink montuur: ‘Ik ben geen fan, maar ik was ook geen voetbalfan, tot ik bij het EK in Portugal was.’

‘Te zwaar beladen’, concludeert Ingeborg droogjes. Wéér ligt alles op de grond, want de kampeerkar scheurt niet bepaald door de bochten van het campingpad. Eenmaal op het grasveld, begint de echte uitdaging: het opzetten van de tent. Frank, die zichzelf als ‘een beetje ondernemer’ typeert: ‘Harry, lukt het jongen, met je handen in je zakken?’ Dus Harry voor het eerst vanmiddag in touw, een luchtbed opblazen. Meteen kapot, te hard geblazen. Triomfantelijk trekt Edwin een nieuw luchtbed uit de kampeerkar: ‘Ik heb er een extra mee, voor het geval dat.’ Dat paste ook nog wel in de stationwagen.

Het is drie uur, de tent staat, de pilsjes zijn geopend. Welk plan hebben de vrienden voor morgen, de eerste dag dat de Formule 1-wagens door de Tarzanbocht scheuren? ‘Nou, dat is een beetje een tegenvaller’, zegt Edwin. ‘We dachten dat we weekendkaarten hadden, maar het bleek dat de vrijdag daar niet onder valt. Daarvoor moest je ‘passe-partouts’ hebben. Harry: ‘Ik heb wel zin om de training te bekijken. De hekken zijn laag. Kan je hebben, met een hinkstapsprong!’ Weer die schaterlach.

Deel 1: voormalig ‘pitspoes’ Yolande van Andel kijkt met weemoed terug op de grand prix van weleer.

Meer over