economie

Wordt 2022 dan eindelijk het jaar van de werknemer?

Zorgpersoneel tijdens een door FNV georganiseerd zorgprotest in Amsterdam UMC. Beeld Joris van Gennip
Zorgpersoneel tijdens een door FNV georganiseerd zorgprotest in Amsterdam UMC.Beeld Joris van Gennip

Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt en het economisch herstel zijn forse loonsverhogingen vooralsnog uitgebleven. Gaat dat komend cao-seizoen veranderen?

Marieke de Ruiter

Naar de maan – dat is hoe ver werkgevers nu gaan om personeel te werven. En nee, ‘je spacet hem niet’ verzekert de pizzaketen die ermee adverteert: het bedrijf is daadwerkelijk van plan om een pizzabezorger die komend jaar minstens vier maanden in dienst blijft én de hoogste klanttevredenheidsscore behaalt met de eerste commerciële vlucht de ruimte in te katapulteren. Verblijfskosten inbegrepen.

Het bedrijf is niet het enige dat zich probeert te onderscheiden als ‘tofste’ werkgever. Horeca-uitbaters stelden sollicitanten eerder al gratis rijlessen en vakanties naar Ibiza in het vooruitzicht. Het onderstreept nog eens hoe nijpend de personeelstekorten zijn. Niet eerder was de arbeidsmarkt zo krap als nu: tegenover zes vacatures staan inmiddels vijf werkzoekenden. Volgens werkgeversvereniging AWVN kampt 90 procent van de werkgevers met krapte.

Toch leidt het vooralsnog niet tot forse loonsverhogingen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde donderdag dat de cao-lonen afgelopen jaar voor de zesde keer in tien jaar tijd de inflatie niet konden bijbenen. Ondanks het snelle economisch herstel kregen werknemers er vorig jaar gemiddeld 2,1 procent bij. De consumentenprijzen stegen in de eerste elf maanden van het jaar 2,4 procent.

Dat kan voor een deel nog worden verklaard door de pandemie: omdat cao’s voor langere tijd worden afgesloten, reageren deze vertraagd op de conjunctuur. Maar ook toen er nog geen coronavirus leek te bestaan en de arbeidsmarkt al onder hoogspanning stond, wist de vakbond er in het eerste kwartaal van 2020 ‘maar’ 3 procent uit te slepen. Veel minder dan de 5 procent waar de bond op inzette. Volgens het CBS daalde het aandeel van de bedrijfswinsten dat naar de werknemers ging sinds 2015 met 0,2 procentpunt.

Door de armoedegrens

Het gevolg van die achterblijvende lonen is volgens hoogleraar burgerschap Monique Kremer dat mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt door de armoedegrens heen zakken. Zo nam het aantal werkende armen sinds het begin van deze eeuw met 60 procent toe. ‘Nu moet de verzorgingsstaat de lage inkomens compenseren met toeslagen en belastingen, maar je wilt eigenlijk lonen waarmee je een leven kunt opbouwen. En dat betekent voor de meeste mensen huisje, boompje, beestje.’

Dat de lonen maar mondjesmaat stijgen is volgens hoogleraar economische geschiedenis Jan Luiten van Zanden het gevolg van een diepgewortelde cultuur van loonmatiging. ‘Die gaat helemaal terug naar de jaren van wederopbouw. Om de concurrentiepositie te verstevigen was er sprake van een geleide loonpolitiek: de minister van Sociale Zaken dicteerde de maximale loonruimte en de sociale partners hadden zich daaraan te houden.’

Toen dat begin jaren zestig werd losgelaten, veroorzaakte dat een grote loongolf, die werkgevers voorgoed schrik aanjoeg. Omdat in veel cao’s een automatische koppeling van de lonen aan de prijzen was opgenomen (apc) leidden de loonsverhogingen tot prijsverhogingen die weer leidden tot loonsverhogingen enzovoort. Nederland zat gevangen in een zogeheten loonprijsspiraal. Van Zanden: ‘Door de oliecrisis nam in de jaren zeventig de groei af en de werkloosheid toe, terwijl de loonprijsspiraal nog een tijdje doordraaide. Dan krijg je stagflatie.’

Het verzwakte de concurrentiepositie zodanig dat de overheid opnieuw dreigde in te grijpen. Bonden en bazen besloten daarop in november 1982 in het Akkoord van Wassenaar vrijwillige afspraken te maken over loonmatiging. De automatische koppeling van de prijzen aan de inflatie werd losgelaten, loonsverhogingen moesten bevochten worden. De cao-lonen stegen sindsdien nooit met meer dan 5 procent per jaar.

Het Akkoord van Wassenaar heeft in de jaren tachtig en negentig tot een groei van de werkgelegenheid geleid, maar is volgens Van Zanden mede debet aan de ontstane krapte. ‘Arbeid is relatief zo goedkoop geworden dat werkgevers er niet op zijn gaan besparen. Er zijn geen activiteiten afgestoten of naar het buitenland verplaatst waardoor er nu overal een tekort aan arbeid is ontstaan.’

Krapte als drukmiddel?

Of die ontstane krapte nu het drukmiddel gaat zijn dat de lonen omhoog gaat stuwen, durft hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen van de Universiteit van Tilburg te betwijfelen. De macht van de vakbond is al jaren tanende. Nog maar een zesde van de werkenden is vakbondslid (begin jaren tachtig was dat nog een derde) en bedrijven doen steeds vaker zaken met alternatieve bonden of de ondernemingsraad. Een minder sterke bond kan volgens wetenschappelijk onderzoek minder uit het vuur slepen bij onderhandelingen.

Bovendien is er een alternatief voor mensen die onder de cao vallen: flexwerkers en zzp’ers. ‘Als vakbonden te hoge eisen stellen, doen werkgevers daar direct zaken mee.’ Wie een fikse loonsverhoging wil, moet het dus als individu met de werkgever uitonderhandelen. ‘Wie op de arbeidsmarkt sterk staat kan er op die manier best wat aan bonussen bij krijgen’, zegt Wilthagen. ‘Maar van de pizzabezorger die straks de ruimte in wordt geschoten, is het maar de vraag of het hem ook lukt om een sky-high salaris te krijgen.’

Er is nog een reden waarom van werkgevers niet te verwachten valt dat ze komend jaar al te diep in de buidel zullen tasten: ze denken niet dat hogere lonen een oplossing zijn voor de personeelskrapte. In een document waarin werkgeversvereniging AWVN dit najaar haar visie gaf op de bestrijding van het personeelstekort werden loonsverhogingen überhaupt niet genoemd. Overigens weerspreekt ze ook dat de lonen te weinig zouden groeien.

Hoogleraar Wilthagen moet de bazen in dat eerste gelijk geven: hogere lonen alleen gaan de nijpende personeelstekorten niet tegen. ‘Want met meer loon maak je niet meer mensen. Dat zorgpersoneel niet meer op de ic wil werken, is niet alleen omdat ze weinig verdienen, maar omdat de arbeidsomstandigheden niet aanstaan. Dáárom stroomt 40 procent van de zorgmedewerkers binnen twee jaar uit.’

Minstens zo belangrijk om de personeelstekorten te bestrijden, is volgens hoogleraar Kremer dan ook dat de kwaliteit van werk verbetert. In het advies waaraan zij eind 2019 als projectleider bij de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid meeschreef, pleitte ze onder meer voor minder wildgroei van flexcontracten en meer inspraak voor werkenden. Het werd destijds samen met het rapport van de commissie Borstlap gezien als het momentum om de arbeidsmarkt verregaand te hervormen.

Dat moment werd verstoord door de coronacrisis, die bedrijven alleen maar directiever maakte. En ook voor komend jaar verwacht Van Zanden niet dat we aan de vooravond van grote veranderingen staan. ‘Maar de geschiedenis leert dat er voor elk probleem uiteindelijk altijd een oplossing komt, dus ook voor de lonen. En als de inflatie van 5 tot 6 procent door blijft gaan, zit er misschien niets anders op dan de barricaden op te gaan.’

Bankmedewerkers blijven steken op de nullijn

Het was met ‘pijn in de buik’ dat de bonden het moeizaam onderhandelde resultaat met werkgever ABN Amro aan hun achterban voorlegden. Ondanks een nettowinst van 343 miljoen over het derde kwartaal van 2021 wilde de bank de lonen voor twee jaar op de nullijn leggen. De reden, volgens het FD: gebrekkige rente-inkomsten en toenemende uitgaven aan onder meer witwascontrole. Naast het tegenvallende loonaanbod vielen de bonden ook over het sociaal plan waarmee de bank 15 procent van de banen wil schrappen.

Uiteindelijk gingen de bonden voor een half jaar akkoord met een cao zonder structurele loonsverhoging met een eenmalige bonus van 400 euro bruto in april. De cao bevat overigens ook een ‘pilot’ waarbij medewerkers een of twee feestdagen kunnen omwisselen in een dag die beter bij hen past.

Sportmedewerkers groeien wél mee met de inflatie

De automatische prijscompensatie (apc) is terug. Dat wil zeggen: voor de tweeduizend werknemers van lokale sportbedrijven en kinderboerderijen die onder de kleine cao-Vermo vallen. Vorige maand kregen ze al 750 euro bruto bonus en deze maand komt daar een loonsverhoging van 2,4 procent bovenop. Voor de komende drie jaar willen werkgevers garanderen dat de lonen de prijzen zullen volgen. Daarmee is het voor zover bekend de eerste cao waarin werkgevers tegemoetkomen aan de looneis die vakbond FNV sinds dit najaar stelt: automatische prijscompensatie voor iedereen.

Stakende ziekenhuismedewerkers spekkoper

Het was volgens de vakbond de ‘grootste staking’ van universitaire medische centra ooit. Zorgmedewerkers van zeven umc’s draaiden tijdens twee actiedagen in september en november zogenoemde ‘zondagsdiensten’: ze leverden alleen spoedzorg. Op andere afdelingen verviel de planbare zorg. Vlak voordat de medewerkers een derde keer in actie wilden komen, werd er een doorbraak bereikt. In de nieuwe cao krijgen werknemers er onder meer minimaal 75 euro bruto per maand bij. Daarnaast is het minimumloon per 1 januari verhoogd naar 14 euro.

Ook krijgen werknemers een toeslag als roosters binnen 72 uur worden gewijzigd, een betere toelage voor onregelmatige diensten en komt er meer rusttijd na een bereikbaarheidsdienst of na een nachtdienst.

Meer over