Woorden van Keller gaan ook in 2008 op

Laat ik deze rubriek beginnen met een citaat: ‘[*] heeft onder alle omstandigheden een winnende stijl. Hij bezit de gave in iedere situatie aan te voelen waar de kansen voor hemzelf en de moeilijkheden voor zijn tegenstander zitten....

Ton Sijbrands

Aldus R.C. Keller, de grote kampioen én didacticus, meer dan 41 jaar geleden in Het Vrije Volk. De naam van de speler aan wie Keller deze woorden wijdde, is in dit verband van ondergeschikt belang. Gezegd zij slechts dat het een dammer betreft wiens autobiografie ik momenteel aan het schrijven ben.

Inmiddels leven we in een heel andere tijd. Het is alweer 27 jaar geleden dat Keller overleed, ook Het Vrije Volk is allang ter ziele, en sommigen zullen zich zelfs afvragen of de Ton Sijbrands van 1967 nog wel bestaat. (Misschien niet, nee. En als ik het bij tijden afzichtelijke geknoei uit die eerste jaren bezie, kan ik daar niet eens rouwig om zijn.)

Maar de aangehaalde passage kan moeiteloos naar 2008 worden overgeheveld. Kellers woorden zijn namelijk óók op sommige hedendaagse topspelers van toepassing. En dan denk ik met name aan Guntis Valneris, de nieuwe Europese kampioen.

Nadat Valneris in de zesde ronde met behulp van een 6x6-oppositie (over ‘sobere middelen’ gesproken!) van Goeljajev had gewonnen en vervolgens in een kolkend gevecht ook Heusdens een nederlaag had toegebracht, versloeg hij zelfs de doorgaans zo solide Amrillajev. Die zege, die van beslissende betekenis voor de strijd om de titel zou blijken, kwam tot stand in een partij die in hoge mate karakteristiek is voor Valneris’ stijl.

Eerst zet Valneris zijn tegenstander met sterk en agressief spel onder druk. Amrillajev verdedigt zich echter adequaat, zodat de partij in remise dreigt te verzanden. Daarop besluit Valneris, in ruil voor doorbraakkansen, een schijf te offeren*

Ook van die wilde, ultieme winstpoging heeft Amrillajev ‘objectief’ weinig te vrezen: in analytische zin is het evenwicht nog steeds niet verbroken. Maar hij moet nu wél allerlei lastige keuzes maken, wat – zeker in tijdnood – geen sinecure is. En op de 48ste zet gebeurt inderdaad datgene waarop Valneris moet hebben gehoopt. De speler met wit grijpt mis en raakt verzeild in een studieachtig eindspel waarin zwart precies op tijd op tweede dam komt!

Amrillajev-Valneris

EK 2008

1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.41-37 6-11 5.46-41 8-12 6.34-30 1-6 7.30-25 2-8 8.40-34 19-23 9.34-30 14-19 10.25x14 9x20 11.30-25 19-24 12.25x14 10x19 13.45-40 5-10 14.40-34 4-9 15.34-29 23x34 16.39x30 10-14 17.32-27 17-21 18.44-39 21x32 19.37x17 11x22 20.31-27 22x31 21.36x27 6-11 22.38-32 11-17 23.49-44 18-22 24.27x18 12x23 25.41-37 7-12 26.43-38 12-18 27.48-43 8-12 28.47-41 17-21 29.44-40 12-17 30.40-34 3-8 31.50-44 8-12 32.32-27(!) 21x32 33.37x28 23x32 34.38x27 17-21 35.42-38 21x32 36.38x27 12-17 37.33-28(!)

Zie diagram 1

37*17-21!!?

Omdat hij het positionele vervolg 37*18-23 38.27-22 23x32 39.22x11 16x7 40.34-29 24x33 41.39x37 niet meer ziet winnen (een juiste taxatie), geeft Valneris een volle schijf.

38.27-22 18x27 39.28-23 19x28 40.30x8 9-13 41.8x10 15x4 42.41-36 21-26 43.43-38 26-31 44.44-40 31-37 45.39-33?!

Dit tegenoffer schijnt niet nodig te zijn. Maar probeer dat – met de vlag op vallen! – maar eens uit te rekenen...

45*28x30 46.35x24 27-31(!) 47.36x27 37-41

Zie diagram 2

48.27-22?

De beslissende fout. Van de zeven serieuze voortzettingen waarover wit beschikte, had alleen 48.40-34! (48*41-46 49.27-22!) remise opgeleverd.

48*41-47! 49.38-32 47x20! 50.22-18 20-3! 51.18-13 16-21! 52.32-28

Wit mocht (52.40-34) 52*21-27! 53.32x21 3x26 niet toelaten, bijvoorbeeld 54.34-29 26-21! en nu óf 55.29-23 21-3! enz., óf 55.29-24 4-10!! gevolgd door 56*21-3 +.

52*21-27 53.40-34 27-31 54.34-30 31-36 55.30-24 3-26!!

Alleen zo. De meest relevante én mooiste spelgang luidt nu 56.24-20 36-41 57.20-14 41-46! 58.13-9 46x5 59.9-3 5-19/28! 60.3-20/25 4-9! +.

Amrillajev liet zich dit fraaie slot niet meer bewijzen en gaf het op.

Meer over