Column

'Woningcorporaties schuldig? Nee, het was een systeemfout'

De uitkomst van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties stond al vast, schrijft Marcel van Dam. Namelijk: Het falen van een aantal corporaties is te wijten aan systeemfouten. Iedereen is dus schuldig.

Marcel van Dam, oud-voorzitter Raad van Commissarissen bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), verschijnt voor de parlementaire Enquetecommissie Woningcorporaties.Beeld anp

In de jaren tachtig begon de overheid zich terug te trekken als financier van de sociale woningbouw. Om die reden richtte de corporatiesector een waarborgfonds op, het WSW, dat woningcorporaties in de gelegenheid stelde op de kapitaalmarkt geld te lenen tegen een lagere rente door voor elkaar borg te staan. Dat bleek een goede zet toen op de golven van de neoliberale revolutie werd besloten de hele corporatiesector te verzelfstandigen en de financiering en subsidiering in één klap te beëindigen. Het WSW begon aan een bloeiperiode, temeer omdat de overheid als achtervang voor de borging ging fungeren.

Een briljante zet. Het betekende dat buiten de begroting om, via een private onderneming, toch de financiering van de sociale volkshuisvesting kon worden veiliggesteld. Bovendien verdiende de overheid eraan. Vanwege de lagere rente betalen huurders nu per jaar ongeveer 800 miljoen euro minder huur, waardoor het beroep op de huurtoeslag kleiner is. Het risico voor de overheid is vrijwel nihil. Nog nooit is op de achtervang een beroep gedaan.

Spiegelen aan grote vastgoedjongens
Bestuurders van corporaties moesten ondernemer worden, met toezicht achteraf van de overheid. Met de huizenprijzen steeg de waarde van het bezit van corporaties, en overheid en Tweede Kamer joegen de sector op steeds meer activiteiten buiten het strikte wonen te financieren. Scholen, buurthuizen, speelplaatsen, buurtwachten, het kon niet op. Een klein aantal corporatiebestuurders spiegelde zich aan grote vastgoedjongens en ging zich als projectontwikkelaar gedragen en belonen. Hoe meer ze aanpakten, hoe meer ze in de jaarlijkse beoordelingsbrieven van de minister werden geprezen. Ook als ze een oceaanstomer kochten of weer een andere corporatie hadden opgeslokt. Zoals in het geval van Woonbron en Vestia. Vestia was bovendien in 2010 en 2011 gaan grossieren in speculatieve derivaten, waardoor de corporatie in 2012 aan de rand van de afgrond kwam te staan. De financiële man bleek zich met miljoenen te hebben verrijkt.

In de bezuinigingswoede had de politiek intussen ontdekt dat een verdere liberalisering van de woningmarkt en het verkleinen van de corporatiesector het mogelijk maakte de schatkist te spekken uit corporatievermogen. Door huren te verhogen en huurwoningen te verkopen. Mede gevoed door een aantal schandelijke incidenten was de tijd rijp om de corporatiesector op de schop te nemen. In die context werd een parlementaire enquête opgetuigd.

Arnoud Boot, oud-lid Raad van Commissarissen bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), tijdens de hoorzitting van de parlementaire Enquetecommissie Woningcorporaties.Beeld anp

Systeemfouten hele sector
Ik was vanaf eind jaren negentig tot 1 april 2009 voorzitter van de Raad van Commissarissen van het WSW en als zodanig werd ik ook verhoord. In het vertrouwelijke voorgesprek dat iedere getuige met de enquêtecommissie had, werd mij duidelijk dat de commissie tot de conclusie zou komen dat het falen van een beperkt aantal corporaties te wijten was aan systeemfouten van de hele sector. In de openbare verhoren bleek ongeveer iedereen, welke rol hij ook had gespeeld, medeverantwoordelijk te worden gehouden voor 'het verdampen van 2 miljard euro bij Vestia'. In dat kader werd het WSW gebombardeerd tot 'toezichthouder' van de sector. Zowel formeel als informeel is dat apekool.

De wettelijke toezichthouder op een corporatie is de Raad van Toezicht en de minister van Volkshuisvesting is toezichthouder op de hele sector. In de hele regelgeving komt het WSW niet voor en het Waarborgfonds heeft ook geen enkele toezichthoudende bevoegdheid. Er is wel eens geopperd het WSW tot toezichthouder te maken, maar zowel het WSW zelf als de minister zag daar niets in.

Meningen
In de openbare verhoren werd vooral naar meningen gevraagd en omdat een mening nooit meinedig is, kon een getuige iedere mening ventileren die hem goed uitkwam. Ik was stomverbaasd over de getuigenis van Arnoud Boot, hoogleraar financiële markten, lid van de WRR en ook oud-lid van de Raad van Commissarissen van het WSW. Hij bleek plotseling het WSW als toezichthouder te zien, de hele sector zag hij eigenlijk als een grote systeemfout, corporaties moesten zich niet met leefbaarheid bezighouden en hun woningbezit kon wel met tweederde worden teruggebracht want corporatiewoningen horen er alleen te zijn voor laagbetaalden. Ik schat dat veel van zijn getuigenis straks terug te vinden zal zijn in de conclusies van de enquêtecommissie. De heer Boot is alvast gevraagd de Tweede Kamer te adviseren over de Novelle Herzieningswet Toegelaten Instellingen, waarin op die conclusies wordt vooruitgelopen.

Iedereen heeft natuurlijk recht op zijn eigen opvattingen. Jammer alleen dat de Raad van Commissarissen van het WSW er nooit kennis van heeft kunnen nemen.

Marcel van Dam is socioloog en columnist van de Volkskrant.

Meer over