Wonderbaarlijk herstel beschimpte Pakistani

Uitgerekend de Pakistaanse hockeyers, in eigen land beschimpt en weggehoond, brachten Nederland tijdens de Champions Trophy de eerste, ontluisterende nederlaag toe....

TYNKE LANDSMEER

Van onze verslaggeefster

Tynke Landsmeer

LAHORE

Dat de Nederlandse verdediging daarbij zeer gedienstig te hulp schoot, was welkom. Onbevangen en onbevreesd traden de Pakistani de olympisch- en wereldkampioen tegemoet. Zij legden kinderlijk eenvoudig de zwakke plekken in de defensie bloot. Voor een plaats in de finale kwam die opleving echter te laat. Nederland kan zich vrijdag met minimaal een gelijkspel tegen Australië nog wél plaatsen voor de eindstrijd.

'Alleen de hoop op een wonder kan het Pakistaanse hockey redden', schreef The News aan de vooravond van de ontmoeting met Nederland. Het wonder was een teleurstellende vertoning van de Nederlandse ploeg, maar voor een wedergeboorte van de sport die nog slechts door een zeer klein deel van de bevolking wordt beoefend, zal veel meer nodig zijn dan een aantal schietgebedjes.

Aan beleid en toekomstvisie hebben de Pakistaanse keuzeheren echter nooit veel waarde gehecht. Liever kijkt men achterom naar de tijden dat het land van de balvirtuozen de titels aaneenreeg. Pakistan is altijd een groot hockeyland geweest en zal dat altijd blijven, zo werd lang gedacht. Maar nu al sinds 1994 geen toernooi meer werd gewonnen, wordt de noodzaak voor een ingreep prangender.

Volgens Sardar Khan, journalist van The Public Daily, is daarom op nadrukkelijk verzoek van het parlement de Nederlander Hans Jorritsma, die Pakistan in 1994 de wereldtitel plus de Champions Trophy bezorgde, alweer met een telefoontje vereerd. 'En als hij ons niet kan helpen, dan halen ze een andere buitenlandse coach die voor een olympische medaille moet zorgen. Ze geloven hier in wonderen', aldus Khan.

Een oplossing voor de lange termijn valt van de Pakistaanse bestuurders niet te verwachten. Khan meent dat de Pakistaanse Hockey Federatie (PHF) zal moeten beginnen met het ontslag van secretaris Muddasir Asgihar. 'Die heeft lang geleden zijn interesse in hockey verloren. Zijn management is een misdaad voor de sport, de lege tribunes zijn een schande voor ons land.'

De belangstelling voor het toernooi is inderdaad schrijnend. Zolang er niet wordt gepresteerd, geeft de Pakistaanse hockeyliefhebber de voorkeur aan andere bezigheden, zoals cricket. Bovendien zijn lokale helden, zoals Shahbaz, in de huidige selectie niet meer te bewonderen. Lahore, van oudsher hofleverancier van het nationale team, is zelfs niet eens vertegenwoordigd in de huidige selectie.

De reden is de teloorgang van het school- en clubhockey en het daarmee samenhangende gebrek aan talentontwikkeling. De interesse voor hockey op gras is langzaam verdwenen toen de kunstgrasvelden hun intrede deden, maar door de economische en politieke crisis waarin het land verkeert zijn er slechts tien kunstgrasvelden in heel Pakistan.

Geschat wordt dat niet meer dan 250 hockeyers op nationaal niveau actief zijn, maar officieel staan die aantallen nergens geregistreerd. Het is slechts een van de vele mankementen die de PHF al sinds mensheugenis vertoont. Een klein voorbeeld: het nationale kampioenschap, bij uitstek een evenement om talenten te scouten, kon om organisatorische redenen dit jaar niet worden gespeeld. Om toch een kampioen van 1998 aan te kunnen wijzen, staan volgend jaar gewoon twee edities op de kalender.

Bovendien worden voorafgaande aan elk internationaal toernooi trials gehouden. Van de beste dertig of veertig spelers uit het hele land, die gedurende een aantal trainingen en oefenduels hun kunsten mogen vertonen, worden zestien definitief geselecteerd. Die keuze is soms willekeurig (afhankelijk van de macht van de ouders), en van teambuilding kan op deze manier ook geen sprake zijn.

Dat was aan het begin van het toernooi, toen Pakistan verloor van Zuid-Korea, duidelijk merkbaar. Maar op het moment dat de ploeg tegen een iets laconiekere opponent moest spelen, zoals Nederland gisteren, bleek er toch wonderbaarlijk veel veerkracht in de gelederen aanwezig.

Al na een kwartier kon de Pakistaanse aanval onbedreigd door het hart van de Nederlandse defensie walsen en meer dan eens doken de spitsen vrij voor het doel van Ronald Jansen op. Sprong Pakistan in die fase nog wat slordig met de kansen om, na ruim twintig minuten was het dan toch eindelijk raak. Bashir en Anis brachten hun ploeg vlak na elkaar op een 2-0 voorsprong en vooral de weinig wendbare Bram Lomans had keer op keer het nakijken.

De vernedering werd compleet toen Nederland tien minuten voor tijd zelfs tegen een achterstand van 5-2 aankeek. De vaart was er toen al aardig uit bij de Pakistani, maar de psychologische klap kwam de ploeg van Oltmans, ondanks nog een tegentreffer van Lomans uit de negende strafcorner, niet meer te boven.

Ook vlak na rust had Lomans zijn imponerende sleeppush verzilverd, maar beide treffers verhulden zijn povere defensieve acties niet. Eikelboom bracht zijn totaal aan treffers dit toernooi, net als Lomans overigens, op vier. Tien minuten voor rust scoorde hij op aangeven van Van Wijk

(2-1), en met die stand leek Nederland zich na de pauze nog gemakkelijk te kunnen herstellen. Sarwas Abbas en opnieuw Anis stelden de definitieve ondergang van het Pakistaanse hockey echter nog even uit.

Meer over